Controlling in de zorg

ZZP tarieven 2011 in Excel

Dossier: GGZ, Intramuraal, LG, VG, ZG, Zorgzwaartepakketten

De NZa biedt haar tarieven aan in pdf formaat wat het rekenen niet direct makkelijk maakt. Ik heb de tarieven extramurale zorg 2011 dan ook in een excel bestand overgenomen. Omdat ik me voor kan stellen dat meer mensen dit praktisch vinden — en waarom zouden meer mensen over moeten gaan kloppen — biedt ik als bijlage dit excel bestand aan.

[zzp tarieven 2011.xls]

[NZa]

PwC: Iets minder zorgelijke toestand financiële situatie verpleeg- en verzorgingshuizen

Dossier: Intramuraal

Het aantal verlieslatende verpleeg- en verzorgingshuizen (VVT-sector) is gehalveerd. Leed in 2008 nog ruim eenderde (27%) van de VVT-instellingen een verlies, in het afgelopen boekjaar is dit afgenomen naar 15 procent van de instellingen. Alhoewel dit een verbetering is, is er absoluut nog geen reden tot gejuich over de financiële situatie. Dat blijkt uit een eerste analyse door PwC van de tot nu toe gedeponeerde jaarrekeningen 2009.
Onder de VVT-sector valt ook de thuiszorg. Vooral instellingen die veel thuiszorg verlenen hebben het financieel nog steeds zwaar. Daar komt bij dat de resultaten in de VVT-sector er rooskleuriger uitzien door kortdurende of eenmalige effecten.

Lichte rendementsverbetering
Het rendement van VVT-instellingen is gemiddeld 1,6 procent van de omzet. Dat is een lichte verbetering ten opzichte van 2008 (0,6%) en een forse verbetering ten opzichte van 2007 (-0,7%). Een groot deel van de rendementsverbetering komt echter voort uit kortdurende of eenmalige effecten. Daarbij gaat het om de tijdelijke additionele vergoedingen verstrekt voor zorginfrastructuur en de eenmalige vergoeding voor organisaties die grootschalige woonvoorzieningen hebben omgezet in kleinschalige woonvoorzieningen. Daarnaast werden de zzp-middelen voor de opbouwers in 2009 reeds volledig ter beschikking gesteld, terwijl de afbouw over 3 jaren is verdeeld. De opbouwers hebben veelal de extra ter beschikking gestelde middelen in 2009 nog niet ingezet, omdat pas laat zekerheid is verkregen over de versnelde opbouw.

WMO-activiteiten en vastgoed
Een belangrijk onderdeel binnen de VVT-sector is het verzorgen van WMO-activiteiten (o.a. thuiszorg). Deze activiteiten zijn voor het grootste deel van de aanbieders nog steeds verlieslatend, maar in mindere mate dan vorig jaar. Een belangrijke rol speelt ook het vastgoeddossier. Ondanks dat in 2009 extra budget ter beschikking is gesteld voor versnelde afschrijvingen (circa 0,6% van de opbrengsten), blijft het vastgoeddossier zeer kritisch. Dat blijkt onder meer uit de enquête boekwaarde waarin inzicht is gegeven in de meerkosten van een kortere levensduur van het vastgoed (40 jaar in plaats van 50 jaar). De kosten hiervan worden voor de sectoren VVT, GGZ en GHZ gezamenlijk op 1,5 miljard euro geschat. Daarnaast bestaat onzekerheid over de toekomstige vergoeding voor vastgoed.

Sterk eigen vermogen nodig
PwC-director Frans Stark geeft dat een sterk eigen vermogen van groot belang voor de sector is. Ondanks de rendementsverbetering groeide het eigen vermogen uitgedrukt als percentage van de totale omzet beperkt van 17 procent naar 18 procent. Dit vermogen is inclusief 2,6 procent boekhoudkundige correctie van vorig jaar voor instandhoudingsinvesteringen. Naar verwachting stijgt het vermogen verder door een positief resultaat over 2010, waarna VVT-instellingen in 2011 met budgetkortingen (zowel in tarief als in volume) te maken krijgen. Gezien de – in grote lijnen – vaste kosten structuur, zullen de kortingen leiden tot flinke ingrepen in de bedrijfsvoering. Dit zal gepaard gaan met forse reorganisatiekosten, zo verwacht PwC.
Volgens Frans Stark is het noodzakelijk dat VVT-instellingen hun kostenstructuur (personeel en vastgoed) flexibiliseren en de personeelsmix met de omzetmix in overeenstemming brengen. “Thuiszorginstellingen hebben reeds noodgedwongen de nodige stappen gezet, maar met name verpleeg- en verzorgingshuizen moeten deze slag nog maken.”

[Accountancynieuws]

Tussenrapportage project Zorgzwaartepakketten in de praktijk

Dossier: GGZ, Intramuraal, Zorgzwaartepakketten

Onlangs is de tussenrapportage van het project Zorgzwaartepakketten in de praktijk verschenen. Dit project is een onderdeel van de monitor AWBZ en wordt uitgevoerd door NPCF, Landelijk Platform GGZ en Platform VG onder respectievelijk verzorgings- en verpleeghuizen, instellingen voor mensen met psychiatrische problemen en instellingen voor mensen met een beperking.

