De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt belemmerd door de ‘toename van taken door maatregelen in de Awbz’. Dat blijkt uit een evaluatie van de wet die in 2007 ingevoerd werd. Door latere aanpassingen in de Awbz (Algemene wet bijzondere ziektekosten) en versnippering van het zorglandschap verliezen gemeenten hulpbehoevende burgers uit het oog.
Alhoewel het oordeel over de wet in de evaluatie, uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), ‘overwegend positief’ wordt genoemd, geeft 44 procent van de ondervraagde gemeentefunctionarissen en medewerkers van uitvoerende instanties aan dat andere wet- en regelgeving gemeentelijke sturing bij de Wmo in de weg staat. Het gaat daarbij vooral om ‘de toename van taken door maatregelen in de Awbz’, stelt het SCP. ‘De grenzen tussen de Wmo en de Awbz zijn niet altijd nauwkeurig getrokken’.
De Wmo werd in 2007 ingevoerd als opvolger van onder meer de Welzijnswet 1994 en regelt de mate en de manier waarop gehandicapten en langdurige zieken ondersteuning krijgen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het aanpassen van woningen en om huishoudelijke hulp, die werd overgeheveld vanuit de Awbz. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Wmo, de uitvoering van de Awbz ligt bij Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De Awbz is ouder, maar sinds 2003 is fors aan de wet gesleuteld om het aantal beroepen op de zorg te beperken en de uitgaven te beperken. In juli maakte het CBS bekend dat de uitgaven voor de Awbz gestegen zijn tot ruim 23 miljard euro per jaar.
Door ingrepen is het vanaf 1 januari 2009 niet meer mogelijk dat personen met psychosociale problemen een beroep doen op de wet, dit jaar verdween de ondersteunende en activerende begeleiding. Cliënten uit deze groepen kunnen in een aantal gevallen bij gemeenten een aanvraag doen voor Wmo-hulp, maar niet iedereen doet dat, waardoor gemeenten op zoek moeten naar ingezetenen met recht op hulp in de huishouding.
Onrust
Gemeenten geven aan te herkennen dat de afstemming tussen Wmo en Awbz belemmerend werkt. ‘Wat speelt,’ laat een woordvoerder van de gemeente Leiden weten, ‘is onder andere onduidelijkheid bij cliënten over verschillende aanvraagprocedures. Ook de wijze van verantwoording is anders. En landelijke informatie over het stopzetten van het persoonsgebonden budget in de Awbz leidt tot onrust, omdat mensen denken dat het ook de budgetten voor de Wmo betreft.’ In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen hield de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) al een pleidooi voor het overhevelen van taken uit de Awbz naar de Wmo om de zorg preventiever, goedkoper en voor de burger duidelijker – want één loket – te maken.
De Alkmaarse Zorgwethouder Wim van Veen (GroenLinks) merkt vooral problemen bij de hulp in het huishouden, dat werd overgeheveld van de Awbz naar de Wmo. Volgens Van Veen gaat een integrale aanpak van huishoudelijke hulp verloren doordat er door de komst van de Wmo een knip is gemaakt in die hulp. Van Veen: ‘Er zijn organisaties die thuiszorg aanbieden vanuit de Abwz en organisaties die hulp bij het huishouden bieden vanuit de Wmo. Er is bijzonder weinig afstemming tussen beiden instellingen en ze weten lang niet altijd van elkaar wat ze doen, er kunnen twee zorgdossiers zijn van één huishouden. De gemeente wil een totaaloverzicht hebben welke zorg er nodig is, maar dat is niet altijd mogelijk. Dat is jammer.’
Ook in de Utrechtse gemeente Houten, dit voorjaar nog door toenmalig VWS-staatssecretaris Bussemaker gelauwerd om de aanpak van de Wmo, wordt die versnippering herkend, zegt senior beleidsmedewerker welzijn Ineke Kosterman van de gemeente Houten. Kosterman: ‘Tegelijkertijd zie je daardoor tegenreacties ontstaan. Er wordt kleinschaligere thuiszorg geboden, mensen doen een beroep op andere mensen in de omgeving.’ Door aanpassingen, vooral uit kostenbesparingen, worden veel Awbz-clienten bij herindicaties door het CIZ buiten de deur gehouden. Volgens een voortgangsrapportage van VWS over de Pakketmaatregelen 2009 in de Awbz afgelopen juli gepubliceerd, daalde het aantal mensen dat gebruik maakt van begeleidende zorg vorig jaar met 41.000 ten opzichte van 2008.
