Controlling in de zorg

Aanpassingen Awbz hinderen Wmo

Dossier: AWBZ, WMO

De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt belemmerd door de ‘toename van taken door maatregelen in de Awbz’. Dat blijkt uit een evaluatie van de wet die in 2007 ingevoerd werd. Door latere aanpassingen in de Awbz (Algemene wet bijzondere ziektekosten) en versnippering van het zorglandschap verliezen gemeenten hulpbehoevende burgers uit het oog.
Alhoewel het oordeel over de wet in de evaluatie, uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), ‘overwegend positief’ wordt genoemd, geeft 44 procent van de ondervraagde gemeentefunctionarissen en medewerkers van uitvoerende instanties aan dat andere wet- en regelgeving gemeentelijke sturing bij de Wmo in de weg staat. Het gaat daarbij vooral om ‘de toename van taken door maatregelen in de Awbz’, stelt het SCP. ‘De grenzen tussen de Wmo en de Awbz zijn niet altijd nauwkeurig getrokken’.

De Wmo werd in 2007 ingevoerd als opvolger van onder meer de Welzijnswet 1994 en regelt de mate en de manier waarop gehandicapten en langdurige zieken ondersteuning krijgen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het aanpassen van woningen en om huishoudelijke hulp, die werd overgeheveld vanuit de Awbz. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Wmo, de uitvoering van de Awbz ligt bij Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De Awbz is ouder, maar sinds 2003 is fors aan de wet gesleuteld om het aantal beroepen op de zorg te beperken en de uitgaven te beperken. In juli maakte het CBS bekend dat de uitgaven voor de Awbz gestegen zijn tot ruim 23 miljard euro per jaar.

Door ingrepen is het vanaf 1 januari 2009 niet meer mogelijk dat personen met psychosociale problemen een beroep doen op de wet, dit jaar verdween de ondersteunende en activerende begeleiding. Cliënten uit deze groepen kunnen in een aantal gevallen bij gemeenten een aanvraag doen voor Wmo-hulp, maar niet iedereen doet dat, waardoor gemeenten op zoek moeten naar ingezetenen met recht op hulp in de huishouding.

Onrust
Gemeenten geven aan te herkennen dat de afstemming tussen Wmo en Awbz belemmerend werkt. ‘Wat speelt,’ laat een woordvoerder van de gemeente Leiden weten, ‘is onder andere onduidelijkheid bij cliënten over verschillende aanvraagprocedures. Ook de wijze van verantwoording is anders. En landelijke informatie over het stopzetten van het persoonsgebonden budget in de Awbz leidt tot onrust, omdat mensen denken dat het ook de budgetten voor de Wmo betreft.’ In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen hield de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) al een pleidooi voor het overhevelen van taken uit de Awbz naar de Wmo om de zorg preventiever, goedkoper en voor de burger duidelijker – want één loket – te maken.

De Alkmaarse Zorgwethouder Wim van Veen (GroenLinks) merkt vooral problemen bij de hulp in het huishouden, dat werd overgeheveld van de Awbz naar de Wmo. Volgens Van Veen gaat een integrale aanpak van huishoudelijke hulp verloren doordat er door de komst van de Wmo een knip is gemaakt in die hulp. Van Veen: ‘Er zijn organisaties die thuiszorg aanbieden vanuit de Abwz en organisaties die hulp bij het huishouden bieden vanuit de Wmo. Er is bijzonder weinig afstemming tussen beiden instellingen en ze weten lang niet altijd van elkaar wat ze doen, er kunnen twee zorgdossiers zijn van één huishouden. De gemeente wil een totaaloverzicht hebben welke zorg er nodig is, maar dat is niet altijd mogelijk. Dat is jammer.’