Het doel van het project is om een beeld te krijgen van hoe zorgaanbieders met zorgzwaartebekostiging omgaan en wat de gevolgen daarvan zijn voor cliënten. Per organisatie wordt het verhaal van ongeveer twintig cliënten in kaart gebracht aan de hand van interviews met cliënten, cliëntvertegenwoordigers, begeleiders en managers. Het project is nu halverwege. Er zijn inmiddels bij ruim tien zorgorganisaties interviews gehouden. De tussenrapportage bestrijkt de eerste onderzoeksperiode. Tot eind oktober zullen nog circa tien locaties worden bezocht om data te verzamelen. Naar verwachting zal het eindrapport begin 2011 gereed zijn.

De tussenrapportage bestaat uit een algemeen gedeelte en rapporten per zorgsector. Zie onderstaande rapporten:

[Rapport ZZP’s in de praktijk]
[Rapport ZZP’s in de praktijk: Gehandicaptenzorg (VG)]
[Rapport ZZP’s in de praktijk: Geestelijke Gezondheidszorg (GGz)]
[Rapport ZZP’s in de praktijk: Sector Verpleging & Verzorging (VV)]

[Platform VG]

Klink wil toch juridische verankering: Minister houdt vast aan vermogensklem

Dossier: Intramuraal, WTZi, Ziekenhuiszorg

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) houdt vast aan de bepaling dat ziekenhuizen de opbrengst van vastgoedtransacties aan de zorg moeten besteden. Hij wil dat juridisch alsnog verankeren. Dat blijkt uit zijn antwoord op kamervragen van de SP en het CDA. Eerder bepaalde de Raad van State dat zijn ‘vermogensklem’ juridisch niet houdbaar was.

De minister stelt in zijn reactie dat de Raad van State de vermogensklem alleen om juridische reden onhoudbaar heeft verklaard. De Raad sprak zich niet uit tegen het door hem gevoerde beleid, dat de waarde van onroerende zaken behouden moet blijven voor zorg. Hoewel de Raad zich er ook niet vóór uitsprak, stelt de minister dat zijn beleid onverkort van kracht blijft. Bovendien zijn volgens Klink in de WTZi (Wet toelating zorginstellingen) momenteel nog andere publieke en private waarborgen aanwezig die weglekken van vermogen uit de zorg voorkomen. Vaak kunnen instellingen ook niet anders omdat hun statuten dat bepalen. Dat de hoogte van het bedrag bij verkoop ook zonder bemoeienis van het College Sanering in de tussentijd afdoende zal zijn, koppelt de minister aan de marktprikkel die instellingen inmiddels kennen.

Waarborgen
Niettemin wil minister Klink zorgen dat de wettelijke grondslag er alsnog komt, bijvoorbeeld in de Wet cliëntenrechten zorg. In overleg met het College Sanering Zorginstellingen en de Nederlandse Zorgautoriteit beziet hij op korte termijn de mogelijkheden voor aanvullende waarborgen voor de periode tot aan inwerkingtreding van de gewenste wettelijke grondslag.

[bron]

Zorgsector wacht golf van faillissementen

Dossier: Intramuraal, WTZi, Ziekenhuiszorg, Zorgzwaartepakketten

22|12|08 – “De voorgenomen wijziging van het ministerie van VWS leidt tot een aanslag op het eigen vermogen van zorginstellingen en tot onvergelijkbare jaarrekeningen”.

De Nederlandse zorgsector wacht een golf van faillissementen nu het Ministerie van VWS van plan is de waardering van onroerend goed in de jaarverslagen van ziekenhuizen, verpleeghuizen en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en zorg aan gehandicapten drastisch te veranderen. Het ministerie wil dat de instellingen bij de waardering van onroerend goed niet meer de richtlijnen van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hanteren, maar de richtlijnen die in het bedrijfsleven gelden. Dit betekent dat voor alle materiele vaste activa vanaf 1 januari 2009 de gewone richtlijnen van de Raad voor Jaarverslaggeving gaan gelden.

Overgang naar waardering van de vaste activa op basis van de regels van het bedrijfsleven zal leiden tot een verkorting van de afschrijvingstermijn van de gebouwen tot een periode van dertig jaar. Dit betekent dat in één keer het gehele eigen vermogen van vele zorginstellingen verdwijnt.

Uit onderzoek van KPMG blijkt dat de noodzakelijke inhaalafschrijvingen ruim 10% van het budget van zorginstellingen bedraagt. Deze afwaardering als gevolg van de stelselwijziging gaat ten laste van het eigen vermogen dat bij vele zorginstellingen nog niet eens 10% bedraagt. “De combinatie die ontstaat door het opheffen van het oude bouwregime, het ontbreken van een overgangsregeling en het invoeren van de nieuwe regels voor jaarverslaggeving van zorginstellingen, zal leiden tot chaos bij de jaarverslaggeving van zorginstellingen”, constateert David Voetelink, partner bij KPMG Gezondheidszorg.

Voetelink: “Zelfs faillissementen zijn niet uit te sluiten. De voorgenomen wijziging leidt tot een aanslag op het eigen vermogen van zorginstellingen en tot onvergelijkbare jaarrekeningen. Alleen een heldere overgangssystematiek van het oude naar het nieuwe bouwregime kan de dreigende faillissementen en de chaos in de verslaggeving voorkomen”.

