Controlling in de zorg

Aanpassingen Awbz hinderen Wmo

Dossier: AWBZ, WMO

De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt belemmerd door de ‘toename van taken door maatregelen in de Awbz’. Dat blijkt uit een evaluatie van de wet die in 2007 ingevoerd werd. Door latere aanpassingen in de Awbz (Algemene wet bijzondere ziektekosten) en versnippering van het zorglandschap verliezen gemeenten hulpbehoevende burgers uit het oog.
Alhoewel het oordeel over de wet in de evaluatie, uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), ‘overwegend positief’ wordt genoemd, geeft 44 procent van de ondervraagde gemeentefunctionarissen en medewerkers van uitvoerende instanties aan dat andere wet- en regelgeving gemeentelijke sturing bij de Wmo in de weg staat. Het gaat daarbij vooral om ‘de toename van taken door maatregelen in de Awbz’, stelt het SCP. ‘De grenzen tussen de Wmo en de Awbz zijn niet altijd nauwkeurig getrokken’.

De Wmo werd in 2007 ingevoerd als opvolger van onder meer de Welzijnswet 1994 en regelt de mate en de manier waarop gehandicapten en langdurige zieken ondersteuning krijgen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het aanpassen van woningen en om huishoudelijke hulp, die werd overgeheveld vanuit de Awbz. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Wmo, de uitvoering van de Awbz ligt bij Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De Awbz is ouder, maar sinds 2003 is fors aan de wet gesleuteld om het aantal beroepen op de zorg te beperken en de uitgaven te beperken. In juli maakte het CBS bekend dat de uitgaven voor de Awbz gestegen zijn tot ruim 23 miljard euro per jaar.

Door ingrepen is het vanaf 1 januari 2009 niet meer mogelijk dat personen met psychosociale problemen een beroep doen op de wet, dit jaar verdween de ondersteunende en activerende begeleiding. Cliënten uit deze groepen kunnen in een aantal gevallen bij gemeenten een aanvraag doen voor Wmo-hulp, maar niet iedereen doet dat, waardoor gemeenten op zoek moeten naar ingezetenen met recht op hulp in de huishouding.

Onrust
Gemeenten geven aan te herkennen dat de afstemming tussen Wmo en Awbz belemmerend werkt. ‘Wat speelt,’ laat een woordvoerder van de gemeente Leiden weten, ‘is onder andere onduidelijkheid bij cliënten over verschillende aanvraagprocedures. Ook de wijze van verantwoording is anders. En landelijke informatie over het stopzetten van het persoonsgebonden budget in de Awbz leidt tot onrust, omdat mensen denken dat het ook de budgetten voor de Wmo betreft.’ In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen hield de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) al een pleidooi voor het overhevelen van taken uit de Awbz naar de Wmo om de zorg preventiever, goedkoper en voor de burger duidelijker – want één loket – te maken.

De Alkmaarse Zorgwethouder Wim van Veen (GroenLinks) merkt vooral problemen bij de hulp in het huishouden, dat werd overgeheveld van de Awbz naar de Wmo. Volgens Van Veen gaat een integrale aanpak van huishoudelijke hulp verloren doordat er door de komst van de Wmo een knip is gemaakt in die hulp. Van Veen: ‘Er zijn organisaties die thuiszorg aanbieden vanuit de Abwz en organisaties die hulp bij het huishouden bieden vanuit de Wmo. Er is bijzonder weinig afstemming tussen beiden instellingen en ze weten lang niet altijd van elkaar wat ze doen, er kunnen twee zorgdossiers zijn van één huishouden. De gemeente wil een totaaloverzicht hebben welke zorg er nodig is, maar dat is niet altijd mogelijk. Dat is jammer.’