Ook in de Utrechtse gemeente Houten, dit voorjaar nog door toenmalig VWS-staatssecretaris Bussemaker gelauwerd om de aanpak van de Wmo, wordt die versnippering herkend, zegt senior beleidsmedewerker welzijn Ineke Kosterman van de gemeente Houten. Kosterman: ‘Tegelijkertijd zie je daardoor tegenreacties ontstaan. Er wordt kleinschaligere thuiszorg geboden, mensen doen een beroep op andere mensen in de omgeving.’ Door aanpassingen, vooral uit kostenbesparingen, worden veel Awbz-clienten bij herindicaties door het CIZ buiten de deur gehouden. Volgens een voortgangsrapportage van VWS over de Pakketmaatregelen 2009 in de Awbz afgelopen juli gepubliceerd, daalde het aantal mensen dat gebruik maakt van begeleidende zorg vorig jaar met 41.000 ten opzichte van 2008.

Verminderde vraag
In Houten en elders blijkt dat relatief weinig mensen zich bij de gemeente hebben gemeld voor vragen over de begeleiding, minder dan verwacht. De gemeente start een project om er achter te komen waar vraag naar is. Deels, zegt Kosterman, komt de verminderde hulpvraag door de filosofie van de Wmo. ‘De wet gaat uit van de eigen kracht van mensen, van zelfredzaamheid en zelfstandigheid. De kanteling binnen de Wmo gaat in eerste instantie uit van de mogelijkheden van de cliënt en zijn sociale netwerk. Daarna wordt gekeken naar de inzet van algemene voorzieningen als vrijwilligerswerk, ten slotte naar de inzet van individuele voorzieningen. Maar de vraag is of we iedereen in beeld krijgen. Zijn er misschien mensen die weinig contact hebben, en hoe krijg je hen zover dat ze hulp aanvaarden.’

‘We laten als overheid kansen liggen door gemeenten niet meer te betrekken bij besluitvorming rond de Awbz,’ terwijl zij in de meeste gevallen wel de instantie zijn waar wordt geprobeerd hulp aan te vragen, zegt divisiemanager persoonsgerichte zorg & welzijn Ali Flikkema van de gemeente Groningen. ‘We begrijpen als gemeenten dat de Awbz goedkoper moet, maar we missen het overleg met het Rijk daarover. Het Rijk bezuinigt redelijk eenzijdig, in sommige gevallen komen onderdelen onder de Wmo te vallen. Dat is wel begrijpelijk, maar we hebben als gemeente heel weinig zicht op de effecten van die maatregelen.’

Privacyregels
Door regels omtrent privacy en onvoldoende communicatie tussen Rijk en gemeenten wordt voor gemeenten die nu mogelijk Wmo-gerechtigden uit het oog verloren hebben, moeilijk deze op te sporen, zegt Flikkema. De privacyregels verbieden dat overheidsorganisatie onderling informatie uitwisselen over burgers, en dus ook zorggerechtigden. Flikkema: ‘Omdat we onvoldoende informatie hebben is het voor gemeenten lastig nieuw beleid te formuleren.’

Het ministerie van Volksgezondheid laat weten dat de gemeente zelf actief op zoek moeten gaan naar Wmo-gerechtigden, aldus een woordvoerder. ‘Niemand kent de burger zo goed als de gemeente.’
Het zit Wmo-uitvoerders ook dwars dat de extra taken niet financieel gecompenseerd worden door het Rijk. Er komt wel meer werk bij, maar de financiële bijdrage uit Den Haag verandert nauwelijks. In de evaluatie wordt die klacht kort omschreven: ‘Overheveling uit taken van delen van de Awbz dient ook financieel voor honderd procent plaats te vinden.’ In Houten, zegt Kosterman, hebben de wijzigingen in de Awbz geleid tot een ‘herschikking’ van budgetten.

Vanuit cliëntenorganisaties wordt ook gemopperd op de overheveling van Awbz-onderdelen naar de Wmo. Cor Bras, voorzitter van de regionale cliëntenorganisatie Drenthe, stelt dat cliënten het verschil tussen beide zorgwetten maar moeilijk begrijpen. ‘Mensen die eerst recht hadden op geld van de Awbz werden ineens geconfronteerd met een intakegesprek bij de gemeente. Vooral de informatievoorziening over veranderingen wordt als gebrekkig ervaren door cliënten, zegt Bras.