Hoewel de voorgenomen uniformering van de verslaggeving in de zorgsector aan die van het bedrijfsleven volgens Voetelink een logische stap lijkt, is het probleem in de zorg dat de waardering van de vaste activa gedurende de afgelopen decennia gebaseerd is geweest op de richtlijnen van de NZa. Voetelink: “Specialisten op het gebied van de jaarverslaggeving zullen wellicht tegenwerpen dat een eventuele lagere waardering van de vaste activa voor een deel tot uitdrukking zal komen in een post ‘financiële vaste activa’, een vordering op NZA uit hoofde van de nacalculatie voor de komende jaren. Nu heeft de NZa geen geld. Dus de vordering is een harde vordering zolang sprake is van volledige nacalculatie van de kapitaallasten of een heldere overgangsregeling. De vordering is dan ook boterzacht indien die alleen maar kan worden verdiend door productie te maken en die in rekening te brengen bij zorgverzekeraar en zorgkantoor.

Hiermee wordt het inschatten van de waarde van genoemde vordering al snel een subjectieve zaak. Het is dus totaal geen gedegen basis voor de waardering. Indien er toch sprake zal zijn van een substantiële waardering, zullen de door de zorginstellingen gehanteerde uitgangspunten sterk uiteen gaan lopen, waardoor de vergelijkbaarheid van de jaarverslaggeving volledig verloren gaat.”

[via CidZ groep op Linkedin]
[bron]

Meavita Nederland ontvlecht om zorg te continueren

Dossier: Intramuraal, Thuiszorg, Zorg

Meavita Nederland splitst het concern in drie afzonderlijke zorgondernemingen. Dit is volgens Meavita Nederland de enige manier om de zorg te continueren aan de 100.000 klanten en de werkgelegenheid van 20.000 medewerkers veilig te stellen. Het concern, ontstaan door een aantal fusies, bestaat nu nog uit vier werkmaatschappijen. Namelijk Thuiszorg Groningen, Sensire, Vitras/CMD en Meavita.

De aanhoudend slechte financiële situatie van Meavita Nederland nopen de organisatie tot deze stap. De fusies tot nu toe hebben onvoldoende kunnen bijdragen aan noodzakelijke besparingen. Verder heeft het concern onvoldoende tijdig kunnen inspelen op de snelle veranderingen in de markt waaronder de versobering van de AWBZ en de invoering van de WMO, die tot lagere opbrengsten leiden.

Afgelopen jaar heeft de Raad van Bestuur ingrijpende maatregelen genomen om toch tot goede resultaten en aanpassing aan de snel gewijzigde marktcondities te komen. Dit pakket aan maatregelen vormt de basis voor de Steunaanvraag die medio 2008 bij de Nederlandse Zorg Autoriteit (NZA) is ingediend en voor een deel is gehonoreerd.

Zeer recente financiële gegevens over 2008 geven nog steeds rode cijfers aan. Ook in 2009 zijn de vooruitzichten niet rooskleurig. De beoogde positieve effecten van de getroffen maatregelen worden te langzaam bereikt.
“Ontvlechting van het concern is dus onze enige optie om de zorg aan klanten te kunnen continueren,” zegt Charles Laurey, voorzitter van de Raad van Bestuur van Meavita Nederland. “Wij hebben de Nederlandse Zorgautoriteit, de Zorgkantoren en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport op de hoogte gebracht van deze ingrijpende stap”.

Meavita Nederland levert op dit moment intra- en extramurale zorg en een aantal zorgdiensten. Na de ontvlechting gaan Sensire en Vitras/CMD zelfstandig verder om zorg te verlenen in de regio’s Utrecht en Gelderland.

Voor Thuiszorg Groningen (provincie Groningen) en Meavita, actief in Den Haag zullen de ontvlechtingsplannen in hoog tempo worden uitgevoerd, waarbij samenwerking met anderen een optie is.

Charles Laurey: ” Meavita Nederland vertrouwt op de steun van de NZa of VWS voor deze splitsing. Het kan niet zo zijn dat de zorg aan klanten, geleverd door toegewijde medewerkers, op de tocht staat. Dit proces moeten we goed afronden”.

[bron]

Wat zegt uw balans over de waarde van uw zorgvastgoed?

Dossier: Bouw, Intramuraal, WTZi, Ziekenhuiszorg, kapitaallasten

Als de economische realiteit wijzigt, kunnen verslaggevingsregels niet achterblijven.

Een last minute wijziging in de wet- en regelgeving vlak voor het welverdiende (kerst)reces: het lijkt zowaar een nieuwe traditie in de zorg! Houd de komende dagen in ieder geval de Staatscourant nog even in de gaten. Op verschillende punten zal namelijk de Regeling Verslaggeving WTZi (RVW) worden gewijzigd. Na de jaarwisseling kunt u in navolging hiervan ook de gewijzigde RJ richtlijn 655 verwachten. Vooral de waardering van vastgoed zal onder invloed van deze wijzigingen in de spotlights komen staan. Terechte aandacht voor de waarde van het onroerend goed of een verslaggevingshype die controllers, bestuurders en toezichthouders in de zorg na het losbarsten van de kredietcrisis ook nog even moeten ondergaan?

