Controlling in de zorg

Plan om ‘verblijf’ uit zzp1 en zzp2 te halen

Dossier: Bouw, Zorgzwaartepakketten

Het ministerie van VWS heeft vergevorderde plannen om vanaf 2012 de wooncomponent uit de laagste twee zorgzwaartepakketten (zzp’s) in de verpleging en verzorging te schrappen. Dat gebeurt in het kader van scheiden van wonen en zorg. Dat zegt althans algemeen directeur Michiel Wentges van BOB Advies, meldt Zorgvisie.

Michiel Wentges heeft van ingewijden binnen de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en branchevereniging ActiZ vernomen dat het ministerie het komend jaar erop aanstuurt om voor zzp1 en zzp2 de functie ‘verblijf’ definitief te schrappen. In een overgangsperiode naar risicodragend vastgoed gaat het ministerie weliswaar nieuwe integrale tarieven introduceren voor de zwaardere zzp’s, maar voor de twee lichtste zzp’s komt geen zogenoemde Normatieve huisvestingscomponent (NHC). De NHC is het bedrag dat zorginstellingen via zorgzwaartepakketten krijgen voor hun huisvestingskosten. In de verpleging en verzorging valt onder zzp1 ‘beschut wonen met enige begeleiding’ en onder zzp2 ‘beschut wonen met begeleiding en verzorging’.

Brief in mei
‘Dit bericht hoor ik in reactie op de uitgelekte ambtelijke brief van 7 oktober 2010′, zegt Wentges tegen Zorgvisie. ‘In die brief wordt het traject voor de invoering van integrale zzp-tarieven in de care geschetst. Wij wilden weten hoe het mogelijk is dat de overheid aan de ene kant zegt dat scheiden van wonen en zorg een feit wordt, maar ondertussen de invoering van de NHC middels een langjarig traject (tot 2018) voorstaat. Uit verschillende reacties maken wij op dat het komende jaar wel een begin gemaakt wordt met het scheiden van wonen en zorg voor zzp1 en zzp2.’ Volgens Wentges sturen de VWS-ambtenaren duidelijk op 2012. “‘We hebben vernomen dat in mei dit jaar een brief van VWS komt waarin een en ander wordt duidelijk gemaakt’, aldus Wentges.

[Zorgmarkt]

Kabinet zet zorg-PPS in de ijskast

Dossier: Bouw

Het kabinet heeft besloten om publiek-private samenwerking in de gezondheidszorg niet langer actief te stimuleren. Dat schrijft minister De Jager van Financiën in de kabinetsvisie ten aanzien van DBFM.

Geen resultaat
In een Kamerbrief zegt De Jager publiek-private samenwerking, meer in het bijzonder het concept van Design, Built, Finance en Maintain (DBFM), op het terrein van zorghuisvesting voorlopig in de ijskast te zetten, omdat “er helaas geen DBFM-project tot stand is gekomen, ondanks de vele activiteiten die het Rijk heeft ondernomen om DBFM van de grond te krijgen.”

Overgang
De Jager vermoedt dat het gebrek aan resultaat te maken heeft met het feit dat de zorg middenin de overgang naar prestatiebekostiging zit. “Dit overgangsproces met alle onzekerheden van dien is nadelig voor het verkrijgen van financiering van nieuwbouwprojecten”, aldus De Jager. De Jager verwacht partijen in de zorgsector DBFM alsnog in overweging zullen gaan nemen. “Verder is het denkbaar dat de mogelijkheden die VWS zal creëren om meer risicodragend kapitaal in de zorg aan te trekken, een stimulans voor DBFM kunnen zijn”, aldus De Jager.

Alternatief
Directeur René van Duuren van vastgoedorganisatie Blanxx is teleurgesteld over het besluit van het kabinet. “De overheid schiet zichzelf in eigen voet”, reageert Van Duuren. “De infrastructuur in de zorg is over het algemeen verouderd, terwijl instellingen de financiering van nieuwbouw via de geijkte kanalen vaak niet rond krijgen. Dus juist nu kan publiek-private samenwerking of DBFM een alternatief zijn.”