Ook in de Utrechtse gemeente Houten, dit voorjaar nog door toenmalig VWS-staatssecretaris Bussemaker gelauwerd om de aanpak van de Wmo, wordt die versnippering herkend, zegt senior beleidsmedewerker welzijn Ineke Kosterman van de gemeente Houten. Kosterman: ‘Tegelijkertijd zie je daardoor tegenreacties ontstaan. Er wordt kleinschaligere thuiszorg geboden, mensen doen een beroep op andere mensen in de omgeving.’ Door aanpassingen, vooral uit kostenbesparingen, worden veel Awbz-clienten bij herindicaties door het CIZ buiten de deur gehouden. Volgens een voortgangsrapportage van VWS over de Pakketmaatregelen 2009 in de Awbz afgelopen juli gepubliceerd, daalde het aantal mensen dat gebruik maakt van begeleidende zorg vorig jaar met 41.000 ten opzichte van 2008.

Verminderde vraag
In Houten en elders blijkt dat relatief weinig mensen zich bij de gemeente hebben gemeld voor vragen over de begeleiding, minder dan verwacht. De gemeente start een project om er achter te komen waar vraag naar is. Deels, zegt Kosterman, komt de verminderde hulpvraag door de filosofie van de Wmo. ‘De wet gaat uit van de eigen kracht van mensen, van zelfredzaamheid en zelfstandigheid. De kanteling binnen de Wmo gaat in eerste instantie uit van de mogelijkheden van de cliënt en zijn sociale netwerk. Daarna wordt gekeken naar de inzet van algemene voorzieningen als vrijwilligerswerk, ten slotte naar de inzet van individuele voorzieningen. Maar de vraag is of we iedereen in beeld krijgen. Zijn er misschien mensen die weinig contact hebben, en hoe krijg je hen zover dat ze hulp aanvaarden.’

‘We laten als overheid kansen liggen door gemeenten niet meer te betrekken bij besluitvorming rond de Awbz,’ terwijl zij in de meeste gevallen wel de instantie zijn waar wordt geprobeerd hulp aan te vragen, zegt divisiemanager persoonsgerichte zorg & welzijn Ali Flikkema van de gemeente Groningen. ‘We begrijpen als gemeenten dat de Awbz goedkoper moet, maar we missen het overleg met het Rijk daarover. Het Rijk bezuinigt redelijk eenzijdig, in sommige gevallen komen onderdelen onder de Wmo te vallen. Dat is wel begrijpelijk, maar we hebben als gemeente heel weinig zicht op de effecten van die maatregelen.’

Privacyregels
Door regels omtrent privacy en onvoldoende communicatie tussen Rijk en gemeenten wordt voor gemeenten die nu mogelijk Wmo-gerechtigden uit het oog verloren hebben, moeilijk deze op te sporen, zegt Flikkema. De privacyregels verbieden dat overheidsorganisatie onderling informatie uitwisselen over burgers, en dus ook zorggerechtigden. Flikkema: ‘Omdat we onvoldoende informatie hebben is het voor gemeenten lastig nieuw beleid te formuleren.’

Het ministerie van Volksgezondheid laat weten dat de gemeente zelf actief op zoek moeten gaan naar Wmo-gerechtigden, aldus een woordvoerder. ‘Niemand kent de burger zo goed als de gemeente.’
Het zit Wmo-uitvoerders ook dwars dat de extra taken niet financieel gecompenseerd worden door het Rijk. Er komt wel meer werk bij, maar de financiële bijdrage uit Den Haag verandert nauwelijks. In de evaluatie wordt die klacht kort omschreven: ‘Overheveling uit taken van delen van de Awbz dient ook financieel voor honderd procent plaats te vinden.’ In Houten, zegt Kosterman, hebben de wijzigingen in de Awbz geleid tot een ‘herschikking’ van budgetten.

Vanuit cliëntenorganisaties wordt ook gemopperd op de overheveling van Awbz-onderdelen naar de Wmo. Cor Bras, voorzitter van de regionale cliëntenorganisatie Drenthe, stelt dat cliënten het verschil tussen beide zorgwetten maar moeilijk begrijpen. ‘Mensen die eerst recht hadden op geld van de Awbz werden ineens geconfronteerd met een intakegesprek bij de gemeente. Vooral de informatievoorziening over veranderingen wordt als gebrekkig ervaren door cliënten, zegt Bras.