De erfenis van de integrale vergoeding van kapitaallasten
Transparantie en afstemming op de economische realiteit zijn dé toverwoorden in de hedendaagse jaarverslaggeving. Zolang de overheid geheel garant staat voor de totale bekostiging van de kapitaallasten van het zorgvastgoed. Het vastgoed wordt gewaardeerd en afgeschreven volgens de systematiek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Deze vereisten liggen verankerd in de Regeling Verslaggeving WTZi én in de huidige Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ 655).

Waar de overheid niet geheel garant staat voor de kapitaallasten ontstaat een geheel nieuwe situatie. In die nieuwe economische context doet zich namelijk de vraag voor: hoeveel is het vastgoed feitelijk waard? Anders gesteld: hoeveel kapitaallasten kan ik nog terugverdienen gegeven de verwachte zorgvraag?

Deze verandering in de bekostiging gaat voor zorginstellingen gepaard met een onaangename erfenis. We doelen daarbij op de gevolgen van de strikte NZa-voorwaarden inzake de waardering, de relatief lange afschrijvingstermijnen en de restwaardebepaling. Als gevolg hiervan resulteert toepassing van dit systeem in de regel naar een (veel te) hoge boekwaarde van het zorgvastgoed. Een extra blok aan het been van veel zorginstellingen die volgens de financiers gemiddeld genomen toch al weinig vet op de botten hebben? Er kan dan ook gefundeerd gesteld worden dat er alle reden is om de waardering van het zorgvastgoed goed tegen het licht te houden. De huidige waarderingsgrondslagen van het WTZi-vastgoed moeten dus op de schop om de waardering van het vastgoed aan te laten sluiten bij de actuele economische realiteit.

Het einde van de integrale bekostiging van kapitaallasten van zorgvastgoed.
Door de turbulente ontwikkelingen in de bekostiging van de zorg, zoals de in juli 2008 aangekondigde uitbreiding van het B-segment is van een integrale kapitaallastenvergoeding steeds minder sprake. In 2008 kon over maximaal 20% van de ziekenhuiszorg vrij worden onderhandeld. Vanaf 2009 geldt dit voor 34% van de behandelingen. Voor een significant deel van de ziekenhuisproductie geldt nu dan ook vrije prijsvorming en een einde aan de integrale nacalculatie van kapitaallasten. Als gevolg hiervan zien zorginstellingen en banken hun financiële zekerheden van overheidswege snel slinken. De dekking van de kapitaallasten wordt namelijk steeds meer afhankelijk van de productieomvang en de afgesproken tarieven.
Ook de care-sector heeft alle reden om over de toekomst van het vastgoed na te denken. Weliswaar heeft de staatssecretaris in mei 2008 aangegeven dat er nu binnen de AWBZ-sector even te veel tegelijkertijd verandert en de tijd nog niet rijp is voor de invoering van integrale tarieven; uitstel is daarmee nog geen afstel. Verdere normering van de kapitaallastenbekostiging van de care sector wordt in 2011 verwacht. Gegeven de financiële impact en de ervaringen in de cure sector is een goede beleidsmatig onderbouwde risicoanalyse op zijn plaats.

Deze wijzigingen vragen de beleidsmatige aandacht van bestuurders en controllers voor het vastgoeddossier. Een geregeld gehoorde tegenwerping hierop is de onzekerheid die bestaat over de tariefstelling. Wij ontkennen die niet en noemen een nog veel grotere onzekerheid: de ontwikkeling van de toekomstige vraag. Dit bevestigt het strategisch karakter van het vastgoedvraagstuk. Het is niet realistisch om de terugverdiencapaciteit ‘tot achter de komma’ te prognosticeren. Maar u kunt de analyse van de diverse scenario’s niet lang uitstellen. Het nieuwe bekostigingsregime zal bij flink aantal zorginstellingen leiden tot boekwaarden die niet terugverdiend kunnen worden uit de toekomstige kasstromen. Voorkom dat het bekende struisvogelzand u het zicht op een onrendabele top ontneemt.

Veranderende verslaggeving
Nu de integrale financiering van vastgoed voor WTZi gefinancierde vaste activa langzaam maar zeker gaat verdwijnen vindt ook een verandering plaats in de externe verslaggeving. De verslaggevingsvoorschriften, gebaseerd op NZa-beleidsregels, verworden tot rudimentaire boekhoudregels die geen basis meer vinden in de economische realiteit. Er komt voor dit strakke, centraal voorgeschreven regime geen vergelijkbare vervanger: de reguliere voorschriften uit het bedrijfsleven vormen het nieuwe verslaggevingskader.

Voor het verslaggevingsjaar 2008 betekent dit (voor cure en care):
• Waardering tegen historische kostprijs blijft mogelijk;
• Jaarlijks moet worden bepaald of sprake is van bijzondere waardeverminderingen van het vast actief (“impairment”). Hier ligt een belangrijk attentiepunt: waardeverminderingen vinden hun weg naar de resultatenrekening of (als verhaal mogelijk is:) in de balans als financieel vast actief.
• De afschrijvingstermijnen moeten worden geëvalueerd en worden herijkt op de verwachte economische gebruiksduur van het zorgvastgoed;
• En als sluitstuk: waardering tegen actuele waarde gaat tot de mogelijkheden behoren.

