Controlling in de zorg

Last onder dwangsom voor 24 zorginstellingen

Dossier: Zorg

De Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) heeft op 31 augustus 2010 aan 24 zorginstellingen een last onder dwangsom opgelegd, omdat zij zonder geldige reden het Jaardocument maatschappelijke verantwoording 2009 niet of niet volledig hebben aangeleverd bij het CIBG.

De instellingen hebben nog vier weken de tijd om alsnog aan hun plicht te voldoen en hun jaardocument (volledig) aan te leveren. Doen zij dit niet, dan geldt een dwangsom van 1.000 euro per week. Dit bedrag kan oplopen tot maximaal 10.000 euro.

[Overzicht instellingen last onder dwangsom]

[Zorgmarkt.nl]

Kamerbrief over de Uitvoeringstoets mededingingsanalyse zorggroepen

Dossier: Zorg

Kamerstuk | 18-08-2010 | VWS

In deze brief biedt minister Klink de Uitvoeringstoets Mededingingsanalyse Zorggroepen aan de Tweede Kamer aan. De doelstelling van de uitvoeringstoets is antwoord te geven op de vraag in hoeverre eventuele mededingingsproblemen rond zorggroepen de publieke belangen in de zorg in gevaar kunnen brengen, hoe de NZA deze problemen kan aanpakken en waar eventueel aanvullende juridische instrumenten nodig zijn.

[Kamerbrief over de Uitvoeringstoets mededingingsanalyse zorggroepen]
[Uitvoeringstoets Mededingingsanalyse Zorggroepen]

[Rijksoverheid.nl]

NMa en NZa publiceren Richtsnoeren zorggroepen

Dossier: Zorg

Meer helderheid over samenwerkingsafspraken bij ketenzorg

De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben Richtsnoeren geformuleerd voor zorggroepen. De Richtsnoeren zijn tot stand gekomen na een uitgebreide consultatieronde en bijeenkomsten met zorgaanbieders in de eerste en tweede lijn, brancheverenigingen en patiënten- en consumentenorganisaties. De Richtsnoeren geven het kader aan waarbinnen zorgaanbieders samenwerkingsafspraken mogen maken.

Een zorggroep neemt een coördinerende rol op zich bij de behandeling van een of meer chronische ziekten en bepaalt op welke manier verschillende aanbieders in een keten samenwerken. De NZa en NMa juichen ketenzorg toe en geven met deze Richtsnoeren een kader voor de samenwerkingsafspraken. In het algemeen geldt dat samenwerkingsafspraken zijn toegestaan als de kwaliteit van zorg voor de patiënt daar beter van wordt. Afspraken die onnodig de onderlinge concurrentie beperken of leiden tot misbruik van marktmacht zijn verboden.

Bij samenwerking rond zorggroepen zijn de algemeen geldende regelingen van toepassing vanuit de Mededingingswet en de Wet marktordening gezondheidszorg. In de Richtsnoeren zorggroepen zijn deze regels toegespitst op ketenzorg die georganiseerd wordt door zorggroepen. De NMa ziet toe op de naleving van het kartelverbod, de NZa treedt op als er sprake is van aanmerkelijke marktmacht.

De NMa en NZa zijn voorstander van ketenzorg: samenwerkingsvormen tussen verschillende disciplines (multidisciplinaire samenwerking) om de kwaliteit van zorg te verbeteren, zijn dan ook toegestaan. Pas bij ‘verdikking’ van de keten, namelijk wanneer de samenwerking ook plaatsvindt tussen zorgaanbieders binnen dezelfde discipline (monodisciplinaire samenwerking), ontstaan er mogelijk mededingingsbeperkende problemen.

Iedere samenwerkingsvorm is uniek. De Richtsnoeren schrijven dan ook niet voor welke organisatievormen mogelijk zijn en welke niet, maar geven het kader aan waarbinnen zorggroepen en de bij ketenzorg betrokken aanbieders afspraken kunnen maken. Zorggroepen en zorgaanbieders houden zelf de vrijheid om te bepalen hoe zij de zorg willen organiseren en binnen de zorgstandaard willen leveren.

[Uitvoeringstoets mededingingsanalyse zorggroepen]
[Richtsnoeren Zorggroepen]

[NZa]

Positie zorgverleners in de AWBZ-thuiszorg in verband met de voorbereiding contractering 2011

Dossier: Zorg

De afgelopen jaren is veel te doen geweest over de inzet van zelfstandige
zorgverleners in de thuiszorg. Met onderstaande informatie willen de ministeries
van VWS en Financiën u informeren over de mogelijkheden en beperkingen in de
regelgeving met betrekking tot werken als zelfstandig zorgverlener of het door
zorgaanbieders verlenen van zorg met inschakeling van zelfstandige zorgverleners
in de AWBZ-thuiszorg.

