Controlling in de zorg

Plan om ‘verblijf’ uit zzp1 en zzp2 te halen

Dossier: Bouw, Zorgzwaartepakketten

Het ministerie van VWS heeft vergevorderde plannen om vanaf 2012 de wooncomponent uit de laagste twee zorgzwaartepakketten (zzp’s) in de verpleging en verzorging te schrappen. Dat gebeurt in het kader van scheiden van wonen en zorg. Dat zegt althans algemeen directeur Michiel Wentges van BOB Advies, meldt Zorgvisie.

Michiel Wentges heeft van ingewijden binnen de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) en branchevereniging ActiZ vernomen dat het ministerie het komend jaar erop aanstuurt om voor zzp1 en zzp2 de functie ‘verblijf’ definitief te schrappen. In een overgangsperiode naar risicodragend vastgoed gaat het ministerie weliswaar nieuwe integrale tarieven introduceren voor de zwaardere zzp’s, maar voor de twee lichtste zzp’s komt geen zogenoemde Normatieve huisvestingscomponent (NHC). De NHC is het bedrag dat zorginstellingen via zorgzwaartepakketten krijgen voor hun huisvestingskosten. In de verpleging en verzorging valt onder zzp1 ‘beschut wonen met enige begeleiding’ en onder zzp2 ‘beschut wonen met begeleiding en verzorging’.

Brief in mei
‘Dit bericht hoor ik in reactie op de uitgelekte ambtelijke brief van 7 oktober 2010′, zegt Wentges tegen Zorgvisie. ‘In die brief wordt het traject voor de invoering van integrale zzp-tarieven in de care geschetst. Wij wilden weten hoe het mogelijk is dat de overheid aan de ene kant zegt dat scheiden van wonen en zorg een feit wordt, maar ondertussen de invoering van de NHC middels een langjarig traject (tot 2018) voorstaat. Uit verschillende reacties maken wij op dat het komende jaar wel een begin gemaakt wordt met het scheiden van wonen en zorg voor zzp1 en zzp2.’ Volgens Wentges sturen de VWS-ambtenaren duidelijk op 2012. “‘We hebben vernomen dat in mei dit jaar een brief van VWS komt waarin een en ander wordt duidelijk gemaakt’, aldus Wentges.

[Zorgmarkt]

Kabinet zet zorg-PPS in de ijskast

Dossier: Bouw

Het kabinet heeft besloten om publiek-private samenwerking in de gezondheidszorg niet langer actief te stimuleren. Dat schrijft minister De Jager van Financiën in de kabinetsvisie ten aanzien van DBFM.

Geen resultaat
In een Kamerbrief zegt De Jager publiek-private samenwerking, meer in het bijzonder het concept van Design, Built, Finance en Maintain (DBFM), op het terrein van zorghuisvesting voorlopig in de ijskast te zetten, omdat “er helaas geen DBFM-project tot stand is gekomen, ondanks de vele activiteiten die het Rijk heeft ondernomen om DBFM van de grond te krijgen.”

Overgang
De Jager vermoedt dat het gebrek aan resultaat te maken heeft met het feit dat de zorg middenin de overgang naar prestatiebekostiging zit. “Dit overgangsproces met alle onzekerheden van dien is nadelig voor het verkrijgen van financiering van nieuwbouwprojecten”, aldus De Jager. De Jager verwacht partijen in de zorgsector DBFM alsnog in overweging zullen gaan nemen. “Verder is het denkbaar dat de mogelijkheden die VWS zal creëren om meer risicodragend kapitaal in de zorg aan te trekken, een stimulans voor DBFM kunnen zijn”, aldus De Jager.

Alternatief
Directeur René van Duuren van vastgoedorganisatie Blanxx is teleurgesteld over het besluit van het kabinet. “De overheid schiet zichzelf in eigen voet”, reageert Van Duuren. “De infrastructuur in de zorg is over het algemeen verouderd, terwijl instellingen de financiering van nieuwbouw via de geijkte kanalen vaak niet rond krijgen. Dus juist nu kan publiek-private samenwerking of DBFM een alternatief zijn.”