Met de introductie van de gangbare uitgangspunten voor externe verslaggeving kunnen problemen voortvloeiend uit een irreële waardering in de toekomst worden voorkomen. Het vraagt wel een gezonde visie op de terugverdiencapaciteit van het vastgoed dat als “productiemiddel” een zelfstandige waarde heeft (en niet langer haar waarde ontleent aan het nacalculatieregime). Als deze waarde ruimschoots beneden de boekwaarde ligt: haast u zich dan naar de autoriteiten die u in het verleden te weinig gecompenseerd hebben voor het daadwerkelijke waardeverlies van het vastgoed.

Los van alle technische implicaties is het in het eigen belang van zorginstellingen niet te aarzelen om specifiek op hun instelling toegespitste waarderingsgrondslagen te hanteren die aansluiten op hun vastgoedbeleid. Dit is grote winst en doet recht aan de pluriformiteit binnen de sector.

Waardering tegen actuele waarde en impairment
Een van de interessante nieuwe mogelijkheden vormt de waardering van het vastgoed tegen actuele waarde. Vastgoed dat bedoeld is voor de bedrijfsuitoefening kan binnen dit waarderingsstelsel worden verantwoord op basis van vervangingswaarde of lagere realiseerbare waarde indien deze lager is dan de vervangingswaarde. Vooral zorginstellingen met vastgoed op strategische locaties en met een minder florisante financiële positie zien hierin de mogelijkheid om hun stille reserves tot uitdrukking te brengen op de balans.

Tegenover dit voordeel staan echter ook nadelen. De vervangingswaarde en bijzondere waardeverminderingen komen vaak tot stand op basis van subjectieve uitgangspunten. Dit kan leiden tot grotere onzekerheden over de juiste waardering van het vastgoed én tot gewenste én ongewenste schommelingen in het resultaat. Het is de vraag of het bestuur van een zorginstelling volledig verantwoordelijk kan worden gehouden voor ontwikkelingen in toekomstige kasstromen die het gevolg zijn van wijzigingen van de zorgvraagontwikkeling, de kosten en de rentevoet. Het risico is groot dat een zorginstelling zich arm of rijk rekent door het hanteren van niet-realistische toekomstgerichte uitgangspunten. Een half procent meer of minder inkomstenstijging en/of een half procent hogere of lagere disconteringsvoet hebben immers grote invloed op de hoogte van de bedrijfswaarde. Vanuit de Raad voor de Jaarverslaggeving én van uw accountant kunt u in dit kader op korte termijn de nodige handreikingen verwachten.

Wordt uw instelling er beter van?
Zeker is dat waardering van het vastgoed vanaf nu niet langer een (verplicht voorgeschreven) automatisme is, maar tot het strategisch financieel beleid van zorginstellingen gerekend moet gaan worden. Aansluiting bij het vastgoedbeleid van de zorginstelling is daarbij een vereiste.
Als na een interne toets op bijzondere waardeverminderingen blijkt dat de voorheen toegepaste waarderingsgrondslagen per saldo hebben geleid tot een onrendabele top heeft u steun uit onverwachte hoek: de geactualiseerde verslaggevingsregels bieden ruimte om een deficit te verwerken en/of toe te lichten. Zo niet, dan kan alles kan bij het oude blijven. Extra kansen zijn er overigens wel, zeker voor de instellingen die hun reële waarde van het vastgoed (lees: stille reserve) expliciet tot uitdrukking willen brengen.

Tot slot
U wordt dus uitgedaagd na te gaan of de huidige boekwaarde niet al te veel afwijkt van de realiteit. De prioriteit hiervan schatten wij dusdanig hoog in dat u hierover ook in uw externe verantwoording zo realistisch en transparant mogelijk zal willen zijn.

[bron]

Toekomst ADL-clusters

Dossier: Intramuraal, Zorg

Kamerstuk, 2 december 2008

1. Inleiding
Tijdens het algemeen overleg van 19 juni jl. heeft u vragen gesteld over de overgang van de subsidieregelingen voor ADL-clusters naar reguliere bekostiging. In mijn brief van 27 juni jl. (Tweede Kamer, 2007-2008, 26 631, nr. 261) ben ik nader op de vragen van de Kamer ingegaan. Tijdens een VAO op 3 juli hebben de leden Wolbert en Van Miltenburg een motie ingediend (Tweede Kamer, 2007-2008, 26 631, nr. 265). De leden vragen de regering aan te geven op welke wijze wordt gewaarborgd dat het ADL-clusterwonen, zoals Fokus dat aanbiedt, aangeboden kan blijven worden, zodat mensen met een zware lichamelijke handicap zelfstandig kunnen blijven wonen met eigen regie over leven, wonen en zorg. De leden vragen de regering hoe gegarandeerd wordt dat woningcorporaties en gemeenten zonder bouwsubsidie ADL-clusters zullen blijven bouwen.

