Controlling in de zorg

Herallocatietraject zorgzwaartepakketten GGZ

Dossier: GGZ

Kamerstuk, 16 april 2009

Geachte voorzitter,
Bij de bespreking van het herallocatietraject bij de invoering van de zorgzwaartebekostiging in het najaar van 2008 heeft GGZ Nederland aangegeven dat het ZZP-stelsel naar haar mening in de sector geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nog onvoldoende stabiel is om de zorgzwaartebekostiging en de daarmee gepaard gaande herallocatie van middelen in te voeren. GGZ Nederland heeft hiervoor als voornaamste oorzaak genoemd: een onjuiste indeling in zorgzwaartepakketten met behandeling (B-pakketten) en zonder behandeling (C-pakketten). Om deze stelling van GGZ Nederland te toetsen heb ik in november 2008 aan het bureau PricewaterhouseCoopers (PwC) de opdracht gegeven een onderzoek te verrichten naar verschillen in de B- en C-pakketten. Hierbij bied ik u het rapport aan over het onderzoek naar verschillen tussen zorgzwaartepakketten met en zonder behandeling in de geestelijke gezondheidszorg. Hieronder zal ik eerst kort de belangrijkste conclusies van het onderzoek schetsen. Vervolgens zal ik een (met GGZ Nederland afgestemd) scenario op de invoering van de zorgzwaartebekostiging in de GGZ uiteenzetten.

Uitkomsten onderzoek
Cliënten die op verblijf zijn aangewezen omdat dat in verband met hun behandeling noodzakelijk is, komen – nadat ze eerst een jaar ten laste van de Zorgverzekeringswet (Zvw) hun zorg hebben genoten – in aanmerking voor een AWBZ-indicatie voor een ZZP uit de B-reeks in de GGZ. In de B-reeks van de ZZP’s is ook een component behandeling opgenomen.
Daarnaast zijn er cliënten die weliswaar in aanmerking komen voor verblijf, maar waarbij de reden van het verblijf veel meer gericht is op het noodzakelijke toezicht, ondersteuning en begeleiding. Deze cliënten komen in aanmerking voor een ZZP uit de C-reeks voor de GGZ. De C-reeks bevat geen behandelcomponent. Eventuele behandeling vindt aanvullend plaats via de Zvw.
De hoofdconclusie van het onderzoek van PwC is dat het onderscheid tussen B-en C pakketten op papier wel te maken valt, maar dat in de praktijk dit onderscheid niet eenvoudig te maken is, niet altijd uniform wordt toegepast en niet altijd gebaseerd lijkt te zijn op de vraag van de cliënt. Dit geldt overigens niet voor alle cliënten, maar betreft vooral de middengroep: er zijn cliënten die duidelijk tot of de B- of de C-groep behoren. Er is echter ook een groep waar het onderscheid tussen B en C niet zozeer lijkt te zijn ingegeven door kenmerken van de cliënt, maar door de historie, de visie van de instelling of de eigen keuze van de instelling bij gebrek aan duidelijke definities. Het meest genoemd is de onduidelijkheid rondom het begrip behandeling