Overigens is de Awbz niet de enige wet die een goede uitvoering van de Wmo belemmert. Zo zorgen recente bezuinigingen op de zorgverzekeringen voor lacunes, omdat niet alle aanpassingen meer vergoed worden. En ook de scheidslijn tussen Wmo en de Wet op de jeugdzorg is volgens de evaluatie ‘niet altijd even logisch.’ Europese aanbestedingsregels tot slot maken de uitvoering moeilijk, omdat er om de vier jaar opnieuw aanbesteed moet worden. De procedure duurt lang, zegt Flikkema, en de periode die aanbesteed kan worden, te kort. ‘Voordat je een proces van samenwerking hebt geregeld, ben je zo een paar jaar verder.’ Dit voorjaar nam de Tweede Kamer een voorstel van oud-SP-fractievoorzitter Agnes Kant aan waarmee de aanbestedingsregels worden versoepeld, en ook in Brussel wordt over soepelere aanbestedingsregels gediscussieerd.

Een deel van de cliënten bij wie het recht op Awbz is vervallen, kan zich bij gemeenten melden voor hulp via de Wmo, maar lang niet iedereen doet dat.

[Rapport Op weg met de Wmo]

[SConline]

CVZ publiceert het tweede correctief onderhoud op de specificaties voor AZR 3.0

Dossier: AWBZ

Een globaal overzicht van het correctief onderhoud is te vinden in het document ‘Overzicht correctief onderhoud AZR 3.0, 31 augustus 2010’. Hierin is de aanleiding van de wijziging en de gekozen oplossing terug te vinden. De projecten AZR 3.0 en declareren AWBZ-zorg hebben onder regie van VWS regelmatig afstemmingsoverleg. Uit deze afstemming zijn geen wijzigingen op de specificaties voor AZR 3.0 gekomen.

Het correctief onderhoud is verwerkt in een nieuwe versie van het BEP-model (versie 1.2). Hiermee hebben ketenpartijen een integraal model met de bijgestelde specificaties van AZR 3.0. De veranderingen in het BEP-model zijn tot op detailniveau in het mutatieoverzicht terug te vinden. De berichtenstandaarden zijn uiterlijk 6 september a.s. te downloaden op de website van Vektis (uitgave 3). Om de wijzigingen ten opzichte van AZR 2.2 in beeld te houden, is ook nieuwe technische Baseline gepubliceerd (AZR 2.2 – AZR 3.0 BEP-model 1.2).

Het volgende correctief onderhoud staat gepland voor 1 oktober 2010.

[Overzicht Correctief Onderhoud AZR 3.0, 31 augustus 2010]
[BEP-model]

[zorgregistratie.nl]

Klink maakt AWBZ-thuiszorg toegankelijk voor zzp’ers

Dossier: AWBZ

Zelfstandige zorgverleners kunnen vanaf 2012 zonder tussenkomst van een bemiddelingsbureau contracten afsluiten met het zorgkantoor. Dat schrijft demissionair minister Klink in een brief van maandag aan de Tweede Kamer.

De minister schrapt de bepaling uit de wet dat alleen gecertificeerde instellingen AWBZ-zorg mogen leveren. Zelfstandig opererende zorgverleners kunnen hierdoor straks ongehinderd de thuiszorgmarkt op in de AWBZ. Nu kunnen zij dat niet doen zonder eerst via een gecertificeerde zorginstelling een contract van het zorgkantoor te krijgen. Dat is nadelig voor zzp’ers omdat de belastingdienst vanwege deze constructie zzp’ers ziet als werknemers in loondienst en niet als zelfstandige ondernemers. Met het gevolg dat er ook loonbelasting betaald moet worden. Klink wil dit probleem oplossen en denkt dat zorgkantoren in 2012 helemaal klaar zijn om individuele contracten met zzp’ers af te sluiten.