2. Nieuwe verantwoordelijkheden rondom bouw en aanpassingen van ADL-clusters
Het vorig kabinet heeft besloten het aantal subsidieregelingen drastisch terug te brengen. Inzet daarbij is de uitvoeringslast te beperken door zoveel mogelijk aan te sluiten bij bestaande reguliere regelingen en verantwoordelijkheden. Dit beleid is in wetgeving verankerd: op grond van Artikel 44 van de AWBZ kan het College voor Zorgverzekeringen (CVZ) vanaf 1 januari 2009 alleen nog tijdelijk subsidies verstrekken voor zorg, als het voornemen bestaat deze op te nemen in de aanspraken op grond van de wet. Dit impliceert dat geen premiesubsidie meer kan worden verstrekt voor woningbouw en aanpassingen in ADL-clusters. Uitvoering van deze regelingen past ook niet bij de kerntaken van het CVZ.

Voor het wonen in een ADL-cluster zijn drie elementen essentieel: de bouw van ADL-clusterwoningen, de noodzakelijke aanpassingen van collectieve en individuele voorzieningen in de clusters en de ADL-assistentie op afroep. Deze drie elementen worden gefaciliteerd via de huidige drie subsidieparagrafen. In uw motie vraagt u om garanties voor het ADL-clusterwonen, zoals Fokus deze biedt. Het woord wonen in de term ADL-clusterwonen wekt in deze context verwarring. Aanbieders van ADL-assistentie (waaronder Fokus) bieden immers geen wonen, maar ADL-assistentie in ADL-woningen die worden verhuurd door de woningcorporaties. Er is in ADL-clusters sprake van scheiden van wonen en zorg, niet van verblijfszorg. Op zich is het een logische zaak dat wonen onderdeel uit maakt van het domein van de woningcorporaties. Ook is het logisch dat voor bekostiging van woonaanpassingen waarvoor gemeenten op grond van de Wmo ook al taken hebben, geen aparte AWBZ-subsidieregeling te treffen. Voor de zorg op afroep blijft uiteraard de AWBZ wel aanspreekbaar.

Met u ben ik van mening dat het ook na het beëindigen van de regelingen ADL-clusters exploiteerbaar moeten blijven. Ik hecht er dan ook zeer aan dat de bewoners van de ADL-clusters geen hinder ondervinden van de overgang. Met deze brief informeer ik u hoe ik de motie uitvoer.

Ik ben in overleg met mijn ambtgenoot van WWI, CVZ, corporaties en gemeenten over de verdere uitwerking. De kleinschaligheid van voorzieningen kan zich daarbij in de belangstelling van een uiteenlopend spectrum van bewoners verheugen. Dit geldt dus niet exclusief voor de bewoners van het Fokus-concept. Ik stel ook vast dat er op dit moment al initiatieven zijn in dit segment die tegemoet komen aan deze vraag van betrokkenen. Ik wil in het overleg met WWI dan ook voortborduren op de ervaringen die met deze initiatieven inmiddels zijn opgedaan en daarbij betrekken wat dit impliceert voor de organisatie/schaalomvang en bouw van dit type voorzieningen.

3. Actief volgen van ontwikkelingen rondom kleinschalig wonen
Ik heb altijd veel aandacht gehad voor de effecten van de invoering van zorgzwaartebekostiging voor kleinschalige woonvormen, zoals ouderinitiatieven voor kinderen met een verstandelijke of lichamelijke handicap, Thomashuizen en de ADL-clusters.
Omdat ik deze kleinschalige woonvormen die in het verleden zijn opgezet belangrijk vind, zal ik in overleg bezien welk perspectief ook in de toekomst kan worden geboden, dan wel hoe de bedrijfsvoering aangepast moet worden, indien blijkt dat de continuïteit in gevaar komt. Voorts zal ik actieve ondersteuning bieden aan de bestaande en nieuw te vormen initiatieven. Deze ondersteuning zal zich richten op het verstevigen van de financiële continuïteit en de bedrijfsvoering van deze initiatieven. Gelijk aan de inzet van ZZP-supportteams voor de ‘grote’ intramurale instellingen, zal ik een soortgelijk team opzetten specifiek ter ondersteuning van de ouderinitiatieven.

Ik heb afgesproken om in overleg met betrokkenen (het Landelijk Steunpunt Wonen, Per Saldo) de gevolgen van veranderingen in indicatiestelling en bekostiging in beeld te brengen en daar waar nodig maatregelen te treffen. Zo zal de maatwerkregeling in het kader van de invoering van zorgzwaartebekostiging die geldt voor zorginstellingen (met een op- of afbouw van het budget van meer dan 13%) ook worden toegepast voor deze initiatieven. Een werkgroep met deze partijen onder leiding van mijn ministerie zal hiertoe in het leven worden geroepen. Gezien de aard van de ADL-clusters en de gelijkenis die zij hebben met andere kleinschalige voorzieningen, zal ik Fokus ook betrekken bij deze werkgroep. Daarmee houd ik de vinger aan de pols voor wat betreft lokale initiatieven.

Ik zal u in het vervolg van deze brief voor elk van de drie elementen bouw, aanpassingen en ADL-assistentie de stand van zaken nader toelichten.