Niet gestimuleerd
Van Duuren vindt daarnaast dat De Jager ten onrechte de indruk wekt dat de overheid publiek-private samenwerking in de zorg actief heeft gestimuleerd. “Ik heb niet de indruk dat de overheid er heel hard aan getrokken heeft. Het vorige kabinet noemde publiek-private samenwerking opzichzelf kansrijk, maar ingewikkeld. Zorgaanbieders zijn daarom niet echt gestimuleerd om te onderzoeken of het een bruikbaar concept is.” Daarbij lijkt De Jager voorbij te gaan aan de feitelijke ontwikkelingen in het veld. Zo hebben zowel het Gemini ziekenhuis in Den Helder als het Maasziekenhuis Pantein in Boxmeer nieuwbouwplannen langs de lijnen van DBFM ontwikkeld.

[Skipr]

Besluit over garantstelling ziekenhuis Hardenberg uitgesteld

Dossier: Bouw, Ziekenhuiszorg

De gemeenteraad van Hardenberg heeft dinsdagavond een besluit over een garantstelling voor het nieuwe ziekenhuis in Hardenberg uitgesteld. Dat meldt de Stentor.
Het wachten is nu op een nieuw voorstel van burgemeester en wethouders. Naar verwachting komt het onderwerp medio november weer aan bod. Wethouder Douwe Prinsse noemde het verstandig om te wachten met het nemen van een besluit.

De kosten van een nieuw ziekenhuis bedragen zo’n tachtig miljoen euro. Het voorstel is dat de gemeente voor vijftien miljoen euro borg gaat staan. De politieke partijen stelden dat zij te weinig informatie hadden om een verstandig besluit te nemen en hebben een wensenlijst ingediend waar het nieuwe voorstel aan moet voldoen. Dat is onder meer: helder, transparant, realistische omzetcijfers, overzicht van de risico’s en zekerheden en, mogelijke alternatieven voor de garantstelling.

[Zorgvisie]

Garantie bouwfinanciering cure verlengd

Dossier: Bouw

De ‘Garantie Ondernemingsfinanciering curatieve zorg’ (de Go Cure) wordt verlengd tot 31 december 2011.

Met deze regeling wil de overheid zorginstellingen ondersteunen bij het aantrekken van nieuwe bankleningen voor financiering van nieuwbouw, verbouw, renovatie of groot onderhoud. De overheid staat voor 50% garant bij nieuwe bankleningen van 1,5 tot 50 miljoen euro. De Go Cure wordt, namens de demissionaire ministeries van Economische Zaken en VWS uitgevoerd door Agentschap NL.

Bouwstimulans
De regeling is bedoeld als bouwstimulans voor ggz, categorale instellingen, zelfstandige behandelcentra en ziekenhuizen. Nu de bouwnijverheid gebrek aan opdrachten heeft, is het mogelijk gunstige bouwsommen af te spreken, wat de bouwkosten kan drukken. Deze regeling kan ook ingezet worden om units voor lang verblijf te bouwen bij geïntegreerde ggz-instellingen.

Roll over
Onder deze regeling kunnen leningen met variabele rente (roll over) gebracht worden. Als de rente gefixeerd wordt met een rente-swap geldt de rentevergoeding volgens de beleidsregel Lange Rente van de Nza. De roll over lening op zich kan een aanzienlijke kostenbesparing opleveren in het huidige financieringsklimaat.

250 miljoen euro
Voor de Go Cure is 250 miljoen euro beschikbaar. Met 50% garantie kan dus voor 500 miljoen euro aan leningen verstrekt worden. Tientallen ggz-instellingen zijn niet bij het Waarborgfonds aangesloten. Het is bekend dat ook bij het Waarborgfonds aangesloten ggz-instellingen hun bouwfinanciering moeilijk rond krijgen. Zodoende kan deze regeling een alternatief zijn voor borging door het Waarborgfonds.

[zorgmarkt]

AzM bereidt nieuwe steunaanvraag voor

Dossier: Bouw, Ziekenhuiszorg

Het bestuur van het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) bereidt een nieuwe steunaanvraag voor. Dat bevestigt azM-woordvoerder André Leblanc.