Niet gestimuleerd
Van Duuren vindt daarnaast dat De Jager ten onrechte de indruk wekt dat de overheid publiek-private samenwerking in de zorg actief heeft gestimuleerd. “Ik heb niet de indruk dat de overheid er heel hard aan getrokken heeft. Het vorige kabinet noemde publiek-private samenwerking opzichzelf kansrijk, maar ingewikkeld. Zorgaanbieders zijn daarom niet echt gestimuleerd om te onderzoeken of het een bruikbaar concept is.” Daarbij lijkt De Jager voorbij te gaan aan de feitelijke ontwikkelingen in het veld. Zo hebben zowel het Gemini ziekenhuis in Den Helder als het Maasziekenhuis Pantein in Boxmeer nieuwbouwplannen langs de lijnen van DBFM ontwikkeld.

[Skipr]

Tijdelijke oplossing voor knip in GGZ

Dossier: GGZ

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft een tijdelijke oplossing gecreëerd voor de problemen die er zijn in de GGZ met de knip tussen de AWBZ en de Zwv. Zorgaanbieders en verzekeraars kunnen in 2011 met een formulier verzoeken om geld over te hevelen van de ene naar de andere wet. De oplossing die nu bedacht is, is tijdelijk. De NZa komt later dit jaar met een advies voor een structurele oplossing.

Sinds 2008 zijn de extramurale zorg en het eerste jaar klinische zorg in de GGZ overgeheveld van de AWBZ naar de Zvw. De langdurende intramurale zorg is in de AWBZ gebleven. Instellingen zetten steeds meer extramurale zorg in en kortdurende trajecten, waardoor er geld overblijft voor bedden in de langdurige GGZ en de geneeskundige GGZ geld tekort komt. Hier krijgt de NZa veel meldingen over. Om dit probleem het hoofd te bieden is er behoefte te kunnen schuiven tussen de budgetten van beide systemen. Dit ook om de extramuralisering van de GGZ niet onnodig te belemmeren.

Het ministerie van VWS heeft de NZa gevraagd om een oplossing te bedenken die flexibiliteit tussen beide systemen weer mogelijk maakt. De voorgestelde oplossing, waarbij de NZa adviseert dat zorgverzekeraar, zorgkantoor en zorgaanbieder op een formulier een verzoek indienen, is een tijdelijke. In de loop van dit jaar komt de NZa met een advies voor een structurele oplossing.

[NZa]

Beleidsdoelstellingen VWS

Dossier: Zorg

Minister Schippers (VWS) wil dat veel meer zorg dichter bij huis wordt aangeboden en veel beter toegankelijk is dan nu. Dit schrijft zij in haar brief met beleidsdoelstellingen die vandaag naar de Tweede Kamer is verzonden.

Schippers vindt ook het vergroten van keuzevrijheid zeer belangrijk. Patiënten moeten kunnen kiezen op basis van gegevens die daadwerkelijk iets zeggen over de kwaliteit van de zorg. Zorgverleners worden beloond op basis van hun prestaties, en er komt meer ruimte voor vernieuwende zorgondernemers. Patiënten kunnen zo blijven rekenen op snelle, goede en veilige gezondheidszorg.

Met haar beleidsdoelstellingen schetst Schippers hoe zij in deze kabinetsperiode de gezondheidszorg in Nederland 21e eeuw-proof maakt. Ook geeft ze ermee aan hoe ze de gevolgen van vergrijzing, het dreigende personeelstekort en oplopende kosten te lijf gaat. Minister Schippers wil borgen dat goede zorg voor iedereen betaalbaar en beschikbaar blijft.

Op hoofdlijnen gaat minister Schippers het volgende doen:

- De basiszorg (zoals huisartsen, (wijk)verpleegkundigen, apothekers, fysiotherapeuten) maakt een stevige come back in de buurt. Zorgverleners moeten overdag, ’s avonds, ‘s nachts en in het weekend beter bereik- en beschikbaar zijn; in de stad en op het platteland. Dit scheelt ook in de kosten. Wanneer eenvoudige vormen van zorg in de wijk verleend worden, kunnen ziekenhuizen zich toeleggen op de complexere, specialistische zorg.