4. Bouw van ADL-clusters vanaf 1 januari 2009
De AWBZ subsidieregeling voor bouw van ADL-clusters zal per 31 december 2008 worden beëindigd. Ook daarna moeten ADL-clusters worden gerealiseerd. Zoals aangegeven, ben ik in overleg getreden met de VNG, Aedes, CVZ en het Ministerie van VROM/WWI. Ook is in breed verband gesproken met de aanbieders van ADL-assistentie.

Ingevolge de huidige subsidieregeling verstrekt het CVZ aan de corporatie circa € 50.000,– subsidie per woning. Ik ben in overleg met WWI om te bekijken of dit – gelet op het prestatieveld dat kwetsbare doelgroepen betreft en de ervaringen die hiermee zijn opgedaan in kleinschalige woonsettingen – onverkort nodig is om te realiseren dat voor specifiek Fokusbewoners wordt gebouwd.

Een actueel inzicht in de behoefte aan nieuwe ADL-clusters ontbreekt. Met de inzet van wachtlijstmiddelen is de afgelopen periode veel capaciteit gerealiseerd. De behoefte aan nieuwe voorzieningen lijkt echter af te vlakken. De afgelopen jaren is steeds sprake geweest van onderuitputting: het gebruik van de subsidie bleef aanzienlijk onder het subsidieplafond.

Ik zal het bovenstaande op korte termijn in goed overleg met het Ministerie van WWI, CVZ en Aedes nader laten onderzoeken. Aan de hand van de uitkomsten van het onderzoek wil ik met mijn collega voor WWI beoordelen of het bestaande regiem toereikend is danwel een alternatieve – niet via de AWBZ verankerde – stimuleringsregeling zinvol en mogelijk is. Uiteraard zal ik de Kamer voor 1 maart aanstaande nader informeren over de bevindingen. Zoals ik tijdens het VAO heb aangegeven zal ik in de tussentijd de € 2,1 miljoen beschikbaar houden.

5. Aanpassingen in ADL-clusters vanaf 1 januari 2009
Het subsidieplafond van de subsidieparagraaf woonaanpassingen bedraagt in 2008 € 6,3 miljoen. Het gaat hierbij zowel om individuele als collectieve woonaanpassingen in ADL-clusters.

De individuele aanpassingen zullen per 1 januari 2009 op grond van de Wmo door de gemeenten worden verstrekt. Hiervoor wordt een bedrag van € 3 miljoen toegevoegd aan het Wmo-budget. Dit bedrag is gebaseerd op het niveau van de huidige uitgaven voor individuele aanpassingen. De overheveling is medegedeeld in de circulaire gemeentefonds van 20 mei 2008. Het CVZ heeft alle wethouders en de projectleiders van de gemeenten waar zich een ADL-cluster bevindt schriftelijk geïnformeerd over de veranderingen. Ook is een uitvoerige toelichting geplaatst op de website van de Helpdesk invoering Wmo. In overleg met de VNG is besloten dat in 2009 de middelen alleen worden toegevoegd aan het budget van gemeenten waar zich een ADL-cluster bevindt. Er hebben mij geen signalen bereikt dat er op dit punt problemen te verwachten zijn.

In mijn brief van 27 juni jongstleden heb ik uitvoerig toegelicht waarom ik heb besloten om het geld voor het vervangen en onderhoud van enkele collectieve voorzieningen toe te voegen aan het subsidiebedrag van de ADL-assistentie. Daardoor komt er een opslag op het uurtarief van de ADL-assistentie. Een belangrijke verandering is wel dat niet langer de woningcorporatie, maar de aanbieder van de ADL-assistentie geld ontvangt voor onderhoud, reparatie of vervanging van collectieve voorzieningen die eigendom zijn van de corporatie. Hierover zullen partijen afspraken moeten maken. Dit kan via een gebruiksovereenkomst of via het overdragen van het eigendom. Op 30 september jongstleden heeft het CVZ een drukbezochte voorlichtingsbijeenkomst georganiseerd voor de corporaties, Aedes en zorgaanbieders.
Deze is in constructieve sfeer verlopen. Ik vertrouw er dan ook op dat partijen erin slagen goede afspraken te maken.

6. ADL-assistentie vanaf 1 januari 2009
Zoals ik in mijn brief van 29 april (Tweede Kamer, 2007-2008, 26 631, nr. 254) aankondigde zal ik voor de zorg in ADL-clusters een nieuwe tijdelijke subsidieparagraaf vaststellen voor een periode van 3 jaar. Dit acht ik noodzakelijk, aangezien ik het thans nog niet haalbaar vind de zorg in ADL-clusters onder te brengen in de reguliere AWBZ-aanspraken. Per brief van 22 september jl. heeft het CVZ mij geadviseerd over een nieuwe regeling voor ADL-assistentie. Hierbij is dankbaar gebruik gemaakt van het commentaar van de aanbieders van ADL-assistentie. Op basis van het advies van CVZ zal ik een nieuwe paragraaf voor ADL-assistentie opnemen in de Regeling subsidies AWBZ. Deze subsidieparagraaf gaat in per 1 januari 2009 en dient de continuïteit van de zorg op afroep in ADL-clusters te waarborgen.