Deze informatie geeft in algemene zin aan welke aspecten van belang zijn voor de
beoordeling in het kader van de toepassing van de zorg-, sociale verzekerings- en
fiscale regelgeving van de relatie tussen zorgaanbiedende instelling, individuele
zorgverlener en zorgvrager.

[Positie zorgverleners in de AWBZ-thuiszorg in verband met de voorbereiding contractering 2011]
[AWBZ-contractering met zelfstandige zorgverleners]

[Rijksoverheid.nl]

Bouwkostenkengetallen 2010

Dossier: Zorg

Het Centrum Zorg en Bouw publiceert jaarlijks in het Jaarbeeld Bouwkosten Zorgsector de voor de diverse sectoren van toepassing zijnde bouwkostenkengetallen. In het Jaarbeeld Bouwkosten Zorgsector 2010 is – kort samengevat – het volgende vastgesteld.

Naast het vervallen van het bouwregime heeft de recessie het afgelopen jaar grote gevolgen voor de zorgbouw gehad. Zorginstellingen kunnen de laatste tijd over het algemeen gunstig aanbesteden. Door de uitblijvende duidelijkheid over de vergoeding van kapitaallasten, gekoppeld aan de crisis op de financiële markten, lijken zorginstellingen echter niet van dit voordeel te profiteren. Het ontwikkelen van bouwplannen wordt juist vaak uitgesteld. Tegelijkertijd lopen instellingen aan tegen kritischer geworden financiers. Ook de banken hebben in toenemende mate behoefte aan meer duidelijkheid over de hoogte van te vergoeden huisvestingslasten. Reden te meer om ook dit jaar een Jaarbeeld Bouwkosten Zorgsector uit te brengen dat, los van de grillige bouwmarkt, een houvast wil bieden voor het ontwikkelen van zorgbouwplannen in de vorm van kostenkengetallen die als referentie kunnen dienen.

Nieuwe indeling kostenkengetallen
Dit jaar is gekozen voor een nieuwe indeling van de kostenkengetallen. Het Centrum Zorg en Bouw van TNO heeft hiervoor zowel voor de cure als voor de care en jeugdzorg een matrix ontwikkeld, waarbij per deelsector de te onderscheiden gebouwtypen worden weergegeven.
Voor de care worden de kostenkengetallen niet langer gekoppeld aan de categorieën licht, zwaar en beveiligd volgens de vervallen prestatie-eisen voor de nieuwbouw van AWBZ-voorzieningen. De kostenkengetallen volgen enerzijds de diverse care-sectoren en anderzijds de diverse gebouwtypen die binnen deze sectoren kunnen worden onderscheiden. De kostenkengetallen voor de jeugdzorg volgen de indeling zoals in de voorgaande jaarbeelden is toegepast. Voor de cure worden, naast de monoliet met alle functies in een gebouw, gebouwtypen geïntroduceerd die in grote lijnen het zogeheten schillenmodel volgen. Dit jaar ontbreekt het nog aan voldoende praktijkgegevens om voor de diverse gebouwtypen in de cure gedifferentieerde kostenkengetallen te kunnen bepalen. Vooralsnog wordt voor de cure volstaan met één kostenkengetal gekoppeld aan een tabel met gedifferentieerde richtbedragen per functiegroep.

Voor het verzamelen van praktijkgegevens is aansluiting gezocht bij een aantal ‘kosten-kennispartners’ uit de (zorg)bouwpraktijk die dit jaar reeds diverse recente aanbestedingsresultaten van zorgbouwplannen hebben aangeleverd.

Voor de kostenkengetallen voor nieuwbouw van zorgvoorzieningen, uitgedrukt in bouw- en investeringskosten per bruto m², is het van belang ook een uitspraak te doen over de gemiddelde bruto vloeroppervlakte per plaats of bed. Per sector en per gebouwtype zijn in de matrices de bruto vloeroppervlakten per plaats of bed zichtbaar gemaakt. Hiervoor is een vertaalslag gemaakt vanuit de prestatie-eisen die voorheen voor de diverse sectoren golden.

Voorts zijn de recente kostenontwikkelingen in de (zorg)bouw geanalyseerd, waaruit het volgende kan worden geconcludeerd.