Overigens is de Awbz niet de enige wet die een goede uitvoering van de Wmo belemmert. Zo zorgen recente bezuinigingen op de zorgverzekeringen voor lacunes, omdat niet alle aanpassingen meer vergoed worden. En ook de scheidslijn tussen Wmo en de Wet op de jeugdzorg is volgens de evaluatie ‘niet altijd even logisch.’ Europese aanbestedingsregels tot slot maken de uitvoering moeilijk, omdat er om de vier jaar opnieuw aanbesteed moet worden. De procedure duurt lang, zegt Flikkema, en de periode die aanbesteed kan worden, te kort. ‘Voordat je een proces van samenwerking hebt geregeld, ben je zo een paar jaar verder.’ Dit voorjaar nam de Tweede Kamer een voorstel van oud-SP-fractievoorzitter Agnes Kant aan waarmee de aanbestedingsregels worden versoepeld, en ook in Brussel wordt over soepelere aanbestedingsregels gediscussieerd.

Een deel van de cliënten bij wie het recht op Awbz is vervallen, kan zich bij gemeenten melden voor hulp via de Wmo, maar lang niet iedereen doet dat.

[Rapport Op weg met de Wmo]

[SConline]

WMO zorgt niet voor betere lokale ondersteuning

Dossier: WMO

Als decentralisatieproject is de WMO geslaagd. Maar drie jaar na de introductie heeft de WMO nog niet geleid tot een ‘daadwerkelijk beter functionerend systeem van ondersteuning op lokaal niveau’. Veel gemeenten zijn vooral een WMO-uitvoeringsloket van het Rijk. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Boekhouders
Van het achterliggende doel van de WMO is nog weinig terecht gekomen, zegt hoogleraar Kim Putters van de Erasmus Universiteit in een toelichting op het binnenkort te verschijnen rapport Governance of local care service. ‘Een grote groep gemeenten hebben de WMO-taken weliswaar overgenomen, maar op een weinig vernieuwende manier. Je ziet het aan wie de aanbestedingen voor de WMO in elkaar zetten. Dat zijn toch weer de boekhouders en juristen, niet de mensen met inhoudelijke kennis.’

Recentralisatie
Volgens Putters, die als Eerste Kamerlid -voor de PvdA- ook de wetgeving van de WMO heeft meegemaakt, gaat die uitvoerdersmentaliteit in tegen de kern van de WMO is dat je als gemeente anders gaat denken. ‘Kijk als gemeente niet simpelweg naar waar de burger recht op heeft, maar kijk of je kunt zorgen dat burgers zelf moeite doen om hun beperkingen te kunnen compenseren, welke hulp ze elders krijgen en welke steun de overheid nog kan geven.’

Afwachtend
Putters en zijn Rotterdamse collega wetenschappers constateren dat van die andere manier van werken en denken, die zij paradigmawisseling noemen, nog weinig terechtkomt. Er zijn enerzijds ‘minder actieve gemeenten’ met een afwachtende houding en een roep om meer eenduidige aansturing door VWS of vanuit de VNG. Wat volgens de onderzoekers leidt tot ‘recentralisatie en uniformiteit in plaats van de beoogde variëteit en maatwerk’.

Vernieuwing loopt spaak
Anderzijds zijn er ook ‘veel’ gemeenten die de nieuwe beleidsvrijheid omarmen en op zoek gaan naar vernieuwing. Maar ook bij die gemeenten loopt de vernieuwing spaak. ‘Er is voldoende lokale creativiteit en organiserend vermogen’, volgens de onderzoekers. Maar het knelpunt ligt bij het structureel inbedden van de geleerde lessen, nadat pilots en experimenten aflopen. ‘Vaak vervalt men dan weer in oude werkwijzen.’