De nieuwe aanvraag is niet bedoeld voor de ondersteuning van de bouw van de twee torens van het azM. Het gaat om steun voor een ander nieuwbouwproject. Volgens Leblanc is de aanvraag een directe reactie op de nieuwe houding van de Provinciale Staten van Limburg. Vorige week bleek een meerderheid van de provincie voor het verlenen van steun te zijn aan Limburgse ziekenhuizen zoals het Atrium en het Laurentiusziekenhuis. “Hoe onze aanvraag er precies uit zal gaan zien is nog niet helemaal duidelijk. We zullen waarschijnlijk om een garantiestelling van de provincie vragen.”

Open deur
Volgens de woordvoerder staat het azM er financieel niet slecht voor. “De bouw van de twee torens is helemaal financieel gedekt. Maar als de provincie steun gaat bieden aan ziekenhuizen in de regio, willen wij daar natuurlijk ook gebruik van maken. Ze zullen bij de provincie ook niet verrast zijn van ons voornemen. Men heeft daar voorzien dat steun voor één ziekenhuis de deur open zet voor steun aan andere ziekenhuizen.”

[zorgvisie]

Brabant niet garant voor nieuwbouw ziekenhuis Bernhoven

Dossier: Bouw, kapitaallasten, Ziekenhuiszorg

Ziekenhuis Bernhoven heeft eerder dit jaar vergeefs bij de provincie Noord-Brabant aangeklopt voor steun toen het ziekenhuis nog geen lening kreeg voor de nieuwbouw in Uden. De provincie wees het verzoek om garantstelling af. Manon Velde van de raad van bestuur heeft dat vrijdag 17 september 2010 desgevraagd gezegd bij de viering van de ondertekening van de financieringsovereenkomst die het ziekenhuis uiteindelijk op eigen kracht met de Rabobank en ING heeft afgesloten. De nieuwbouw van het ziekenhuis kost 130 miljoen euro en is volledig gefinancierd. Ondanks de kritische opstelling van de banken valt de rente – dankzij de recente daling – lager uit dan gedacht, aldus Velde.

Kredietcrisismaatregelen
Een provinciewoordvoerder zegt dat het ziekenhuis een beroep wilde doen op de kredietcrisismaatregelen van de provincie. Het verzoek is afgewezen omdat Noord-Brabant zich wilde concentreren op stimulering van de woningbouw.

PS Limburg steunen wel
In Limburg vroegen al verschillende ziekenhuizen om steun van de provincie nadat die borg stond voor het sociaal plan van het noodlijdende Orbis Medisch Centrum in Sittard. De rechter oordeelde dat de waarborg geen staatssteun vormde. De ziekenhuizen redeneerden dat zorginstellingen vrij ruime mogelijkheden hebben om financiële steun te ontvangen van lokale overheden als de centrale overheid geen steun meer wenst te bieden. Provinciale Staten denken inmiddels ook serieus na over hulp aan het Atrium Medisch Centrum in Heerlen voor nieuwbouw en een verbouwing.

Begin bouw
De bouw van het ziekenhuis in Uden begint deze week officieel en oplevering staat eind 2012 gepland. Begin 2013 verhuizen de patiënten van de huidige locaties in Oss en Veghel naar Uden.

[Zorgmarkt.net]

Nieuw bouwbeleid bespaart miljoenen in cure

Dossier: Bouw, kapitaallasten, Ziekenhuiszorg

Het nieuwe bouwbeleid in de zorg leidt tot een besparing in de cure tussen de 300 en 390 miljoen euro. Dat blijkt uit een inventarisatie van de eerste effecten van het nieuwe beleid door Plexus en BKB in opdracht van het ministerie van VWS.

Daling kapitaallasten
Het nieuwe bouwbeleid leidt tot een daling van de kapitaallasten met ongeveer vijftien procent. Dat betekent een besparing op macroniveau van 150 miljoen euro per jaar. Daar bovenop komt een besparing van 200 tot 240 miljoen euro per jaar dankzij een betere logistiek van het primaire proces. Uit de inventarisatie van Plexus en BKB blijkt dat dankzij de nieuwe bouwconcepten een efficiëntere logistiek mogelijk is.