- de bouwmarkt is voor opdrachtgevers van zorgbouw nog steeds gunstig. Hoe lang dit nog voortduurt, is niet bekend;
- in het jaarbeeld van 2009 is de lijn gekozen om de kengetallen binnen de zorgbouw niet direct aan te passen aan de schommelingen van de bouwmarkt. Deze lijn wordt ook dit jaar voortgezet. De kengetallen geven een neutrale en reële kostprijs weer, waarbij wordt opgemerkt dat projecten op dit moment nog vaak tegen een lagere prijs kunnen worden aanbesteed;
- de stijging van de Gezondheidszorgindex, die de (autonome) ontwikkeling van de loonkosten en materiaalprijzen in de zorgbouw weergeeft, bedraagt over 2009 0,7%;
- de getoonde kostenonderzoeken hebben vooral in het teken gestaan van de nieuwe matrices voor care en cure en het in beeld brengen van de spreiding van vloeroppervlakten en bouwkosten. Met name de kostenonderzoeken in de care-sector laten zowel qua m2 per plaats als in de prijs per m2 de grootste spreiding zien;
- vanuit gewijzigde regelgeving zijn geen nieuwe kostenontwikkelingen te melden.

Gezien de bovenstaande bevindingen zijn de kengetallen aangepast met de gestegen Gezondheidszorgindex van januari 2009 tot januari 2010 met 0,7%.

Status
De in dit Jaarbeeld benoemde kostenkengetallen hebben nadrukkelijk geen normatief karakter en hebben niet meer de status van een prestatie-eis of beleidsregel, zoals dat ten tijde van het bouwregime het geval was. Met de kengetallen wil het Centrum Zorg en Bouw allereerst een betrouwbare kosten referentie bieden. Uiteraard kunnen bij de kengetallen bandbreedten worden gehanteerd. De bandbreedte is in hoge mate afhankelijk van de ambitie van de opdrachtgever. Verder spelen ook de ontwerpuitgangspunten en de lokale omstandigheden een rol van betekenis.

[Jaarbeeld Bouwkosten Zorgsector 2010]

[Kennisplein Zorg en Bouw]

Roland Berger relativeert marktwerking AWBZ

Dossier: Zorg

De beoogde marktwerking in de AWBZ moet niet te ver worden doorgevoerd. Dat zegt adviesbureau Roland Berger in een studie over de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de geestelijke gezondheidszorg.

“Marktwerking lijkt meer een doel op zich te zijn geworden dan een middel om te komen tot meer efficiency en kwaliteitsverbetering. Je kunt je doelen ook bereiken via benchmarking”, zegt Tijo Collot d’Escury, hoofd van de afdeling gezondheidszorg van Roland Berger. Hij doelt met name op de intramurale ggz die veelal regionaal is geclusterd. “Marktwerking leidt voor zo’n deelsector tot veel administratie en overhead.”

Schaalvergroting is niet het antwoord
Roland Berger heeft de trajecten voor invoering van prestatiebekostiging en marktwerking in de AWBZ-sectoren naast elkaar gezet en gekeken hoe de instellingen daarmee omgaan. Door de introductie van de zorgzwaartepakketten zijn de instellingen voor het behalen van hun omzet veel afhankelijker geworden van hun cliënten. Dit stelt nieuwe eisen aan de bedrijfsvoering. “Schaalvergroting is niet het antwoord. Grotere instellingen behalen zelfs een lager rendement dan kleine instellingen”, aldus adviseur Mireille van Reenen. Volgens haar dienen instellingen zich eerst te beraden op hun strategie. Ze moeten bepalen welke diensten ze willen aanbieden en hoe ze zich willen positioneren. ”Het combineren van ondersteunende diensten, zoals inkoop,schoonmaak en catering in een joint-venture is vaak eenvoudiger en effectiever dan zomaar een fusie van hele instellingen.”

Geen grote klapper
Roland Berger relativeert de te behalen besparingen op de inkoop. De kosten in de ouderenzorg, gehandicaptenzorg en de ggz bestaan voor 70 tot 75 procent uit personeelskosten. De inkoop zorgt voor twintig procent van de kosten. “Als je tien procent op de inkoop bespaart, bespaar je slechts twee procent van je totale kosten. Dat is zeker interessant gezien de lage marges maar je kunt hiermee geen grote klapper maken”, aldus Collot d’Escury.