- Het vaste ziekenhuisbudget verdwijnt en de huidige ingewikkelde productstructuur wordt sterk vereenvoudigd. Ook zal het aantal vrij te onderhandelen prijzen maximaal worden uitgebreid. Zo kunnen ziekenhuizen worden beloond naar prestatie.

- Meer keuzevrijheid betekent dat patiënten en zorgverzekeraars goed moeten kunnen weten wat er te koop is. Het is belangrijk dat er snel beter inzicht komt in de kwaliteit van de zorg. Patiënten moeten op basis van een beperkt aantal gegevens een goede keuze kunnen maken. Schippers ondersteunt excellente zorginitiatieven, naar voorbeeld van de ‘magneetziekenhuizen’. Deze initiatieven stimuleren een cultuur binnen instellingen om constant bezig te zijn met verbetering van het zorgproces ten behoeve van de patiënt.

- Het aantrekken van privaat kapitaal voor aanbieders van medisch specialistische zorg wordt makkelijker gemaakt. Dit stimuleert innovaties, doelmatigheid en uiteindelijk de kwaliteit van de zorg. Onder strenge voorwaarden wordt het mogelijk voor aanbieders van medisch specialistische zorg om winst uit te keren. Dit vermindert de afhankelijkheid van banken voor het verkrijgen van kapitaal.

- Fusies tussen zorgverzekeraars en zorgaanbieders worden wettelijk verboden. De verzekeraar dient bij de zorginkoop nieuwe initiatieven onbevooroordeeld tegemoet te treden. Schaalvergroting mag niet ten koste gaan van kwaliteit en keuzevrijheid. Het fusiebeleid wordt aangescherpt met als uitgangspunt: ‘centraal wat moet, maar vooral decentraal wat kan’.

- Het toenemende beroep op gezondheidszorg vereist voldoende en gekwalificeerd personeel. Door taakherschikking en het creëren van nieuwe functies komt meer arbeidskracht beschikbaar. Ook worden zo de carrièrekansen van met name verpleegkundig personeel vergroot; de sector wordt hierdoor aantrekkelijker.

Op woensdag 2 februari debatteert de Tweede Kamer over de brief van minister Schippers. Voor alle bovenstaande plannen geldt dat ze in de loop van dit (voor)jaar gedetailleerd worden uitgewerkt.

[VWS]

Amsterdam stopt met aanbesteden Wmo

Dossier: WMO

De gemeente Amsterdam gaat komend jaar geen aanbesteding doen voor de thuiszorg. Hiervoor heeft een meerderheid in de gemeenteraad vorige week gestemd. De nieuwe aanpak zal grote zorgaanbieders waarschijnlijk marktaandeel kosten.
Amsterdam stapt helemaal af van de Europese aanbesteding en gaat ook niet nationaal aanbesteden in de Wmo. In plaats daarvan volgt de hoofdstad het voorbeeld van de gemeente Boskoop. In het Boskoop-model maakt de gemeente bestuurlijke afspraken met thuiszorgaanbieders die vervolgens kunnen intekenen op een convenant. De gemeente Amsterdam verwacht dat dankzij deze aanpak veel nieuwe aanbieders de Amsterdamse markt kunnen betreden. Bestaande aanbieders, zoals marktleider Cordaan, zullen onder dit systeem waarschijnlijk aandeel verliezen.

Af van het aanbesteden
Gemeenteraadslid Peggy Burke van de PvdA in Amsterdam heeft de kar getrokken om van de Europese aanbesteding af te komen. “We wisten al langer dat Europees aanbesteden niet persé verplicht is vanuit Brussel. Dus hebben we de voormalige welzijnswethouder gevraagd alternatieven te onderzoeken. Hij kwam echter met het verhaal dat aanbesteden de enige
manier is om thuiszorg te contracteren in een gemeente met vijftig aanbieders en tienduizenden cliënten. Inmiddels wil een meerderheid van VVD, GroenLinks, SP en de PvdA af van het aanbesteden.