Invoering zorgzwaartebekostiging GGZ
Ik wil niet aan de hand van het PWC-rapport over de B- en de C-pakketten een geheel nieuwe discussie voeren over de toekomst van de GGZ-zorg binnen de AWBZ. Wel heb ik samen met GGZ Nederland de alternatieven voor invoering van de zorgzwaartebekostiging in de GGZ verkend in het licht van een visie voor de middellange termijn. Daarbij heb ik samen met GGZ Nederland geredeneerd vanuit een toekomstperspectief waarin op middellange termijn (2011/2012) delen van de GGZ-zorg uit de AWBZ overgeheveld kunnen worden naar de zorgverzekeringswet (Zvw). Ik ben nog in overleg met GGZ Nederland over de vraag welke onderdelen van de GGZ overgeheveld kunnen worden.
Gezien dat eindperspectief heb ik – in overleg met GGZ Nederland – besloten om het onderscheid tussen B- en C- ZZP’s te handhaven en niet over te gaan tot aanpassing van de ZZP-indeling voor een relatief korte periode. De indeling in de B- en de C- pakketten is relevant om in de toekomst delen van de GGZ-zorg te kunnen overhevelen naar de zorgverzekeringswet. In 2009 werk ik samen met het centrum indicatiestelling zorg, het college voor zorgverzekeringen en GGZ Nederland aan een verdere verbetering van een eenduidige toepassing van het onderscheid tussen de B- en C-pakketten.
Gezien het feit dat het onderscheid tussen de B- en de C- pakketten wel invloed heeft op de herallocatie van elke instelling en er (door het PWC-onderzoek) gerede twijfel is ontstaan over de eenduidige toepassing daarvan, wordt de herallocatie in 2009 wel berekend, maar wordt het financiële effect daarvan in 2009 voor de GGZ-instellingen op nul gesteld. In 2009 wordt onderzocht of het mogelijk is om in 2010 het herallocatiepercentage zodanig vast te stellen dat de sector de stap die in 2009 wordt overgeslagen in 2010 kan inhalen. Over de herallocatie in 2010 en later ben ik nog in overleg met onder andere GGZ Nederland en de Nederlandse Zorgautoriteit. Daarbij worden ook de effecten van de indeling in de B- en de C-pakketten bij de productieafspraken over het jaar 2009 betrokken. De NZa wil de “groeiers” in de GGZ-sector wel laten meedelen in de bedragen die in 2009 t/m 2011 incidenteel beschikbaar zijn voor de maatwerkregeling en de opbouwregeling uit de 1% margeregeling van de contracteerruimte. Zodra hierover meer duidelijkheid bestaat, zal ik u daarover eveneens informeren.

[bron]

Verbeterd kostprijsmodel DBC GGZ beschikbaar

Dossier: GGZ

Voor betrouwbare tarieven zijn recente en representatieve kostprijzen noodzakelijk. DBC-Onderhoud is daarom in september 2008 gestart met het herijken van de kostprijsmodel DBC ggz. Hiervoor is een werkgroep samengesteld met vijf controllers uit de grotere instellingen, vertegenwoordigers van de NZa, GGZ Nederland en de NVvP. Het aangepaste kostprijsmodel DBC ggz is vanaf februari 2009 beschikbaar. Het aangepaste kostprijsmodel zal worden gebruikt voor de onderbouwing van de tarieven van de uitlevering van de DBC-productstructuur 2010.

Belangrijkste wijzigingen
De belangrijkste inhoudelijke wijzigingen zijn onderstaande.

1. Het model is compacter geworden. Dit betekent dat verwijzingen naar de projectfase en voorbeelden zijn verwijderd. Het is concreet toegeschreven op de aanlevering van de kostprijzen en beoogt niet meer een hulpmiddel te zijn voor alle instellingen in Nederland voor het berekenen van hun eigen instellingskostprijzen. Op basis van dit kostprijsmodel zal de NZa hun calculatieprincipes ontwikkelen voor de ggz.

2. Er is meer vrijheid in het kostprijsmodel opgenomen om tot kostprijzen te komen, zodat er meer aangesloten wordt bij de kostprijsmethodiek voor de ziekenhuizen. Het betreft de keuze over de wijze waarop kosten dan wel opbrengsten uit gesloten worden (stap 3) en de toepassing van verdeelsleutels bij het verdelen van indirecte kosten (stap 6). Hiermee wordt het voor instellingen makkelijker gemaakt om hun eigen kostprijsberekeningen ook geschikt te maken voor aanlevering aan DBC-Onderhoud.

3. Aan de kosten van verblijfdagen mogen, naast de kosten voor de verpleegkundige beroepen, ook de kosten voor overige beroepen, aangesteld binnen een VOV-functie (Verpleegkundig, Opvoedkundig en Verzorgend) worden opgenomen. Hierdoor worden instellingen die andere beroepen dan verpleegkundigen aanstellen binnen een verpleegkundige functie in de gelegenheid gesteld dit binnen de kostprijs voor de verblijfsdag op te nemen. Tevens wordt hierdoor aangesloten bij de werkwijze die in 2008 voor de Forensische Zorg gekozen is.

4. Eenmalige bijzondere kosten worden niet langer uitgesloten. De werkgroep is van mening dat deze jaarlijks dan wel eenmalig voorkomen, maar dat dit ook een structureel terugkerende verschijnsel is, die uitsluiten niet voor de hand liggend maakt.