Vierkante meters
Extra vierkante meters vertalen zich in hogere exploitatiekosten. Zorgaanbieders proberen deze zo laag mogelijk te houden gezien hun toegenomen risicodragendheid. Ten tijde van het oude beleid kwamen extra vierkante meters goed van pas voor bijvoorbeeld toekomstige groei. Bestuurders maken nu een duidelijke afweging in de noodzaak van de extra vierkante meters. Het nieuwe bouwbeleid heeft zodoende een daling van het aantal vierkante meters van bouwplannen tot gevolg en daarmee lagere exploitatiekosten.

Onduidelijkheden
Onder zorgaanbieders bestaat er wel nog veel onduidelijkheid over het bouwbeleid. Bestuurders worstelen ondermeer met het boekwaardeprobleem, volumegroei in business cases in relatie tot het z-model en de overgangsregeling in de cure. In de care speelt ook de normatieve huisvestingscomponent.

Risicodragend kapitaal
Daarnaast is het nog onduidelijk in hoeverre risicodragend kapitaal wordt toegestaan in de zorg. Plexus en BKB concluderen in hun inventarisatie dat het toelaten van risicodragend kapitaal het meest wenselijk is. Dit kan de doelmatigheid van zorginstellingen bevorderen. Als mogelijk nadeel signaleren de partijen wel dat de introductie van risicodragend kapitaal kan leiden tot onnodige volumegroei. De volumeprikkel is nu echter ook al aanwezig in het huidige bekostigingsmodel in de cure, die prikkel neemt waarschijnlijk wel toe. In de care is de prikkel nog beperkt aanwezig, maar dit zal ook toenemen bij de introductie van risicodragend kapitaal. “Daarom is het essentieel dat overheid en zorgverzekeraars gaan sturen op het beperken van praktijkvariatie”, aldus Plexus en BKB in de rapportage Werken aan de Zorg.

[Skipr]

MST werkt nog steeds aan financiering nieuwbouw

Dossier: Bouw, Ziekenhuiszorg

De gemeente Enschede stelt het Medisch Spectrum Twente pas een lening van 17 miljoen euro beschikbaar als de financiën rond zijn. De onderhandelingen over de financiering zijn in een vergevorderd stadium, weet RTV Oost.

Lening gemeente
Het MST is ervan overtuigd dat de nieuwbouw er gewoon komt. Dat het ziekenhuis het geld van de gemeente nog niet krijgt, is geen probleem. Tegenover RTV Oost verklaart een woordvoerder het geld ook nog niet te willen, omdat het toch nog niet geïnvesteerd kan worden. Eerder bleek al dat de nieuwbouw met tenminste drie maanden is uitgesteld.

[Skipr]

PPS biedt intramurale zorg voordelen

Dossier: AWBZ, Bouw

Bij publiek-private samenwerking worden ontwerp, bouw, financiering, onderhoud, en/of facilitaire dienstverlening (DBFM(O)) als één opdracht uitbesteed. Dat biedt veel voordelen voor de intramurale gezondheidszorg.

Gebouwgebonden PPS is een vorm van samenwerking waarbij de markt gebouwen en diensten levert aan de overheid tegen een prestatiegerelateerde beloning. De prestatie of dienst (bijvoorbeeld beschikbaarheid van ruimten of facilitaire diensten) wordt pas geleverd als de gebouwen gerealiseerd zijn. De markt wordt geprikkeld om goed te blijven presteren doordat betaling gefaseerd over de looptijd van het contract plaatsvindt op basis van daadwerkelijke beschikbaarheid. De markt neemt verantwoordelijkheid voor het integrale product en pakt het aan met een langetermijnvisie (de contracten worden voor tientallen jaren afgesloten).
Ook de financiering is onderdeel van de opdracht. De risico’s op overschrijdingen worden zo overgedragen aan (en beprijsd door) de markt. De markt heeft een groot belang bij het adequaat managen van de risico’s en kan dat ook het beste.