Boskoopmodel
De nieuwe wethouder Eric van der Burg (VVD) heeft vorige week daarom een positief pre-advies gegeven voor het Boskoop-model. Aanbieders moeten om mee te kunnen doen aan de gesprekken voldoen aan een aantal minimumeisen. Zo moeten ze een signaleringsfunctie kunnen bieden en minimaal 25.000 uur hulp per jaar kunnen leveren. Bovendien mogen ze geen zorg onderaannemen. “Cordaan heeft nu een aandeel van zeventig procent, maar besteedt een deel van die zorg uit aan derden”, zegt Burke. “Hierbij blijft natuurlijk geld bij Cordaan hangen, dus dat willen we niet meer. Een ander voordeel van het Boskoop-model is dat aanbieders die zich richten op specifieke doelgroepen, zoals de Turkse gemeenschap, nu ook de markt kunnen betreden.”

Prijsonderhandelingen
Over de prijs die de gemeente zal hanteren, moet nog onderhandeld worden. Het is de bedoeling dat in januari de eerste gesprekken gevoerd worden. Volgende week donderdag moet eerst nog een officieel akkoord vanuit de gemeenteraad komen. “Het mooie van dit besluit is dat je kunt stellen dat het voorgoed gedaan is met de Europese aanbesteding in de Wmo nu de hoofdstad er niet meer aan meedoet”, aldus het raadslid.

[Zorgvisie]

Jaardocument 2010 vastgesteld en beschikbaar

Dossier: Zorg

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft het jaardocument 2010 vastgesteld. Het jaardocument 2010 is de basis voor de verantwoording over het verslagjaar 2010.

Belangrijk is dat het jaardocument 2010 iets veranderd is in vergelijking met 2009. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste wijzigingen:

In dit modeldocument worden ook kraamzorginstellingen verzocht om voor zich te verantwoorden met het jaardocument 2010. Deze instellingen zullen binnenkort worden benaderd. Hiertoe zijn de facultatieve vragen over verslagjaar 2009 reeds aangepast.

Voor gehandicaptenzorginstellingen die door het ministerie van OCW bekostigd onderwijs bieden aan hun cliënten is het mogelijk om zich te verantwoorden met het jaardocument 2010. In het jaardocument vindt u hier meer informatie over.

De volgende wijzigingen gelden ook voor verslagjaar 2009:

De tabel “Personeelsinformatie” in DigiMV is verbeterd.
De vrijwillige vragen voor Wmo-zorg zijn beter te gebruiken voor gemeentelijke verantwoording.
De vragen over bestuur en toezicht zijn aangescherpt.
De basis voor de verantwoording over verslagjaar 2009 is het jaardocument 2009 . Dit document bevat het jaardocument 2009 inclusief de wijzigingen die na het verschijnen van de gedrukte publicatie zijn doorgevoerd. U dient bij de verantwoording dit jaardocument 2009 te gebruiken.

[Mededeling modeljaardocument mvo 2010]
[Jaarverantwoording zorginstellingen 2010]
[Modeldocument 2010]

[jaarverslagenzorg]

NIVRA voorziet afboekingsramp voor zorginstellingen

Dossier: Controlling, Zorg

Een afboekingsrampt dreigt voor zorginstellingen. Dat voorziet NIVRA, de beroepsorganisatie van de registeraccountants. NIVRA schrijft in zijn publieke managementletter over “een tikkende tijdbom”. Instellingen zouden honderden miljoenen euro’s moeten afboeken op vastgoed.??

Vastgoedregime
Door het nieuw vastgoedregime is de op maat gemaakte vergoeding voor het vastgoed van zorginstellingen verdwenen; instellingen moeten nu de kosten van hun vastgoed terugverdienen uit de geleverde zorg.