5. De HHM-norm voor productiviteit blijft gehandhaafd. Deze norm is opgesteld door het adviesbureau HHM in 2002 en is als basis gebruikt voor de DBC-tarieven. Een aanpassing ten opzichte van het vorige model is dat deze norm geldt voor de gehele zorg. Het oorspronkelijke onderzoek sloot bijvoorbeeld Preventie & Dienstverlening uit van deze productiviteitscijfers. Echter, door de verschillende stelselwijzigingen is het voor instellingen niet langer mogelijk om een onderscheid te maken in soms niet langer voorkomende of verschoven opbrengsten en kosten.

6. Over het in- of uitsluiten van de vergoedingen voor beroepsopleidingen is in de werkgroep nog geen besluit genomen, hangende het advies van de NZa. De globale inhoud van dit advies, namelijk insluiten van de vergoeding, is reeds voorgesproken met de NZa en zal worden overgenomen.

Aansluiting bij de kostprijssystematiek ziekenhuizen
Tijdens de werkgroepbijeenkomsten is gekeken naar de kostprijsmethodiek van de ziekenhuizen. Er is gezocht naar een gelijke werkwijze. Waar mogelijk is dit opgenomen in het kostprijsmodel. Vanwege de fases waarin de beide DBC-systemen zich bevinden, is het niet altijd mogelijk om een exact gelijke werkwijze of formulering te kiezen.
De basis van kostprijsberekeningen is voor beide systemen, ggz en zorg, gelijk. Er wordt gewerkt met toerekening van kostensoorten via kostenplaatsen aan kostendragers. Beide systemen hanteren hetzelfde rekeningschema. Ook de algemene principes in de calculatieprincipes, waarin onder andere beschreven wordt dat het nacalculatorische kostprijzen betreft en alle kosten worden ingesloten, zijn voor de zorg gelijk aan de beschrijving binnen het kostprijsmodel ggz.

Planning
• Verzenden kostprijsmodel, aanleverformat en datacontract
naar referentiegroep 26 januari 2009
• Aangepast kostprijsmodel beschikbaar 1 februari 2009
• Aanleveringen instellingen feb/maart
• Audit op aangeleverde kostprijzen maart/april
• Berekening landelijk gemiddelde kostprijzen april
• Uitlevering DBC-productstructuur 2010 1 juli 2009

[aangepaste Kostprijsmodel 2009]
[bron]

Update uitlevering release DBC GGZ 2009 1 februari beschikbaar

Dossier: GGZ

In de codelijsten voor de DBC-systematiek in de GGZ is in 2009 een aantal tekortkomingen geconstateerd. Deze tekortkomingen waren voor de onderhouds- en branchepartijen belangrijk genoeg om een update van de codelijsten te maken. Deze update is op 1 februari 2009 beschikbaar gesteld.

Prestatiecodes
Een tekortkoming betreft het ontbreken van een aantal prestatiecodes. Het gaat hierbij om codes in de productgroep “overige stoornissen in de kindertijd” en de productgroep “overig aan middel gebonden stoornissen”. Verzekeraars zullen de betreffende DBC’s die in 2009 zijn geopend en zijn gedeclareerd afwijzen vanwege een onbekende prestatiecode. Inmiddels zijn de fouten in de prestatiecodes hersteld. De nieuwe codelijst “CL_PRESTATIECODE_v20090201” is vanaf 1 februari 2009 beschikbaar.
De betreffende documenten zijn:
Codelijsten DBC GGZ model 2009_v20090201
Toelichting updateuitlevering GGZ-tabellen_v20090201
Codelijsten 2009 Prestatiecode_v20090201

De zorgverzekeraars hebben inmiddels via Vektis ook de juiste codelijst met prestatiecodes ontvangen. Zij zullen de aanpassingen de komende week verwerken, zodat vanaf 6 februari daadwerkelijk de aangepaste prestatiecodes kunnen worden gedeclareerd.

Mutatiecodes
Een tweede tekortkoming betreft de mutatiecodes die nog niet juist beschikbaar zijn. Dit zijn technische codes voor het verwerken van de codelijsten in uw ICT-systeem. Hiervoor bestaat op dit moment nog niet een eenduidige technische oplossing. Wel is een technisch advies beschreven over de manier waarop de codelijsten in uw ICT-systeem kunnen worden ingelezen.