Ervaringen
In Engeland heeft PPS tot successen geleid en is het inmiddels een veel toegepaste samenwerkingsconstructie. Als belangrijkste voordelen worden tijdige oplevering en realisatie binnen budget genoemd.
PPS in de vorm van DBFM(O)-contracten heeft behalve tot een tijdige oplevering van gebouwen, ook geleid tot meer continuïteit in kwaliteit, efficiëntere besteding van middelen en een meer doordachte aanpak van risico’s. Tevens geeft PPS beter inzicht in de kosten en risico’s over de gehele levensduur van een gebouw dan wanneer alle verschillende onderdelen na elkaar worden ingekocht.
In Nederland heeft bijvoorbeeld het ministerie van Financiën aan de Korte Voorhout 7 in Den Haag gekozen voor een integraal DBFMO-contract. Daar is inmiddels 1,5 jaar ervaring in de exploitatiefase.

Weerstand
Veel organisaties hebben nog weerstand tegen de complexiteit en hoge administratieve lasten van PPS. Het is ook lastig: allerlei ongelijksoortige partijen, bouwers, banken, publieke organisaties met een andere werkwijze en cultuur moeten met elkaar samenwerken. Bij geïntegreerde contracten moet niet alleen degene die belast is met de aanbesteding, maar de hele opdrachtgevende organisatie leren om ver vooruit en abstract te denken. Dit vergt van veel mensen binnen een organisatie een aanpassing.

Gemini ziekenhuis
Dat bij PPS reeds bij het ontwerp rekening wordt gehouden met de exploitatie, is ook voor zorginstellingen een belangrijk voordeel. Zo wordt het nieuwe Gemini ziekenhuis in Den Helder gerealiseerd volgens het Living Building Concept (LBC). Het pakket van wensen en eisen van het ziekenhuis is door het consortium van uitvoerende partijen vertaald naar een ontwerp waarmee het ziekenhuis qua groei, krimp en wijzigingen in de huisvestingbehoeften volledig is voorbereid op de toekomst. In dit project is de financiering niet meegenomen vanwege de onzekerheid over de kapitaallasten op dat moment. Ook de facilitaire zaken zijn buiten de PPS gehouden omdat men die nog niet uit handen durfde te geven.

[Zorgvisie]

Wat zegt uw balans over de waarde van uw zorgvastgoed?

Dossier: Bouw, Intramuraal, kapitaallasten, WTZi, Ziekenhuiszorg

Als de economische realiteit wijzigt, kunnen verslaggevingsregels niet achterblijven.

Een last minute wijziging in de wet- en regelgeving vlak voor het welverdiende (kerst)reces: het lijkt zowaar een nieuwe traditie in de zorg! Houd de komende dagen in ieder geval de Staatscourant nog even in de gaten. Op verschillende punten zal namelijk de Regeling Verslaggeving WTZi (RVW) worden gewijzigd. Na de jaarwisseling kunt u in navolging hiervan ook de gewijzigde RJ richtlijn 655 verwachten. Vooral de waardering van vastgoed zal onder invloed van deze wijzigingen in de spotlights komen staan. Terechte aandacht voor de waarde van het onroerend goed of een verslaggevingshype die controllers, bestuurders en toezichthouders in de zorg na het losbarsten van de kredietcrisis ook nog even moeten ondergaan?

De erfenis van de integrale vergoeding van kapitaallasten
Transparantie en afstemming op de economische realiteit zijn dé toverwoorden in de hedendaagse jaarverslaggeving. Zolang de overheid geheel garant staat voor de totale bekostiging van de kapitaallasten van het zorgvastgoed. Het vastgoed wordt gewaardeerd en afgeschreven volgens de systematiek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Deze vereisten liggen verankerd in de Regeling Verslaggeving WTZi én in de huidige Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving (RJ 655).

Waar de overheid niet geheel garant staat voor de kapitaallasten ontstaat een geheel nieuwe situatie. In die nieuwe economische context doet zich namelijk de vraag voor: hoeveel is het vastgoed feitelijk waard? Anders gesteld: hoeveel kapitaallasten kan ik nog terugverdienen gegeven de verwachte zorgvraag?