Half miljard
NIVRA noemt het nieuwe regime risicovol. Ten eerste omdat de hoogte van het vastgoedtarief dat instellingen in hun prijzen mogen berekenen niet duidelijk is. En ten tweede omdat er geen overgangsregeling is. Het NIVRA waarschuwt voor het ontstaan van financiële problemen. Deze kunnen ontstaan als instellingen hun vastgoed niet langer op aanschafwaarde mogen waarderen, maar op bedrijfswaarde moeten waarderen. Volgens vastgoeddeskundigen kan het afboekingsbedrag voor de hele sector tot een half miljard euro oplopen.

Management letter
De management letter van NIVRA is gericht op de langdurige gezondheidszorg. In de publicatie worden de belangrijkste risico´s op brancheniveau gesignaleerd.

[Skipr]

Afdrachtvermindering Speur-en Ontwikkelingswerk in de zorg

Dossier: Zorg

In de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) zijn drie faciliteiten opgenomen voor het toepassen van een afdrachtvermindering op het per loontijdvak verschuldigde bedrag aan loonheffingen. Dit zijn de afdrachtvermindering onderwijs (WVA onderwijs), de afdrachtvermindering voor speur- en ontwikkelingswerk (afdrachtvermindering S&O) en de afdrachtvermindering zeevaart. Met name de eerste twee zijn interessant voor de healthcare branche. De afdrachtvermindering S&O is een korting op de af te dragen loonheffingen en verlaagt de loonkosten voor de werkgever.

Wie komt in aanmerking voor de afdrachtvermindering S&O?
Om in aanmerking te komen voor de afdrachtvermindering S&O moet de zorgorganisatie als een zogenoemde S&O-inhoudingsplichtige kwalificeren. In het kort komt het er op neer dat als de zorgorganisatie voor de loonheffingen volgens de wettelijke bepalingen van de vennootschapsbelasting een onderneming drijft en werknemers in dienst heeft die S&O-werkzaamheden verrichten, de afdrachtvermindering S&O van toepassing is.

Welke werkzaamheden kwalificeren als S&O-werkzaamheden?
De volgende werkzaamheden kwalificeren als S&O-werkzaamheden:
— technisch-wetenschappelijk onderzoek;
— de ontwikkeling van voor de S&O-inhoudingsplichtige of de S&O-belastingplichtige technisch nieuwe (onderdelen van) fysieke producten, (onderdelen van) fysieke productieprocessen, of (onderdelen van) programmatuur;
— het uitvoeren van een systematisch opgezette analyse van de technische haalbaarheid van het zelf verrichten van het speur- en ontwikkelingswerk, bedoeld als hiervoor;
— het uitvoeren van een technisch onderzoek naar een substantiële wijziging van een productiemethode, dan wel een onderzoek naar de modellering van processen. De wijziging moet wel kunnen leiden tot een significante verbetering van programmatuur of van het fysieke productieproces dat reeds wordt toegepast in de onderneming van de S&O-inhoudingsplichtige of S&O-belastingplichtige.

Met ingang van 1 januari 2009 hoeft het niet meer uitsluitend te gaan om technisch wetenschappelijk onderzoek, maar ook onderzoek naar of ontwikkeling van technisch nieuwe producten of het integreren of met elkaar laten samenwerken van bestaande programmatuur behoort tot de mogelijkheden waarvoor de afdrachtvermindering S&O kan worden toegepast. Denk hierbij aan de aanschaf of implementatie van een softwarepakket of automatiseringsprojecten.

Mogelijk kunnen deze werkzaamheden of delen van deze werkzaamheden worden aangemerkt als S&O-werkzaamheden. Het is voldoende dat de technische knelpunten en oplossingsrichtingen liggen op het niveau van het integreren of met elkaar laten samenwerken van bestaande programmatuurcomponenten. Het hoeft niet uitsluitend te gaan om technisch nieuwe programmatuur. Het integreren of met elkaar laten samenwerken van bestaande programmatuur moet wel hoofdzakelijk plaatsvinden binnen de onderneming van de S&O-inhoudingsplichtige, binnen de fiscale eenheid waarvan de S&O-inhoudingsplichtige deel uitmaakt of binnen de onderneming van de belastingplichtige en niet voor een derde.