Juridisch conflict Met deze beslissing maakt Klink een eind aan een lang slepend juridisch conflict tussen de belastingdienst, brancheorganisatie ActiZ en brancheorganisatie BTN. ActiZ wil niet dat bureaus zonder veel extra kosten te maken zzp’ers kunnen inzetten, zonder dat zij loonbelasting hoeven te betalen. Dat is oneerlijke concurrentie volgens ActiZ. Zo oordeelde ook de rechter tot twee maal toe. Nu lijkt de weg echter open te liggen voor zzp’ers om zowel de zorginstellingen van ActiZ, als de bemiddelingsbureaus van BTN te omzeilen.

Inkoopproces
Volgens Klink moet de komende jaren nog aan het inkoopproces van zorgkantoren worden gesleuteld en een nieuw tarief worden vastgesteld. Daarnaast moeten er keurmerken komen voor de zzp’ers en de verantwoording bij het CAK goed geregeld zijn. En dan kan in 2012 de eerste zzp’ers volledig zelfstandig AWBZ-zorg gaan verlenen.

[Zorgvisie]

PPS biedt intramurale zorg voordelen

Dossier: AWBZ, Bouw

Bij publiek-private samenwerking worden ontwerp, bouw, financiering, onderhoud, en/of facilitaire dienstverlening (DBFM(O)) als één opdracht uitbesteed. Dat biedt veel voordelen voor de intramurale gezondheidszorg.

Gebouwgebonden PPS is een vorm van samenwerking waarbij de markt gebouwen en diensten levert aan de overheid tegen een prestatiegerelateerde beloning. De prestatie of dienst (bijvoorbeeld beschikbaarheid van ruimten of facilitaire diensten) wordt pas geleverd als de gebouwen gerealiseerd zijn. De markt wordt geprikkeld om goed te blijven presteren doordat betaling gefaseerd over de looptijd van het contract plaatsvindt op basis van daadwerkelijke beschikbaarheid. De markt neemt verantwoordelijkheid voor het integrale product en pakt het aan met een langetermijnvisie (de contracten worden voor tientallen jaren afgesloten).
Ook de financiering is onderdeel van de opdracht. De risico’s op overschrijdingen worden zo overgedragen aan (en beprijsd door) de markt. De markt heeft een groot belang bij het adequaat managen van de risico’s en kan dat ook het beste.

Ervaringen
In Engeland heeft PPS tot successen geleid en is het inmiddels een veel toegepaste samenwerkingsconstructie. Als belangrijkste voordelen worden tijdige oplevering en realisatie binnen budget genoemd.
PPS in de vorm van DBFM(O)-contracten heeft behalve tot een tijdige oplevering van gebouwen, ook geleid tot meer continuïteit in kwaliteit, efficiëntere besteding van middelen en een meer doordachte aanpak van risico’s. Tevens geeft PPS beter inzicht in de kosten en risico’s over de gehele levensduur van een gebouw dan wanneer alle verschillende onderdelen na elkaar worden ingekocht.
In Nederland heeft bijvoorbeeld het ministerie van Financiën aan de Korte Voorhout 7 in Den Haag gekozen voor een integraal DBFMO-contract. Daar is inmiddels 1,5 jaar ervaring in de exploitatiefase.

Weerstand
Veel organisaties hebben nog weerstand tegen de complexiteit en hoge administratieve lasten van PPS. Het is ook lastig: allerlei ongelijksoortige partijen, bouwers, banken, publieke organisaties met een andere werkwijze en cultuur moeten met elkaar samenwerken. Bij geïntegreerde contracten moet niet alleen degene die belast is met de aanbesteding, maar de hele opdrachtgevende organisatie leren om ver vooruit en abstract te denken. Dit vergt van veel mensen binnen een organisatie een aanpassing.