Bevlogen wethouders
Putters ziet wel enkele lokale lichtpuntjes. ‘Als je hele bevlogen wethouders hebt, met visie, dan zorgen zij voor meer ruimte om te experimenteren. En ik denk dat je sterke wethouders nodig hebt om de kokers van ambtelijk apparaat te overbruggen. Maar het kán. Dat zie je bijvoorbeeld in Rotterdam. Daar zorgen “mobiliteitspouls” voor activering van mensen die dat nodig hebben, maar dat werkt ook door in mantelzorg.’

[Binnenlands Bestuur]

Inkoopleidraad zorgkantoren ook interessant voor gemeenten

Dossier: WMO

Wmo en AWBZ hebben in de praktijk vaak raakvlakken.
Denk bijvoorbeeld aan de ketenzorg dementie of maatschappelijke opvang. In veel regio’s weten gemeenten en zorgkantoren elkaar dan ook te vinden.

Bij het vaststellen van hun inkoopbeleid besteden Zorgkantoren aandacht aan de samenwerking. Om die reden is de Inkoopleidraad AWBZ van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) ook interessant voor gemeenten.

Gemeenten kunnen de leidraad gebruiken om een visie te ontwikkelen op samenwerking met zorgkantoren. Dat vergemakkelijkt een gesprek met het zorgkantoor.

Onderwerpen
Voor wat betreft de samenwerking met gemeenten besteedt de Inkoopleidraad specifiek aandacht aan:

Maatschappelijke Opvang/Vrouwenopvang
Beleidsregel/Zorginfrastructuur
Overzicht zorgaanbod in de regio
Ketenzorg dementie
Meer informatie
Hieronder vindt u een toelichting van ZN op het belang van de Inkoopleidraad voor gemeenten.

[ZN: Inkoopleidraad AWBZ en gemeenten]
[Inkoopleidraad AWBZ 2011]

[VNG]

‘Boekhouders doen Wmo-aanbesteding’

Dossier: WMO

Het zijn de boekhouders die in gemeenten de Wmo-aanbestedingen organiseren en niet de ambtenaren die inhoudelijk verstand hebben van wonen, zorg en welzijn. Dat blijkt uit het nog niet gepubliceerde onderzoek Governance of local care and social service van de Erasmus Universiteit in Rotterdam.

De reden is dat gemeenten bang zijn dat fouten in de procedures en het discrimineren van zorgaanbieders op basis van selectiecriteria leiden tot boetes en claims, licht Kim Putters, hoogleraar management van zorginstellingen, toe in een groot interview in de papieren nieuwsbrief 34 die vandaag verschijnt. “Maar dat is niet terecht. De aanbesteding, dat ben je zelf. Je maakt de selectiecriteria als gemeente zelf. Wil je dat goed doen, dan moet je de inhoudsdeskundige ambtenaren juist van begin af aan betrekken bij het opstellen van de procedures voor aanbestedingen.”

Geen paradigma-shift Wmo
De Erasmus-onderzoekers concluderen ook dat van de beoogde paradigma-shift nog niet veel terecht is gekomen. De Wmo moest het denken en doen over huishoudelijke zorg en maatschappelijke ondersteuning veranderen. De wet geeft gemeenten de verantwoordelijkheid om burgers zo te ondersteunen dat zij naar tevredenheid kunnen participeren in de samenleving. Maar in de praktijk lukt dat nog niet erg, omdat gemeenten te veel naar politiek Den Haag kijken. “Dat heeft financiële redenen. Er is angst dat er niet genoeg geld is om de Wmo uit te voeren.”
Verkokering Wmo en AWBZ
Een andere oorzaak is de verkokering van de zorgsectoren. “Zowel qua wetgeving als in uitvoering, werkt dat belemmerend. De Rijksoverheid moet uitwisseling tussen Wmo en AWBZ niet alleen wettelijk mogelijk maken, maar ook zorgen dat de verantwoordingsinstanties als het zorgkantoor en het CAK daaraan mee werken.”