Wat kan het opleveren?
De loongrens voor het jaar 2011 is vastgesteld op € 220.000. Mits de klant aan de voorwaarden voldoet (onder andere het voeren van een projectadministratie etc.) kan zij voor het jaar 2011 46% over de eerste € 220.000 van de S&O-loonsom als afdrachtvermindering in aanmerking nemen. Voor het meerdere geldt een afdrachtvermindering van 16% van de loonsom. De maximale afdrachtvermindering bedraagt € 11.000.000.

Hoe verder?
Mocht je willen onderzoeken of de afdrachtvermindering S&O mogelijk speelt, mail dan en ik zal je in contact brengen met mijn collega’s van Ernst & Young Human Capital.

DBC-pakket 2011 (RS07) beschikbaar

Dossier: DBC, Ziekenhuiszorg

Met ingang van 18 november 2010 is het DBC-pakket 2011 (RS07) beschikbaar voor de ziekenhuiszorg. Dit pakket bevat de tabellen en ondersteunende documentatie voor de DBC-systematiek per 1 januari 2011.

RS07 is een geactualiseerd DBC-pakket voor 2011 voor de registratie en declaratie van ziekenhuiszorg in Nederland. Het pakket bevat ten opzichte van dat voor 2010 (RS03 en RS03b) wijzigingen in onder andere de tarieven, honoraria, zorgactiviteiten en typeringslijsten.

De diagnosen en zorgactiviteiten die zijn geïntroduceerd in het DOT-simulatiepakket van juli 2010 (RS05) zijn reeds verwerkt in RS07, mede om een soepele overgang naar DOT (DBC’s op weg naar Transparantie) te stimuleren. De zorgactiviteiten van RS07 zijn reeds vanaf 1 augustus 2010 beschikbaar op de website van DBC-Onderhoud.

De eerstvolgende uitlevering (RS08) bevat de doorontwikkelde DBC-systematiek onder DOT. In het regeerakkoord is afgesproken dat DOT op 1 januari 2012 ingaat.

[DBC Onderhoud]

NZa stelt tarieven ziekenhuiszorg 2011 vast

Dossier: DBC, Ziekenhuiszorg

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft de prestaties en tarieven voor de ziekenhuiszorg in 2011 bekendgemaakt. Daarin is op aanwijzing van de minister van VWS ook de korting op de honoraria voor de medisch specialisten verwerkt. Daarbij gaat het om een additionele korting van 4,08 % voor de specialisten. De nieuwe tarieven van de diagnosebehandelingcombinaties (DBC’s) die gelden voor de ziekenhuizen, gaan per 1 januari 2011 in.

De NZa stelt jaarlijks de tarieven van de DBC’s vast. Die bestaan uit een kostendeel van het ziekenhuis en een honorariumdeel voor de medisch specialisten. In de kostendelen zijn wijzigingen doorgevoerd op basis van recente kostprijzen.
In de honoraria van de vrijgevestigde medisch specialisten zijn verschillende kortingen verwerkt. Zo is de overschrijding van 512 miljoen die de specialisten in 2008 boekten structureel in de tarieven van 2011 verrekend. Deze is per specialisme gedifferentieerd, op basis van het model dat de NZa daarvoor eerder dit jaar ontwikkeld heeft.

Daarnaast is de extra overschrijding van 94 miljoen over 2009 verwerkt, die de minister van VWS in november bekendmaakte. Deze additionele overschrijding is in de honoraria niet gedifferentieerd doorgerekend en leidt tot een generieke korting van 4,08% voor alle specialismen in 2011. De reden dat deze 94 miljoen niet gedifferentieerd in de tarieven is verwerkt is, dat pas in de loop van 2011 duidelijk wordt welke specialismen verantwoordelijk zijn voor deze overschrijding.

Tenslotte is de compensatie voor de ondersteunend specialisten aangepast, omdat zij in 2010 teveel gekort zijn.
Voor consumenten betekent dit nieuwe DBC-pakket dat zij in 2011 soms minder en soms meer gaan betalen voor zorgprestaties dan in 2010.

[NZa]

Populair deze maand

  • (none)

Dit is een Wordpress weblog. Het thema is gebaseerd op Magatheme.

Clicky