Gemini ziekenhuis
Dat bij PPS reeds bij het ontwerp rekening wordt gehouden met de exploitatie, is ook voor zorginstellingen een belangrijk voordeel. Zo wordt het nieuwe Gemini ziekenhuis in Den Helder gerealiseerd volgens het Living Building Concept (LBC). Het pakket van wensen en eisen van het ziekenhuis is door het consortium van uitvoerende partijen vertaald naar een ontwerp waarmee het ziekenhuis qua groei, krimp en wijzigingen in de huisvestingbehoeften volledig is voorbereid op de toekomst. In dit project is de financiering niet meegenomen vanwege de onzekerheid over de kapitaallasten op dat moment. Ook de facilitaire zaken zijn buiten de PPS gehouden omdat men die nog niet uit handen durfde te geven.

[Zorgvisie]

NZa beoordeelt functioneren zorgkantoren scherper

Dossier: AWBZ

In 2010 scherpt de NZa de totaalbeoordeling van het functioneren van zorgkantoren aan. Dit betekent dat concessiehouders een hogere score moeten realiseren om ‘goed’ als totaaloordeel te scoren. Als reden hiervoor noemt de NZa dat maatschappelijk gezien steeds hogere eisen worden gesteld aan de uitvoering van de AWBZ. Dat meldt de NZa bij de openbaarmaking van het rapport Prestatiemeting AWBZ 2010.

Prestatiemeting AWBZ
Het rapport is een toelichting op het normenkader dat de NZa hanteert bij haar onderzoek naar de uitvoering van de AWBZ over 2010 door de zorgkantoren. In de prestatiemeting AWBZ zijn nieuwe toetsingsaspecten opgenomen die de consument centraal stellen.

Een belangrijk nieuw aspect is de verwerking van het protocol PGB-AWBZ. Dit protocol wordt toegepast op de controles die zorgkantoren gebruiken voor het toekennen en vaststellen van PGB’s (Persoonsgebonden Budgetten). De invoering hiervan leidt tot een zwaardere weging van de indicator ‘Administratie op verzekerdenniveau: PGB’ in de beoordeling.

Administratie op verzekerdenniveau
Daarnaast weegt de indicator ‘Administratie op verzekerdenniveau voor zorg in natura’ dit jaar zwaarder mee. De NZa noemt als reden dat de declaratie op verzekerdenniveau voor intramurale zorg is ingevoerd. Deze indicator is mede van belang voor de toekomstige ontwikkeling van de AWBZ.

Normenkader
Met het normenkader maakt de NZa de beoordeling van het functioneren van de zorgkantoren transparant. Daarnaast is het mogelijk om het functioneren van de concessiehouders met elkaar te vergelijken. Ook beschrijft de NZa het handhavingsbeleid dat zij hanteert als zorgkantoren niet voldoen aan het normenkader.

[Skipr]

NZa maakt het rapport Prestatiemeting AWBZ 2010 openbaar

Dossier: AWBZ

Het rapport is een toelichting op het normenkader dat de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hanteert bij haar onderzoek naar de uitvoering van de AWBZ over 2010 door de zorgkantoren. In de prestatiemeting AWBZ zijn toetsingsaspecten opgenomen die de consument centraal stellen. Deze aspecten zijn opgenomen bij het prestatieveld Service aan cliënten. In 2010 zijn er twee belangrijke nieuwe aspecten.

Met het normenkader maakt de NZa de beoordeling van het functioneren van de zorgkantoren transparant. Daarnaast is het mogelijk om het functioneren van de concessiehouders met elkaar te vergelijken. Ook beschrijft de NZa het handhavingsbeleid dat zij hanteert als zorgkantoren niet voldoen aan het normenkader.

Protocol PGB
Een belangrijk nieuw aspect is de verwerking van het protocol PGB-AWBZ. Dit protocol wordt toegepast op de controles die zorgkantoren gebruiken voor het toekennen en vaststellen van PGB’s (Persoonsgebonden Budgetten). De invoering hiervan leidt tot een zwaardere weging van de indicator ‘Administratie op verzekerdenniveau: PGB’ in de beoordeling.