Te krampachtig
Putters vindt dat het Rijk en gemeenten te krampachtig doen over de Wmo-aanbestedingen. “Het ministerie van VWS zou meer moeten doen om angst bij gemeenten weg te nemen in plaats van alleen te waarschuwen voor boetes. Wethouders moeten niet alleen op hun Wmo-potje zitten, maar nieuwe wegen bewandelen. Ze moeten langs de mazen van de wet gaan. Als na een paar jaar blijkt dat gemeenten niet meer zijn dan uitvoeringsorganen van het Rijk, dan is de Wmo in mijn ogen mislukt.

Alarmbellen
Op de vraag of de komende bezuinigingen de krampachtigheid juist niet zullen versterken, antwoordt Putters die juist kansen bieden. “Dat geeft een sense of urgency. Vooral voor kleine gemeenten is het erop of eronder. Als blijkt dat een kleine gemeente de Wmo-taken niet vorm kan geven, staat het voortbestaan op het spel. Dan verdwijnt zo’n gemeente bij de herindeling. De alarmbellen moeten rinkelen.”

[Zorgvisie]

Evaluatie Wmo

Dossier: WMO

Rijk kort Wmo-budget met 200 miljoen

Dossier: WMO

Voor de huishoudelijke hulp stelt het Rijk 1,1 miljard euro beschikbaar in 2011. Dat is 200 miljoen minder dan het lokale bestuur momenteel ontvangt om de hulp te betalen.

Dit blijkt uit de junicirculaire van het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK). Op grond van onderzoek door adviesbureau Cebeon heeft BZK besloten dat de thuiszorg structureel minder zal kosten. Zo zou 150 miljoen te besparen zijn. De overige 50 miljoen moet te vinden zijn door meer efficiency binnen de Wet maatschappelijke ondersteuning. Gemeenten zouden vaker moeten samenwerken om de voorzieningen aan te bieden en zo de kosten delen.

Overleg VNG
Overigens komt er wel 70 miljoen bij voor de uitvoeringskosten voor de hulp, maar bij de Vereniging van Nederlandse Gemeenten staat niemand te juichen over de totale korting van 200 miljoen, erkent ook het ministerie. “Op maandag 31 mei vond bestuurlijk overleg plaats tussen het ministerie van Volksgezondheid (VWS) en de VNG over het budget voor huishoudelijke hulp”, staat in de circulaire. “In dat overleg is geen overeenstemming bereikt.”

De VNG pakt uit met redenen waarom de korting ongewenst is. Het is in strijd met eerdere afspraken, de pijn komt terecht bij hulpbehoevende mensen en de korting zou een groot obstakel zijn voor mogelijke innovaties binnen de Wmo. Dat er moet worden gesneden in het budget ligt volgens de vereniging aan heel andere zorgverleners. De verzekeraars houden hun kosten niet onder controle, uit de AWBZ lekt geld weg en medisch specialisten verdienen te veel. Aanstaande donderdag gaat de VNG weer om de tafel met VWS.

[gemeente.nu]

Veenendaal schrapt urenoverschot in thuiszorg

Dossier: WMO

De gemeente Veenendaal verwacht 250.000 euro te kunnen besparen door thuiszorgcliënten geen extraatjes meer te geven. De gemeente kende tot nu toe altijd het maximum aantal uren toe op basis van de indicatie. Per 1 juli krijgen nieuwe cliënten deze extra uren niet meer uitbetaald. Dat meldt De Gelderlander.

Tariefblokken
De gemeente Veenendaal deelt cliënten na hun indicatie in tariefblokken in. Binnen de tariefblokken kregen de cliënten het maximum aantal uren toegewezen, terwijl dit niet altijd nodig is. Dit is nu verleden tijd, schrijft De Gelderlander. Nieuwe cliënten krijgen het toegewezen aantal uren uitbetaald en voor de huidige cliënten komt er een overgangsregeling. Het aantal uren van de bestaande cliënten wordt in ruim een half jaar stapsgewijs afgebouwd naar het toegewezen aantal uren.