Verminderde vraag
In Houten en elders blijkt dat relatief weinig mensen zich bij de gemeente hebben gemeld voor vragen over de begeleiding, minder dan verwacht. De gemeente start een project om er achter te komen waar vraag naar is. Deels, zegt Kosterman, komt de verminderde hulpvraag door de filosofie van de Wmo. ‘De wet gaat uit van de eigen kracht van mensen, van zelfredzaamheid en zelfstandigheid. De kanteling binnen de Wmo gaat in eerste instantie uit van de mogelijkheden van de cliënt en zijn sociale netwerk. Daarna wordt gekeken naar de inzet van algemene voorzieningen als vrijwilligerswerk, ten slotte naar de inzet van individuele voorzieningen. Maar de vraag is of we iedereen in beeld krijgen. Zijn er misschien mensen die weinig contact hebben, en hoe krijg je hen zover dat ze hulp aanvaarden.’
‘We laten als overheid kansen liggen door gemeenten niet meer te betrekken bij besluitvorming rond de Awbz,’ terwijl zij in de meeste gevallen wel de instantie zijn waar wordt geprobeerd hulp aan te vragen, zegt divisiemanager persoonsgerichte zorg & welzijn Ali Flikkema van de gemeente Groningen. ‘We begrijpen als gemeenten dat de Awbz goedkoper moet, maar we missen het overleg met het Rijk daarover. Het Rijk bezuinigt redelijk eenzijdig, in sommige gevallen komen onderdelen onder de Wmo te vallen. Dat is wel begrijpelijk, maar we hebben als gemeente heel weinig zicht op de effecten van die maatregelen.’
Privacyregels
Door regels omtrent privacy en onvoldoende communicatie tussen Rijk en gemeenten wordt voor gemeenten die nu mogelijk Wmo-gerechtigden uit het oog verloren hebben, moeilijk deze op te sporen, zegt Flikkema. De privacyregels verbieden dat overheidsorganisatie onderling informatie uitwisselen over burgers, en dus ook zorggerechtigden. Flikkema: ‘Omdat we onvoldoende informatie hebben is het voor gemeenten lastig nieuw beleid te formuleren.’
Het ministerie van Volksgezondheid laat weten dat de gemeente zelf actief op zoek moeten gaan naar Wmo-gerechtigden, aldus een woordvoerder. ‘Niemand kent de burger zo goed als de gemeente.’
Het zit Wmo-uitvoerders ook dwars dat de extra taken niet financieel gecompenseerd worden door het Rijk. Er komt wel meer werk bij, maar de financiële bijdrage uit Den Haag verandert nauwelijks. In de evaluatie wordt die klacht kort omschreven: ‘Overheveling uit taken van delen van de Awbz dient ook financieel voor honderd procent plaats te vinden.’ In Houten, zegt Kosterman, hebben de wijzigingen in de Awbz geleid tot een ‘herschikking’ van budgetten.
Vanuit cliëntenorganisaties wordt ook gemopperd op de overheveling van Awbz-onderdelen naar de Wmo. Cor Bras, voorzitter van de regionale cliëntenorganisatie Drenthe, stelt dat cliënten het verschil tussen beide zorgwetten maar moeilijk begrijpen. ‘Mensen die eerst recht hadden op geld van de Awbz werden ineens geconfronteerd met een intakegesprek bij de gemeente. Vooral de informatievoorziening over veranderingen wordt als gebrekkig ervaren door cliënten, zegt Bras.
Overigens is de Awbz niet de enige wet die een goede uitvoering van de Wmo belemmert. Zo zorgen recente bezuinigingen op de zorgverzekeringen voor lacunes, omdat niet alle aanpassingen meer vergoed worden. En ook de scheidslijn tussen Wmo en de Wet op de jeugdzorg is volgens de evaluatie ‘niet altijd even logisch.’ Europese aanbestedingsregels tot slot maken de uitvoering moeilijk, omdat er om de vier jaar opnieuw aanbesteed moet worden. De procedure duurt lang, zegt Flikkema, en de periode die aanbesteed kan worden, te kort. ‘Voordat je een proces van samenwerking hebt geregeld, ben je zo een paar jaar verder.’ Dit voorjaar nam de Tweede Kamer een voorstel van oud-SP-fractievoorzitter Agnes Kant aan waarmee de aanbestedingsregels worden versoepeld, en ook in Brussel wordt over soepelere aanbestedingsregels gediscussieerd.
Een deel van de cliënten bij wie het recht op Awbz is vervallen, kan zich bij gemeenten melden voor hulp via de Wmo, maar lang niet iedereen doet dat.
[SConline]
Zie ook
      Kabinet wil nu geen aanpassingen stelsel AWBZ      Toch nog aanpassingen DBC pakket 2008
      RJ-Uiting 2008-2: ‘Aanpassingen van Richtlijn 655 Zorginstellingen’