De doorgevoerde aanpassing in de prestatiecodes en het advies over het gebruik van de mutatiecodes zijn verder beschreven in het document “Toelichting updateuitlevering GGZ-tabellen_v20090201.doc”. Wij adviseren u dit document goed door te nemen. Deze toelichting treft u, evenals de aangepaste codelijsten aan op de pagina ‘alle documenten’ onder ‘documenten 2009’ op de website www.dbcggz.nl.

U herkent alle gewijzigde documenten aan het achtervoegsel “_v20090201″. Mocht u vragen hebben over het inlezen van de nieuwe codelijst, of over de manier waarop de codelijsten in uw systeem worden ingelezen, dan adviseren wij u hierover contact op te nemen met uw ICT-leverancier. Zij kunnen u verder informeren over de noodzakelijke stappen.

[bron]

Planning curatieve zorg

Dossier: GGZ

Kamerstuk, 18 december 2008

Hierbij wil ik u informeren over de stand van zaken en de planning die ik het komend half jaar hanteer voor de voortgang van de overheveling van de geneeskundige ggz van de AWBZ naar de Zvw. De komende maanden staat een aantal belangrijke onderwerpen op de agenda.

Periodieke meting ggz
In januari 2009 wordt het onderzoek opgeleverd dat ik laat uitvoeren naar de gevolgen van de overheveling van de geneeskundige ggz van de AWBZ naar de Zvw voor de publieke belangen toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid. Oorspronkelijk was oplevering van dit onderzoek gepland in november 2008. Om de respons op de uitgezette enquetes verder te verhogen en alle doelgroepen goed te betrekken in dit onderzoek, heb ik er samen met de veldpartijen voor gekozen om meer tijd uit te trekken voor dit onderzoek. Mijns inziens komt dit ten gunste aan de informatie die dit onderzoek moet opleveren.

NZa-uitvoeringstoets
Ik heb begin 2008 de NZa gevraagd om een uitvoeringstoets uit te brengen over de bekostiging van de geneeskundige ggz met ingang van 2010. De NZa is verzocht om aan te geven of de geneeskundige ggz zich, net als de ziekenhuiszorg, leent voor een marktordening in een A- en B-segment met eventuele vrije prijsvorming, welke stappen daartoe gezet zouden moeten worden en welk tijdpad daarmee is gemoeid. De NZa zal haar advies in januari 2009 aan mij uitbrengen.

Declaratieverkeer en financiële situatie ggz-aanbieders
Afgelopen zomer heb ik een taskforce ingesteld om knelpunten in het digitale declaratieverkeer tussen ggz-aanbieder en zorgverzekeraar op te sporen en weg te nemen. Er zijn aparte taskforces ingesteld voor de vrijgevestigden en voor de instellingen. Tweewekelijks zijn de branchepartijen bijeen gekomen om concrete casuïstiek te bespreken. Het aantal gemelde knelpunten is gedurende en na de zomer verder afgenomen. Partijen hebben eind november jl. gezamenlijk besloten dat de taskforce per 1 januari 2009 niet meer nodig is. Wel zal een vinger aan de pols gehouden worden door allen. Tevens is afgesproken dat als er signalen zijn dat de problemen in het declaratieverkeer toenemen, partijen weer snel contact met elkaar opnemen.

Bij een aantal ggz-aanbieders is er sprake van liquiditeitsproblemen die worden veroorzaakt door een combinatie van verschillende factoren, zoals de invoering van DBCs in de ggz, de gemiddeld lange doorlooptijden van deze DBCs, het feit dat het declaratieverkeer niet altijd soepel is verlopen tussen aanbieders en zorgverzekeraars en de recent toegenomen terughoudendheid van banken in het verstrekken van kredieten. Mijn ministerie is hierover regelmatig in gesprek met GGZ-Nederland en Zorgverzekeraars Nederland (ZN). Op 17 december heeft het meest recente bestuurlijk overleg plaatsgevonden, waarbij alle partijen in de geneeskundige ggz vertegenwoordigd waren. Inmiddels zijn verreweg de meeste zorgverzekeraars overgegaan tot het tijdelijk bevoorschotten van ggz-aanbieders om deze problemen in 2008 te kunnen overbruggen. In het overleg van 17 december heeft ZN aangegeven dat zorgverzekeraars zowel de noodkredieten voor de vrijgevestigden als de bevoorschottingsafspraken met instellingen voor 2008 zullen voortzetten in 2009. Ook zullen de zorgverzekeraars die dat in 2008 nog niet deden, met ingang van 2009 wel een voorschotregeling treffen waar dat nodig is. ZN hecht hierbij wel waarde aan het feit dat zorgverzekeraars de vrijheid behouden om bepaalde voorwaarden te stellen aan de bevoorschotting. Wel gaan ZN en de ggz-branchorganisaties de komende weken gezamenlijk in overleg om te bezien in hoeverre er enige convergentie bereikt kan worden in de verschillende voorwaarden die gesteld worden. Zij berichten mij uiterlijk half januari over de resultaten.