[skipr]

Tweede tussenrapportage evaluatie Wmo

Dossier: WMO

Kamerstuk, 21 januari 2009

Hierbij zend ik u ter informatie de tweede tussenrapportage in het kader van de evaluatie van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), die door het Sociaal en Cultureel Planbureau wordt uitgevoerd.
Deze deelrapportage geeft een eerste indruk van de ervaringen die (zelfstandig wonende) mensen met matige of ernstige lichamelijke beperkingen hebben met de Wmo. Hierbij is gebruik gemaakt van gegevens die, ongeveer een jaar na invoering van de Wmo, zijn verzameld bij deelnemers aan het Nationaal Panel Chronisch zieken en Gehandicapten (NPCG) van het NIVEL.

Het doel van dit rapport is een inzicht te geven in de ervaringen van mensen met beperkingen met de invoering van de Wmo en eerste aanwijzingen te krijgen over mogelijke veranderingen in het gebruik van ondersteuning en de maatschappelijke participatie. Waar het gaat om de eerste ervaringen met de Wmo worden vooral de opvattingen weergeven van mensen die al ondersteuning hadden (de zogenoemde overgangscliënten). Onderstaand worden enkele resultaten beschreven.

Een overgrote meerderheid van mensen met beperkingen (vijf op de zes) weet, dat ze voor voorzieningen en ondersteuning bij de gemeente moeten zijn. Van hen weet ongeveer de helft, dat zij voor alle Wmo-voorzieningen bij de gemeente moeten zijn.
Van de mensen, die aangeven dat ze ondersteuning nodig hebben die ze nog niet krijgen, weten bijna een op de vijf mensen niet voor welke voorzieningen men een beroep op de gemeente kan doen. Het zijn vooral mensen in de jongste leeftijdsgroep (15-55 jaar), die minder bekend zijn met de mogelijkheden om voorzieningen aan te vragen.
Van alle mensen met beperkingen heeft 54% te maken gehad met de Wmo, dat wil zeggen contact met het Wmo-loket of een Wmo-voorziening gebruikt.

Bijna 40% van de mensen met beperkingen, van wie de beperkingen ernstiger zijn geworden, heeft sinds de invoering van de Wmo contact gehad met de gemeente (het gemeentelijk loket) over ondersteuning. Daarbij betreft het vooral het indienen van een nieuwe aanvraag of een herindicatie, maar ook het inwinnen van advies.
Bijna de helft van de mensen met een matige of ernstige beperking maakt in 2007 gebruik van informele zorg. Dit is ongeveer evenveel als in de jaren ervoor.

In 2007 maakt ongeveer de helft van de mensen met een matige of ernstige beperking gebruik van professionele zorg thuis. Dit in de vorm van geïndiceerde hulp via de Wmo, AWBZ of particuliere hulp. Dit aantal is significant gestegen sinds 2004, vooral door een toename van het aantal mensen dat via de Wmo of particulier hulp bij het huishouden heeft. Deze toename is al zichtbaar sinds 2005.
Het aandeel mensen met beperkingen met een pgb is sinds 2004 geleidelijk toegenomen tot 8% in 2008. Het pgb wordt vooral ingezet voor hulp bij het huishouden.

In het algemeen heeft de invoering van de Wmo niet geleid tot een vermindering van het gemiddelde aantal geïndiceerde uren hulp bij het huishouden. Van de groep die wel minder uren kreeg (17%) geeft 28% aan een groter beroep op familie te moeten doen.
De mate van participatie van mensen met een matige of ernstige beperking is in 2007 vergelijkbaar met die in 2006.
Een kwart tot een derde van de mensen met beperkingen zegt zich beperkt te voelen in hun mogelijkheden tot participatie door belemmeringen in de publieke ruimte. Het gaat dan over vervoer en de toegankelijkheid van gebouwen en openbare ruimtes.
In de eerstvolgende voortgangsrapportage over de Wmo zal ik ingaan op de resultaten van deze en de u eerder toegezonden tusssenrapportage evaluatie Wmo.