[Zorgvisie]

Functiegerichte omschrijving van uitwendige hulpmiddelen van het spijsverteringsstelsel

Dossier: Zorg

Op verzoek van de minister van VWS doet het CVZ gefaseerd voorstellen om de hulpmiddelenzorg functiegericht te omschrijven. In het komend pakketadvies komen de voedingshulpmiddelen aan bod. Bij deze functiegerichte omschrijving speelt ook het beoordelingsverzoek van de fabrikant van het mondspoelmiddel Caphosol? een rol. Het CVZ gaat de mondspoelmiddelen/speekselsubstituten beoordelen. Afhankelijk van de uitkomst van de beoordeling wordt de functiegerichte omschrijving uitgebreid of beperkt.

[CVZ]

De functiegerichte omschrijving voor spraakvervangende hulpmiddelen

Dossier: Zorg

Op verzoek van de minister van VWS doet het CVZ gefaseerd voorstellen om de hulpmiddelenzorg functiegericht te omschrijven. In de paragraaf Hulpmiddelenzorg van de Regeling zorgverzekering zijn de hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering in één artikel opgenomen. Deze categorie hulpmiddelen zal op basis van de ICF-classificatie opgesplitst worden naar functiestoornis. Eén van de nieuwe omschrijvingen is de functiegerichte omschrijving voor spraakvervangende hulpmiddelen.

[CVZ]

Functiegerichte omschrijving hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de visuele functie

Dossier: Zorg

Hulpmiddelen ter correctie van stoornissen in de visuele functie zijn sinds 1 januari 2009 functiegericht omschreven. De hulpmiddelen die een compensatie bieden voor beperkingen die een persoon met een visuele handicap ervaart bij het uitoefenen van activiteiten – zoals bijvoorbeeld communicatiehulpmiddelen – zijn destijds niet in deze omschrijving meegenomen. Het CVZ wil in het pakketadvies 2011 voorstellen doen om de al bestaande functiegerichte omschrijving met deze hulpmiddelen uit te breiden.

[CVZ]

NZa maakt ketenzorg mogelijk voor COPD

Dossier: Zorg

Uitbreiding ketenzorg per 1 juli
Vanaf 1 juli 2010 kunnen zorgaanbieders een integraal tarief declareren voor patiënten met COPD, een chronische longaandoening. Dit maakt het voor zorgaanbieders van verschillende disciplines eenvoudiger om de zorg samen rondom de vraag van de patiënt te organiseren. De integrale benadering leidt tot betere afstemming en daardoor hogere kwaliteit van de zorg voor patiënten. Bovendien vermindert effectieve ketenzorg de druk op specialistische ziekenhuiszorg. Op 1 januari van dit jaar werd het declareren van ketenzorg al mogelijk voor patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten en diabetes.

Bij ketenzorg wordt één zorgaanbieder hoofdcontractant, waarmee de andere zorgaanbieders in de keten contracten kunnen afsluiten en zo hun kosten kunnen declareren. De bekostigingsvorm stimuleert samenwerking tussen verschillende zorgverleners die zich bezighouden met de preventie, behandeling en het volgen van de patiënt en diens ziektebeeld. Tot 2010 was het integraal declareren van één tarief voor deze zorg niet mogelijk. De regeling voor Chronic Obstructive Pulmonary Disease (COPD) gaat met terugwerkende kracht in per 1 juli 2010.
De regeling van de NZa laat veel ruimte aan zorgaanbieders om de zorg op een eigen manier in te vullen, maar stelt wel eisen aan de inhoud van zorg en het inzichtelijk maken daarvan. De NZa heeft daarvoor transparantie-eisen opgesteld, om patiënten te voorzien van keuze-informatie. De zorg- en dienstverlening moet voldoen aan de zorgstandaarden en aan voorschriften met betrekking tot transparantie en administratie.

De regeling maakt bekostiging van de zorg mogelijk vanaf het moment dat de diagnose COPD bij de patiënt is vastgesteld. Als patiënt kun je kiezen of je de zorg zelf wilt samenstellen of gebruik wilt maken van een georganiseerde keten.

De NZa volgt de ontwikkelingen rond ketenzorg nauwlettend om inzicht te krijgen in de gevolgen voor de kwaliteit, betaalbaarheid en toegankelijkheid van de zorg. Over de effecten van de introductie van ketenzorg brengt de NZa daarom eind 2011 een rapport uit aan de minister. Daarin bekijkt de NZa ook hoe patiënten worden betrokken bij de invulling van het zorgplan.

Een aantal zorgaanbieders levert nu al ketenzorg voor deze groepen patiënten, vaak in de vorm van een experiment. Voor deze lopende experimenten blijven de afspraken gelden die bij aanvang gemaakt zijn.

* de beleidsregels worden z.s.m. op de website gepubliceerd

[NZa]

Dit is een Wordpress weblog. Het thema is gebaseerd op Magatheme.

Clicky