Ik heb daarnaast, net als bij de ziekenhuizen, een quick-scan laten doen onder ggz-instellingen naar hun financiele positie. De quick-scan is inmiddels gereed. De deelname aan de qiuck scan is goed te noemen, de deelnemende ggz-instellingen vertegenwoordigen circa 80% van de totale uitgaven aan curatieve ggz. Uit de quick-scan blijkt dat er geen sprake is van IJslandse tegoeden en aandelenportefeuilles die in waarde zijn gedaald zijn. Wel is er een grote (her)financieringsbehoefte voor rekening courant of vergelijkbaar korte termijn krediet. De verwachting is dat deze behoefte nog met 30 % stijgt de komende paar maanden.

Ik zal de komende maanden uiteraard de situatie nauwlettend volgen. Eind februari is het volgende bestuurlijk overleg gepland en dan zal de stand van zaken wederom besproken worden.

Stand van zaken motie Van Gerven: onderzoek naar deeldeclaraties
Naar aanleiding van de liquiditeitsproblemen die vrijgevestigde aanbieders in de ggz ondervinden, is door kamerlid Van Gerven in het VAO van 3 juli jl. een motie ingediend om deel-DBCs mogelijk te maken. Dit is ook in het Algemeen Overleg Zvw van 27 november jl. aan de orde geweest. Ik wil het het eventuele beeld wegnemen dat er onvoldoende voortgang wordt geboekt bij de uitvoering van de motie. Ik ben met partijen intensief in overleg hoe de motie uitgevoerd kan worden. Daarbij kijken we in eerste instantie naar een goede oplossing voor de vrijgevestigden, maar willen we tegelijkertijd bezien of ook de instellingen daarmee gebaat zouden zijn. Ik ben op zoek naar een oplossing die past binnen het systeem en die zo min mogelijk extra administratieve lasten met zich mee brengt. Het overleg heeft tot nu toe geresulteerd in vijf mogelijke varianten. Momenteel wordt bekeken wat de gevolgen zijn van deze varianten voor de DBC-productstructuur, ICT en administratieve lasten. Omdat alle varianten een ICT-aanpassing tot gevolg hebben, zal inwerkingtreding niet voor 2010 uitvoerbaar zijn. Partijen zoeken gezamenlijk naar een goede oplossing voor deze complexe materie, maar erkennen dat een zeer zorgvuldige afweging gemaakt moet worden voordat over verdere invoering besloten wordt. Ik zal u hier zo snel als mogelijk nader over informeren. Zoals vermeld, wordt intussen voorkomen dat ggz-aanbieders in acute financiële problemen komen, omdat zorgverzekeraars ook in 2009 zullen bevoorschotten of noodkredieten verstrekken waar dat nodig is.

Tariefmaatregel ggz
De in de ontwerpbegroting 2009 aangekondigde generieke tariefmaatregel in de tweedelijns curatieve GGZ, ter compensatie van het vervallen van de eigen bijdrage voor psychotherapie, gaat niet door. Ik heb besloten het budgettair tekort te betrekken bij de beoordeling van de afrekening (realisatiecijfers) over 2008. Ik wil dan bezien of er binnen de ggz, danwel binnen het BKZ sprake is van andere structurele mee- of tegenvallers. De voorlopige realisatiecijfers zijn naar verwachting in het tweede kwartaal van 2009 bekend. Op basis van deze realisatiecijfers zal ik een integrale afweging kunnen maken of en zo ja, welke maatregel(en) ik neem met ingang van 2010. Het blijft derhalve wel een mogelijkheid dat vanaf 2010 alsnog een structurele maatregel genomen wordt in de ggz.