Deze verandering in de bekostiging gaat voor zorginstellingen gepaard met een onaangename erfenis. We doelen daarbij op de gevolgen van de strikte NZa-voorwaarden inzake de waardering, de relatief lange afschrijvingstermijnen en de restwaardebepaling. Als gevolg hiervan resulteert toepassing van dit systeem in de regel naar een (veel te) hoge boekwaarde van het zorgvastgoed. Een extra blok aan het been van veel zorginstellingen die volgens de financiers gemiddeld genomen toch al weinig vet op de botten hebben? Er kan dan ook gefundeerd gesteld worden dat er alle reden is om de waardering van het zorgvastgoed goed tegen het licht te houden. De huidige waarderingsgrondslagen van het WTZi-vastgoed moeten dus op de schop om de waardering van het vastgoed aan te laten sluiten bij de actuele economische realiteit.

Het einde van de integrale bekostiging van kapitaallasten van zorgvastgoed.
Door de turbulente ontwikkelingen in de bekostiging van de zorg, zoals de in juli 2008 aangekondigde uitbreiding van het B-segment is van een integrale kapitaallastenvergoeding steeds minder sprake. In 2008 kon over maximaal 20% van de ziekenhuiszorg vrij worden onderhandeld. Vanaf 2009 geldt dit voor 34% van de behandelingen. Voor een significant deel van de ziekenhuisproductie geldt nu dan ook vrije prijsvorming en een einde aan de integrale nacalculatie van kapitaallasten. Als gevolg hiervan zien zorginstellingen en banken hun financiële zekerheden van overheidswege snel slinken. De dekking van de kapitaallasten wordt namelijk steeds meer afhankelijk van de productieomvang en de afgesproken tarieven.
Ook de care-sector heeft alle reden om over de toekomst van het vastgoed na te denken. Weliswaar heeft de staatssecretaris in mei 2008 aangegeven dat er nu binnen de AWBZ-sector even te veel tegelijkertijd verandert en de tijd nog niet rijp is voor de invoering van integrale tarieven; uitstel is daarmee nog geen afstel. Verdere normering van de kapitaallastenbekostiging van de care sector wordt in 2011 verwacht. Gegeven de financiële impact en de ervaringen in de cure sector is een goede beleidsmatig onderbouwde risicoanalyse op zijn plaats.

Deze wijzigingen vragen de beleidsmatige aandacht van bestuurders en controllers voor het vastgoeddossier. Een geregeld gehoorde tegenwerping hierop is de onzekerheid die bestaat over de tariefstelling. Wij ontkennen die niet en noemen een nog veel grotere onzekerheid: de ontwikkeling van de toekomstige vraag. Dit bevestigt het strategisch karakter van het vastgoedvraagstuk. Het is niet realistisch om de terugverdiencapaciteit ‘tot achter de komma’ te prognosticeren. Maar u kunt de analyse van de diverse scenario’s niet lang uitstellen. Het nieuwe bekostigingsregime zal bij flink aantal zorginstellingen leiden tot boekwaarden die niet terugverdiend kunnen worden uit de toekomstige kasstromen. Voorkom dat het bekende struisvogelzand u het zicht op een onrendabele top ontneemt.

Veranderende verslaggeving
Nu de integrale financiering van vastgoed voor WTZi gefinancierde vaste activa langzaam maar zeker gaat verdwijnen vindt ook een verandering plaats in de externe verslaggeving. De verslaggevingsvoorschriften, gebaseerd op NZa-beleidsregels, verworden tot rudimentaire boekhoudregels die geen basis meer vinden in de economische realiteit. Er komt voor dit strakke, centraal voorgeschreven regime geen vergelijkbare vervanger: de reguliere voorschriften uit het bedrijfsleven vormen het nieuwe verslaggevingskader.

Voor het verslaggevingsjaar 2008 betekent dit (voor cure en care):
• Waardering tegen historische kostprijs blijft mogelijk;
• Jaarlijks moet worden bepaald of sprake is van bijzondere waardeverminderingen van het vast actief (“impairment”). Hier ligt een belangrijk attentiepunt: waardeverminderingen vinden hun weg naar de resultatenrekening of (als verhaal mogelijk is:) in de balans als financieel vast actief.
• De afschrijvingstermijnen moeten worden geëvalueerd en worden herijkt op de verwachte economische gebruiksduur van het zorgvastgoed;
• En als sluitstuk: waardering tegen actuele waarde gaat tot de mogelijkheden behoren.