7. Slot
In deze brief heb ik de stand van zaken aangegeven omtrent de bouw, aanpassingen en ADL-assistentie in de clusterwoningen. Ik zie erop toe dat ook na 1 januari 2009 voorzieningen tot stand zullen komen en exploiteerbaar zullen zijn. Daarmee voer ik de motie dus uit.
Voor de zorg in ADL-clusters zal ik een nieuwe tijdelijke subsidieparagraaf vaststellen voor een periode van 3 jaar. Aan de hand van de door het CVZ gesignaleerde knelpunten zal de uitvoering van de regeling aanzienlijk worden verbeterd.
Over de gevolgen van de beëindiging van de subsidieparagraaf aanpassingen zijn goede afspraken gemaakt of in voorbereiding. Ik voorzie hier geen problemen.
Zoals toegezegd zal ik op basis van gericht onderzoek in overleg met mijn collega voor WWI bezien of een nieuwe regeling voor subsidiëring van bouw van ADL-clusters nodig is. Ik zal daarbij ook de ervaringen betrekken met bouw voor andere groepen kwetsbare burgers. Hierover zult u voor 1 maart aanstaande nader worden geïnformeerd.

Ik vind het van belang om de gevolgen van de veranderingen goed te volgen. Met Fokus heb ik de afspraak gemaakt maandelijks de stand van zaken te bespreken en voorts zal Fokus worden betrokken bij de genoemde werkgroep. Eventuele knelpunten worden dus snel onder mijn aandacht gebracht, zodat voortvarend kan worden gehandeld.

[bron]

RVZ: kosten zorg moeten omlaag

Dossier: Intramuraal, Ziekenhuiszorg, Zorg

Verzekeraars moeten meer risico gaan lopen, het pakket van ouderenzorg mag niet groeien en de kosten per ziekenhuisbehandeling moeten omlaag.

Dat stelt de Raad voor de Volksgezondheid & Zorg (RVZ) in het advies Uitgavenbeheersing in de gezondheidszorg. Als de overheid niet ingrijpt, gaat over vijftien jaar alle inkomensgroei op aan de zorg, voorspelt de adviesraad. De zorguitgaven lopen volgens hem door twee oorzaken uit de hand: zorgaanbieders en verzekeraars kunnen hun risico’s afwentelen op de overheid en de kosten van Nederlandse zorg zijn relatief hoog.

Eigen bijdragen
Om de kosten te beperken, moeten onder meer in de ouderenzorg eigen betalingen komen. Dat moet geleidelijk gaan, zodat mensen kunnen sparen of bijverzekeren. De vergoede ouderenzorg wordt dan op het huidige niveau bevroren. Ook in de ‘lichte ggz’ vindt de raad meer eigen bijdragen gewenst.

Risicoverevening
Ook de risicoverevening moet anders. Verzekeraars moeten niet meer achteraf alle kosten voor chronisch zieken terugkrijgen, maar vooraf een reëel bedrag ontvangen waar ze het mee moeten doen. Dat risico prikkelt ze tot zuinige inkoop, verwacht de RVZ. Als goed voorbeeld van wat zo’n risico vermag, verwijst de raad naar de Wmo en het geneesmiddelenbeleid.

Meer artsen opleiden
Ziekenhuisbehandelingen zijn in Nederland relatief duur, omdat Nederlandse medisch specialisten veel verdienen. De RVZ pleit ervoor het aanbod aan specialisten te vergroten door er meer op te leiden. Ook zouden boven een bepaald volume de tarieven kunnen afnemen.

Niet achteraf bezuinigen
De overheid moet betere ramingen van de zorg hanteren en vooraf vaststellen waar ze het geld aan wil besteden. Zo moet er meer gebeuren aan preventie. “Wij pleiten voor ruzie vooraf en niet achteraf”, zegt RVZ-voorzitter Rien Meijerink. “De overheid moet niet telkens bij overschrijdingen bezuinigen.”

Klink blij met rapport
Minister Klink van VWS ziet het advies als een bevestiging van zijn koers. “Jullie durven voor de troepen uit te lopen, deze richting spreekt mij aan”, zei hij tegen Meijerink bij de overhandiging van het rapport. Klink verwacht veel van marktwerking en van verschuiving van de ziekenhuiszorg naar eerstelijnszorg.

[Uitgavenbeheersing in de gezondheidszorg]
[bron]

ZZP-tarieven per 1/1/09 (nov 08)

Dossier: AWBZ, GGZ, Intramuraal, VG, Zorgzwaartepakketten

Bijgevoegd een excel bestand met de ZZP tarieven per 1 januari 2009

Het gaat om de tarieven van de volgende zorgzwaartepakketten:
1VV 2VV 3VV 4VV 5VV 6VV 7VV 8VV 9VV 10VV
1GGZ-B 1GGZ-C 2GGZ-B 2GGZ-C 3GGZ-B 3GGZ-C 4GGZ-B 4GGZ-C 5GGZ-B 5GGZ-C 6GGZ-B 6GGZ-C 7GGZ-B 7GGZ-C
1VG 2VG 3VG 4VG 5VG 6VG 7VG
1LG 2LG 3LG 4LG 5LG 6LG 7LG
1LVG 2LVG 3LVG 4LVG 5LVG
1SGLVG

[ZZP Tarieven nov 08]

[bron]

Dit is een Wordpress weblog. Het thema is gebaseerd op Magatheme.

Clicky