Verdere verbetering DBC-systeem
Ik krijg diverse signalen dat vrijgevestigde psychiaters en meer specifiek de kinder- en jeugdpsychiaters, een daling in omzet meemaken door de invoering van de DBC-systematiek. DBC-Onderhoud voert samen met de NVvP een onderzoek uit naar de mogelijke oorzaken van de omzetdaling bij kinder- en jeugd psychiaters. Resultaten komen binnenkort beschikbaar. Daarnaast heb ik zeer recent besloten te laten onderzoeken of ook de andere vrijgevestigde psychiaters en psychotherapeuten een omzetdaling meemaken. Daarbij vind ik zeer belangrijk te weten wat de oorzaken zijn van de eventuele omzetdaling, alvorens ik een besluit neem over of die omzetdaling gecompenseerd zou moeten worden.

DBC-O is samen met VWS en de onderhouds- en veldpartijen bezig met het inventariseren van de onderwerpen die per 2010 en verder verbeterd kunnen worden in het DBC-systeem voor de ggz. Eind november 2008 is een eerste groslijst van onderwerpen vastgesteld door alle partijen. In februari 2009 stellen partijen vast welke zaken definitief aangepast zullen worden in 2010 en welke punten op de (middel-)lange termijn agenda komen. Daarnaast voert DBC-O een kostprijsherijking uit over de DBC-kostprijzen in de ggz. Doel is het aanpassen van het kostprijsmodel en het actualiseren van de GGZ kostprijzen. De nieuwe kostprijzen zullen naar verwachting in maart en april 2009 geauditeerd worden zodat de kostprijzen kunnen worden gebruikt bij de berekening van tarieven die ingaan per 1 januari 2010.

Privacybescherming en de ggz client
Ik betreur het dat de laatste tijd onrust is ontstaan over de bescherming van de privacy van de ggz client binnen het DBC systeem. Zoals ik u ook reeds heb geïnformeerd in mijn brief aan uw commissie van 6 november jl. (TK 2008-2009 kamerstuk 29248 nr 71) in reactie op een eerdere brief van ‘De Vrije Psych’, is er bij de totstandkoming van de DBC GGZ systematiek een zorgvuldige afweging gemaakt tussen enerzijds de bescherming van de privacy van de cliënt en anderzijds de rol die de verzekeraar onder de Zvw vervult. De werkwijze, waarbij de diagnose-informatie op de declaratie zoveel mogelijk beperkt is, is in de zomer van 2006 ter toetsing voorgelegd aan het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Het CBP heeft met bovengenoemde werkwijze ingestemd per brief van 6 december 2006. De verzekeraar heeft op die manier wel inzicht in de aard maar niet in de inhoud van de individuele zorgvraag van de individuele verzekerde.
De voorzieningenrechter heeft onlangs evenmin aanleiding gezien dit beleid strijdig te achten met het privacyrecht.
Zoals ik in mijn eerder genoemde brief van 6 november heb aangegeven is er sprake van een economisch delict als aanbieders in de tweedelijns ggz niet declareren op basis van DBCs. De cliënt is er uiteindelijk de dupe van als de zorgverzekeraar de kosten niet vergoed. Daarom roep ik de betreffende vrijgevestigde psychotherapeuten en psychiaters op hun besluit te heroverwegen. Ik heb van de NZa begrepen dat zij de handhaving op het gebruik van DBCs heeft aangescherpt.

Informeren
Mijn laatste voortgangsrapportage heeft u in mei ontvangen. Vervolgens bent u in juli jl. geïnformeerd over mijn beleidsvoornemens voor de ggz in 2009. In januari 2009 komt de periodieke meting overheveling GGZ beschikbaar. Tevens brengt de NZa dan de uitvoeringstoets uit over de bekostiging van de geneeskundige ggz met ingang van 2010. Op basis daarvan zal er overlegd worden met veldpartijen en naar verwachting kan ik u dan begin maart informeren over de met veldpartijen gemaakte afspraken.

[bron]

Gebrek aan contanten in ggz opgelost

Dossier: GGZ

UVIT is als laatste zorgverzekeraar gezwicht voor de roep om voorschotten te geven aan ggz-instellingen. Daarnaast kunnen instellingen versneld dbc-compensatie krijgen over 2008. Het liquiditeitsprobleem in de geestelijke gezondheidszorg is daarmee opgelost.