Met de introductie van de gangbare uitgangspunten voor externe verslaggeving kunnen problemen voortvloeiend uit een irreële waardering in de toekomst worden voorkomen. Het vraagt wel een gezonde visie op de terugverdiencapaciteit van het vastgoed dat als “productiemiddel” een zelfstandige waarde heeft (en niet langer haar waarde ontleent aan het nacalculatieregime). Als deze waarde ruimschoots beneden de boekwaarde ligt: haast u zich dan naar de autoriteiten die u in het verleden te weinig gecompenseerd hebben voor het daadwerkelijke waardeverlies van het vastgoed.

Los van alle technische implicaties is het in het eigen belang van zorginstellingen niet te aarzelen om specifiek op hun instelling toegespitste waarderingsgrondslagen te hanteren die aansluiten op hun vastgoedbeleid. Dit is grote winst en doet recht aan de pluriformiteit binnen de sector.

Waardering tegen actuele waarde en impairment
Een van de interessante nieuwe mogelijkheden vormt de waardering van het vastgoed tegen actuele waarde. Vastgoed dat bedoeld is voor de bedrijfsuitoefening kan binnen dit waarderingsstelsel worden verantwoord op basis van vervangingswaarde of lagere realiseerbare waarde indien deze lager is dan de vervangingswaarde. Vooral zorginstellingen met vastgoed op strategische locaties en met een minder florisante financiële positie zien hierin de mogelijkheid om hun stille reserves tot uitdrukking te brengen op de balans.

Tegenover dit voordeel staan echter ook nadelen. De vervangingswaarde en bijzondere waardeverminderingen komen vaak tot stand op basis van subjectieve uitgangspunten. Dit kan leiden tot grotere onzekerheden over de juiste waardering van het vastgoed én tot gewenste én ongewenste schommelingen in het resultaat. Het is de vraag of het bestuur van een zorginstelling volledig verantwoordelijk kan worden gehouden voor ontwikkelingen in toekomstige kasstromen die het gevolg zijn van wijzigingen van de zorgvraagontwikkeling, de kosten en de rentevoet. Het risico is groot dat een zorginstelling zich arm of rijk rekent door het hanteren van niet-realistische toekomstgerichte uitgangspunten. Een half procent meer of minder inkomstenstijging en/of een half procent hogere of lagere disconteringsvoet hebben immers grote invloed op de hoogte van de bedrijfswaarde. Vanuit de Raad voor de Jaarverslaggeving én van uw accountant kunt u in dit kader op korte termijn de nodige handreikingen verwachten.

Wordt uw instelling er beter van?
Zeker is dat waardering van het vastgoed vanaf nu niet langer een (verplicht voorgeschreven) automatisme is, maar tot het strategisch financieel beleid van zorginstellingen gerekend moet gaan worden. Aansluiting bij het vastgoedbeleid van de zorginstelling is daarbij een vereiste.
Als na een interne toets op bijzondere waardeverminderingen blijkt dat de voorheen toegepaste waarderingsgrondslagen per saldo hebben geleid tot een onrendabele top heeft u steun uit onverwachte hoek: de geactualiseerde verslaggevingsregels bieden ruimte om een deficit te verwerken en/of toe te lichten. Zo niet, dan kan alles kan bij het oude blijven. Extra kansen zijn er overigens wel, zeker voor de instellingen die hun reële waarde van het vastgoed (lees: stille reserve) expliciet tot uitdrukking willen brengen.

Tot slot
U wordt dus uitgedaagd na te gaan of de huidige boekwaarde niet al te veel afwijkt van de realiteit. De prioriteit hiervan schatten wij dusdanig hoog in dat u hierover ook in uw externe verantwoording zo realistisch en transparant mogelijk zal willen zijn.

[bron]

Populair deze maand

  • (none)

Dit is een Wordpress weblog. Het thema is gebaseerd op Magatheme.

Clicky