Declaratie intramurale zorg
De indicator ‘Administratie op verzekerdenniveau voor zorg in natura’ weegt dit jaar zwaarder mee. De reden daarvoor is dat de declaratie op verzekerdenniveau voor intramurale zorg is ingevoerd. Deze indicator is mede van belang voor de toekomstige ontwikkeling van de AWBZ.

Aanscherping beoordeling
In 2010 scherpt de NZa de totaalbeoordeling van het functioneren van zorgkantoren aan. Concreet houdt dit in dat concessiehouders een hogere score moeten realiseren om een totaaloordeel ‘goed’ te realiseren. Maatschappelijk gezien worden steeds hogere eisen gesteld aan de uitvoering van de AWBZ. Mede om deze reden heeft de NZa de totaalbeoordeling over 2010 aangescherpt.

[Toelichting prestatiemeting AWBZ 2010]

[NZa]

Laatste voortgangsrapportage pakketmaatregel AWBZ

Dossier: AWBZ

In de tweede voortgangsrapportage pakketmaatregel AWBZ die u op 4 november 2009 (Kamerstukken II, 2009-2010, 30 597, nr. 113) ontving, heeft de voormalig Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, mw. J. Bussemaker, toegezegd u medio 2010 opnieuw te informeren. Met deze laatste voortgangs-rapportage pakketmaatregelen voldoe ik aan deze toezegging. Tevens kom ik met deze rapportage de toezegging, gedaan tijdens het AO DBC GGZ van 21 januari 2010, na. Ik zegde u toen toe dat de staatssecretaris de Kamer zal informeren over de effecten van de bezuiniging op de begeleiding in de AWBZ. In mijn voortgangsrapportages van 23 juni 2009 en 4 november 2009 informeerde ik u reeds eerder over de gevolgen van de pakketmaatregel begeleiding.

[Laatste voortgangsrapportage pakketmaatregel AWBZ]

[Rijksoverheid]

Achmea handhaaft bevoorschotting in 2011

Dossier: AWBZ

Achmea is gevoelig gebleken voor de kritiek van ActiZ op het voornemen om de bevoorschotting van AWBZ zorg begin 2011 te beëindigen. Achmea was van plan om te gaan werken op declaratiebasis. ActiZ voorzag dat zorginstellingen in de Achmea-regio’s hierdoor onnodige kosten moesten maken en zelfs in liquiditeitsproblemen konden komen. Daarnaast zou een ongelijk speelveld gecreëerd worden. Daarom heeft ActiZ zich samen met een groot aantal zorgaanbieders actief ingezet richting Achmea, de NZa en ZN en heeft hierover vragen aan minister Klink gesteld.

Door Achmea is besloten om de bekostigingssystematiek in 2011 iets aan te scherpen op basis van de gerealiseerde productie, maar wel te handhaven. ActiZ ziet het handhaven van de bevoorschotting in 2011 door Achmea als een mooie uitkomst van veel inzet van zorgaanbieders en ActiZ.

[Actiz]

AWBZ-instellingen brengen onterecht diensten in rekening

Dossier: AWBZ

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ontvangt in toenemende mate signalen dat AWBZ-instellingen ten onrechte kosten in rekening brengen voor ‘aanvullende diensten’. Een voorbeeld is het in rekening brengen van kosten voor zorg waarvoor de bewoner een medische verklaring heeft, zoals voor de pedicure.
De signalen komen zowel van consumentenorganisaties als van individuele bewoners. De NZa wees de instellingen en zorgkantoren vrijdag per brief op de signalen en overweegt onderzoek in te stellen.

Aanvullende diensten
Het gaat om verschillende soorten betalingen. De eerste zijn betalingen voor diensten die tot verzekerde zorg behoren. Dit is niet toegestaan onder de Wet marktordening gezondheidszorg. De tweede soort zijn bijbetalingen voor zogeheten ‘aanvullende diensten’. Dit is wel toegestaan, op voorwaarde dat het voor de bewoner duidelijk is dat deze diensten vrijwillig zijn. Het gaat dan bijvoorbeeld om het wassen van kleding of het ter beschikking stellen van een radio- en tv-aansluiting op de eigen kamer. Een derde categorie betreft betalingen voor zaken als toiletpapier en een vergoeding voor verhuizing binnen de instelling. Ook dit is niet toegestaan; de instelling moet deze kosten zelf betalen.