UVIT weigerde tot enkele weken geleden ggz-instellingen te bevoorschotten. De verzekeraar vond dat niet passen bij het principe van de nieuwe bekostiging, waarbij aanbieders geld krijgen na het declareren van diagnose-behandelingcombinaties (dbc’s). Na protesten vanuit de sector heeft UVIT nu besloten toch tussentijds te betalen aan ggz-instellingen met cashproblemen. En niet alleen voor een half jaar, zoals UVIT eerst aankondigde, maar in heel 2009. “Als het nodig is nog een jaar te bevoorschotten, is het ook geen probleem”, zegt woordvoerster Sandra de Jong.

Dbc’s
Ggz-instellingen en vrijgevestigde hulpverleners kwamen in 2008 in geldnood door de overgang naar de nieuwe bekostiging. Zij kunnen pas declareren als een behandeling is afgelopen, maar dat duurt gemiddeld acht maanden. Een aantal ggz-aanbieders kan vanwege administratieve problemen helemaal nog geen dbc’s declareren. Sommige instellingen moesten leningen afsluiten om salarissen te kunnen uitbetalen. GGZ Nederland heeft hard gelobbyd voor een oplossing van het liquiditeitsprobleem. Volgens de brancheorganisatie gaat het niet om voorschotten, maar om tussentijdse betalingen die in andere branches normaal zijn. “Iedere aannemer vraagt voor hij aan het werk gaat twintig of dertig procent van het totale bedrag”, zegt directeur Jos de Beer van GGZ Nederland.

Menzis en Achmea
Menzis en Achmea betaalden aanvankelijk ook niet vooruit, maar gingen eerder dit najaar overstag. “Sinds oktober bevoorschotten we voor honderd procent”, zegt Menzis-woordvoerder Michael Verheul. Bij Achmea moeten instellingen wel tonen dat ze financiële problemen hebben. Er hebben zich overigens maar vier instellingen gemeld, zegt woordvoerster Christine Rompa. Agis bevoorschot van meet af aan. “Wij willen duurzame relaties met zorgaanbieders en hebben al in 2007 besloten alle aanbieders te bevoorschotten”, zegt accountmanager ggz-zorginkoop Thijs Stoop.

De instellingen krijgen bovendien contanten omdat ze sneller een tegemoetkoming ontvangen voor het gat tussen dbc-tarieven en de oude bekostiging. Dat extra geld zouden ze aanvankelijk in stappen moeten aanvragen, maar ze kunnen het nu aan het eind van 2008 in een keer ontvangen, heeft de Nederlandse Zorgautoriteit vorige week besloten.

[bron]

ZZP-tarieven per 1/1/09 (nov 08)

Dossier: AWBZ, GGZ, Intramuraal, VG, Zorgzwaartepakketten

Bijgevoegd een excel bestand met de ZZP tarieven per 1 januari 2009

Het gaat om de tarieven van de volgende zorgzwaartepakketten:
1VV 2VV 3VV 4VV 5VV 6VV 7VV 8VV 9VV 10VV
1GGZ-B 1GGZ-C 2GGZ-B 2GGZ-C 3GGZ-B 3GGZ-C 4GGZ-B 4GGZ-C 5GGZ-B 5GGZ-C 6GGZ-B 6GGZ-C 7GGZ-B 7GGZ-C
1VG 2VG 3VG 4VG 5VG 6VG 7VG
1LG 2LG 3LG 4LG 5LG 6LG 7LG
1LVG 2LVG 3LVG 4LVG 5LVG
1SGLVG

[ZZP Tarieven nov 08]

[bron]

NZa stelt ZZP-tarieven vast

Dossier: AWBZ, GGZ, Intramuraal, Zorgzwaartepakketten

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de beleidsregels en tarieven voor de zorgzwaartepakketten (zzp’s) vastgesteld. In 2009 wijzigt het bekostigingssyteem van de intramurale AWBZ-zorg ingrijpend. Voor cliënten is dit een verbetering omdat zij een pakket krijgen dat past bij hun zorgzwaarte. Nu de beleidsregels en tarieven zijn vastgesteld is de zorgzwaartebekosting per 2009 een feit.