[Tweede tussenrapportage evaluatie Wmo]

[bron]

Wmo uurtarief gemiddeld 2,40 euro te laag

Dossier: WMO

Consultancybureau PricewaterhouseCoopers heeft berekend dat de kostprijs van een uur huishoudelijke Wmo hulp gemiddeld 21,54 euro is, terwijl de gemeenten gemiddeld 19,14 euro bieden. Thuiszorgorganisaties komen dus gemiddeld 2,40 euro tekort om de kosten voor huishoudelijke hulp te dekken.

In het onderzoek naar het Wmo-tarief dat de accountants in opdracht van het ministerie van VWS hebben uitgevoerd, blijkt dat thuiszorginstellingen gemiddeld 2,40 euro per uur tekort komen om hun kosten te dekken. Bij kleinere bedrijven kan dit tekort oplopen tot meer dan vier euro per uur. Grotere organisaties weten door schaalvoordelen het tekort te beperken tot net boven de twee euro per uur. Uit het onderzoek blijkt ook dat de thuiszorgsector haar kosten de afgelopen twee jaar met 29 procent heeft teruggedrongen. De overhead van thuiszorgorganisaties die zowel in de Wmo als AWBZ actief zijn, bedraagt veertien procent van de totale kosten.

Zorgkosten Wmo
Van de totale kosten die thuiszorgorganisaties maken voor het verlenen van huishoudelijke Wmo-hulp is tachtig procent bestemd voor het direct uitvoerend zorgpersoneel. De resterende twintig procent van de kosten gaat naar zaken als automatisering, administratie en huisvesting.

Zorgkosten omlaag
Volgens PwC zijn er nog wel enige mogelijkheden voor de branche om de kosten nog verder omlaag te brengen.

Branche
Brancheorganisatie ActiZ betwijfelt sterk dat thuiszorgorganisaties hun overhead nog verder naar beneden kunnen brengen. “Het kan echt niet goedkoper in de thuiszorg”, zegt ActiZ directeur Aad Koster. “Zeker als je bedenkt dat de kosten volgend jaar weer gaan stijgen door onder andere de Wmo-wetswijziging”. Volgens brancheorganisatie ActiZ bevestigen deze uitkomsten dat de thuiszorg keihard heeft gewerkt aan het terugdringen van de kosten. “Met lage kosten en een scherp overheadspercentage werken de thuiszorgorganisaties uiterst efficiënt”, aldus Koster. Volgens ActiZ staat vast dat de kostprijs volgend jaar zal oplopen door stijgende loonkosten en de aanstaande Wmo-wetswijziging. Door die wetswijziging komen alfahulpen weer in loondienst van de thuiszorg. De brancheorganisatie roept gemeenten daarom op om het tarief opnieuw te bezien en waar nodig te verhogen.

[Transparantie in de kostenstructuur van hulp bij huishouden]

[bron]

Tussenrapportage Wmo

Dossier: WMO

Kamerstuk, 11 december 2008

De staatssecretaris komt met deze tussenrapportage haar belofte aan de Kamer na om te informeren over verschillende onderwerpen rond de Wmo. Ze loopt hiermee vooruit op de vierde voortgangsrapportage Wmo van komend voorjaar.

In tussenrapportage komen de volgende onderwerpen aan de orde:

  1. de invoering van het Kwaliteitskader hulp bij het huishouden
  2. stand van zaken rond de subsidieregeling uit hoofde van de motie Van Geel en de resultaten van het Mobiliteitscentrum Thuiszorg (het MCT)
  3. de resultaten van het onderzoek ‘Transparantie in de kostenstructuur van hulp bij het huishouden’
  4. de resultaten van het onderzoek ‘Indicatiestelling en compensatieplicht nader bezien’ n.a.v. motie Kant/Wolbert
  5. de voorbereidingen op de wetswijziging Wmo om de positie van de burger in de Wmo te versterken.

[Tussenrapportage Wmo]
[Transparantie in de kostenstructuur van hulp bij het huishouden]
[Indicatiestelling en compensatieplicht nader herzien]

[bron]

Dit is een Wordpress weblog. Het thema is gebaseerd op Magatheme.

Clicky