Actie zorgkantoren
De NZa verzoekt de zorgkantoren per brief actie te ondernemen. Dit kan door zeker te stellen dat voor aanvullende diensten geen onredelijk hoge bijbetalingen worden gevraagd. Dat betekent dat niet veel meer dan de kostprijs mag worden doorberekend aan de patiënt en dat bij uitbesteding meerdere offertes worden opgevraagd. Het zorgkantoor kan verder eisen dat instellingen transparant zijn over in rekening gebrachte kosten en dat geen kosten worden berekend voor diensten die uit de AWBZ moeten worden bekostigd. Ook kan het zorgkantoor nagaan of het betalingsbeleid in overleg met cliëntenraden tot stand is gekomen. Tot slot verzoekt de NZa de zorgkantoren actie te ondernemen als zij klachten ontvangen van patiënten over betalingen.

[Zorgvisie]

NZa overweegt onderzoek declareergedrag AWBZ-instellingen

Dossier: AWBZ

Toenemend aantal klachten over onterechte betalingen

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ontvangt in toenemende mate signalen dat AWBZ-instellingen ten onrechte kosten in rekening brengen voor ‘aanvullende diensten’. Een voorbeeld is het in rekening brengen van kosten voor zorg waarvoor de bewoner een medische verklaring heeft, zoals voor de pedicure. De signalen komen zowel van consumentenorganisaties als van individuele bewoners. De NZa wijst de instellingen en Zorgkantoren vandaag per brief op de signalen en overweegt onderzoek in te stellen.

De signalen hebben betrekking op verschillende soorten betalingen. De eerste zijn betalingen voor diensten die tot verzekerde zorg behoren. Dit is niet toegestaan (artikel 35 Wet marktordening gezondheidszorg). De tweede zijn bijbetalingen voor zogeheten ‘aanvullende diensten’. Dit is wel toegestaan, op voorwaarde dat het voor de bewoner duidelijk is dat deze diensten vrijwillig zijn Het gaat dan bijvoorbeeld om het wassen van kleding of het ter beschikking stellen van een radio- en tv-aansluiting op de eigen kamer. Een derde categorie klachten betreft betalingen voor zaken als toiletpapier en een vergoeding voor verhuizing binnen de instelling. Ook dit is niet toegestaan en moet door de instelling zelf worden betaald.

De NZa verzoekt de zorgkantoren per brief actie te ondernemen. Dit kan door zeker te stellen dat voor aanvullende diensten geen onredelijk hoge bijbetalingen worden gevraagd. Dat betekent dat niet veel meer dan de kostprijs mag worden doorberekend aan de patiënt en dat bij uitbesteding meerdere offertes worden opgevraagd. Het zorgkantoor kan verder eisen dat instellingen transparant zijn over in rekening gebrachte kosten en dat geen kosten worden berekend voor diensten die uit de AWBZ moeten worden bekostigd. Ook kan het zorgkantoren nagaan of het betalingsbeleid in overleg met cliëntenraden tot stand is gekomen. Tot slot verzoekt de NZa de zorgkantoren actie te ondernemen als zij klachten ontvangen van patiënten over betalingen.

Ook de zorginstellingen zijn per brief nogmaals gewezen op de vigerende regels en richtlijnen. De brochure ‘Daar hebt u recht op in een AWBZ-instelling’ van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) biedt een goede basis voor het maken van afspraken tussen zorgkantoren en instellingen en voor de cliëntenraden.

De NZa overweegt een onderzoek in te stellen als de signalen niet afnemen. Wanneer blijkt dat zorginstellingen de regelgeving niet naleven kan de NZa een aanwijzing of een boete opleggen.

Bron: www.nza.nl

Dit is een Wordpress weblog. Het thema is gebaseerd op Magatheme.

Clicky