Per 1 januari 2009 gaat de financiering van bedden en plaatsen van een aanbodgericht bekostigingssysteem over naar een vraaggestuurde bekostiging in ZZP’s. Dat betekent dat niet de instelling centraal staat, maar de zorgvraag van de cliënt die verblijfszorg nodig heeft. Voor de verschillende soorten verblijfszorg zijn zorgzwaartepakketten gemaakt. Een ZZP omvat wonen, zorg, diensten, dagbesteding en/of behandeling. Met de invoering van ZZP’s krijgen de cliënten een pakket dat past bij hun zorgzwaarte. Op deze manier is er meer ruimte voor clienten om met de instellingen keuzes te maken over de precieze invulling van de zorg en ondersteuning.

De invoering van ZPP’s voor de 900 zorginstellingen voor verpleging en verzorging, gehandicaptenzorg en geestelijke gezondheidszorg gebeurt zorgvuldig en fasegewijs. In 2009 heeft de invoering voor alle zorgaanbieders en zorgkantoren een financieel effect. In de beleidsregel herallocatie staat beschreven hoe de omzetting van oude historische-budgetten naar nieuwe ZPP-budgetten voor zorgaanbieders en zorgkantoren plaatsvindt. De beleidsregel invoering ZZP beschrijft hoe in 2009, 2010 en 2011 de budgetten moeten worden aangevraagd. In de beleidsregels prestatiebeschrijvingen en tarieven staan de prestaties en ook de toeslagen die (nog) van toepassing zijn.
In 2010 wordt alleen bekostigd op basis van ZZP’s. In 2011 is de invoering van ZZP’s een feit en zijn alle oude historische budgetten omgezet in ZZP-budgetten.

Voor de invoering van de zorgzwaartebekostiging per
1 januari 2009 heeft de NZa drie beleidsregels invoering, herallocatie en tarieven/prestaties opgesteld. Een technische toelichting maakt deel uit van de beleidsregels. Daarnaast is er een algemene circulaire waarin de invoering van de zorgzwaartebekostiging op hoofdlijnen wordt toegelicht.

[Algemene circulaire en de beleidsregels]

[bron]

Aanbieding van de Trendrapportage GGZ 2008

Dossier: GGZ

Kamerstuk, 27 oktober 2008

Hierbij bied ik u aan de eerste publicatie van de Trendrapportage GGZ 2008 die op verzoek van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is opgesteld door het Trimbos instituut.
De Trendrapportage GGZ 2008 bestaat uit drie verschillende delen en brengt ontwikkelingen en trends in de geestelijke gezondheidszorg in beeld en analyseert deze ontwikkelingen.
De Trendrapportage GGZ 2008 komt in de plaats van het Jaarboek van de Nationale Monitor Geestelijke Gezondheidszorg van het Trimbos instituut die vorig jaar voor het laatst is verschenen.

[Trendrapportage GGZ 2208, Deel 1 Organisatie, structuur en financiering]
[Trendrapportage GGZ 2008, Deel 2: toegang en zorggebruik]
[Trendrapportage GGZ, Deel 3: kwaliteit en effectiviteit]

[bron]

Beleidsvoornemens GGZ in de Zvw 2009

Dossier: GGZ

Kamerstuk, 24 juli 2008

In deze brief aan de Tweede Kamer schetst minister Klink de beleidsvoornemens voor 2009 geneeskundige GGZ in de Zvw. De voornemens zijn mede tot stand gekomen naar aanleiding van de uitkomsten van overleg met veldpartijen.

[Beleidsvoornemens GGZ in de Zvw 2009]

[bron]

AO overheveling GGZ

Dossier: GGZ

Kamerstuk, 25 juni 2008

Brief van minister Klink aan de Tweede Kamer over de overheveling van de geneeskundige geestelijk gezondheidszorg (GGZ) van de AWBZ naar de Zorgverzekeringswet (Zvw). Hij schrijft onder meer: ‘Ik wil de sector nogmaals een groot compliment maken voor de geleverde inspanning tot nu toe.’

[Kamerbrief AO overheveling GGZKamerstuk]
[Monitor overheveling GGZ van de AWBZ naar de ZVWKamerstuk]
[Rapportage 'In gesprek met het veld']
[Indicatoren monitor GGZ (bijlage 3)]
[Wachttijden in GGZ-instellingen 2007]

[bron]

Populair deze maand

Populair dit jaar

Dit is een Wordpress weblog. Het thema is gebaseerd op Magatheme.

Clicky