Controlling in de zorg

Aanpassingen Awbz hinderen Wmo

Dossier: AWBZ, WMO

De uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) wordt belemmerd door de ‘toename van taken door maatregelen in de Awbz’. Dat blijkt uit een evaluatie van de wet die in 2007 ingevoerd werd. Door latere aanpassingen in de Awbz (Algemene wet bijzondere ziektekosten) en versnippering van het zorglandschap verliezen gemeenten hulpbehoevende burgers uit het oog.
Alhoewel het oordeel over de wet in de evaluatie, uitgevoerd door het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), ‘overwegend positief’ wordt genoemd, geeft 44 procent van de ondervraagde gemeentefunctionarissen en medewerkers van uitvoerende instanties aan dat andere wet- en regelgeving gemeentelijke sturing bij de Wmo in de weg staat. Het gaat daarbij vooral om ‘de toename van taken door maatregelen in de Awbz’, stelt het SCP. ‘De grenzen tussen de Wmo en de Awbz zijn niet altijd nauwkeurig getrokken’.

De Wmo werd in 2007 ingevoerd als opvolger van onder meer de Welzijnswet 1994 en regelt de mate en de manier waarop gehandicapten en langdurige zieken ondersteuning krijgen. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om het aanpassen van woningen en om huishoudelijke hulp, die werd overgeheveld vanuit de Awbz. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren van de Wmo, de uitvoering van de Awbz ligt bij Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ). De Awbz is ouder, maar sinds 2003 is fors aan de wet gesleuteld om het aantal beroepen op de zorg te beperken en de uitgaven te beperken. In juli maakte het CBS bekend dat de uitgaven voor de Awbz gestegen zijn tot ruim 23 miljard euro per jaar.

Door ingrepen is het vanaf 1 januari 2009 niet meer mogelijk dat personen met psychosociale problemen een beroep doen op de wet, dit jaar verdween de ondersteunende en activerende begeleiding. Cliënten uit deze groepen kunnen in een aantal gevallen bij gemeenten een aanvraag doen voor Wmo-hulp, maar niet iedereen doet dat, waardoor gemeenten op zoek moeten naar ingezetenen met recht op hulp in de huishouding.

Onrust
Gemeenten geven aan te herkennen dat de afstemming tussen Wmo en Awbz belemmerend werkt. ‘Wat speelt,’ laat een woordvoerder van de gemeente Leiden weten, ‘is onder andere onduidelijkheid bij cliënten over verschillende aanvraagprocedures. Ook de wijze van verantwoording is anders. En landelijke informatie over het stopzetten van het persoonsgebonden budget in de Awbz leidt tot onrust, omdat mensen denken dat het ook de budgetten voor de Wmo betreft.’ In aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen hield de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) al een pleidooi voor het overhevelen van taken uit de Awbz naar de Wmo om de zorg preventiever, goedkoper en voor de burger duidelijker – want één loket – te maken.

De Alkmaarse Zorgwethouder Wim van Veen (GroenLinks) merkt vooral problemen bij de hulp in het huishouden, dat werd overgeheveld van de Awbz naar de Wmo. Volgens Van Veen gaat een integrale aanpak van huishoudelijke hulp verloren doordat er door de komst van de Wmo een knip is gemaakt in die hulp. Van Veen: ‘Er zijn organisaties die thuiszorg aanbieden vanuit de Abwz en organisaties die hulp bij het huishouden bieden vanuit de Wmo. Er is bijzonder weinig afstemming tussen beiden instellingen en ze weten lang niet altijd van elkaar wat ze doen, er kunnen twee zorgdossiers zijn van één huishouden. De gemeente wil een totaaloverzicht hebben welke zorg er nodig is, maar dat is niet altijd mogelijk. Dat is jammer.’

Ook in de Utrechtse gemeente Houten, dit voorjaar nog door toenmalig VWS-staatssecretaris Bussemaker gelauwerd om de aanpak van de Wmo, wordt die versnippering herkend, zegt senior beleidsmedewerker welzijn Ineke Kosterman van de gemeente Houten. Kosterman: ‘Tegelijkertijd zie je daardoor tegenreacties ontstaan. Er wordt kleinschaligere thuiszorg geboden, mensen doen een beroep op andere mensen in de omgeving.’ Door aanpassingen, vooral uit kostenbesparingen, worden veel Awbz-clienten bij herindicaties door het CIZ buiten de deur gehouden. Volgens een voortgangsrapportage van VWS over de Pakketmaatregelen 2009 in de Awbz afgelopen juli gepubliceerd, daalde het aantal mensen dat gebruik maakt van begeleidende zorg vorig jaar met 41.000 ten opzichte van 2008.

Verminderde vraag
In Houten en elders blijkt dat relatief weinig mensen zich bij de gemeente hebben gemeld voor vragen over de begeleiding, minder dan verwacht. De gemeente start een project om er achter te komen waar vraag naar is. Deels, zegt Kosterman, komt de verminderde hulpvraag door de filosofie van de Wmo. ‘De wet gaat uit van de eigen kracht van mensen, van zelfredzaamheid en zelfstandigheid. De kanteling binnen de Wmo gaat in eerste instantie uit van de mogelijkheden van de cliënt en zijn sociale netwerk. Daarna wordt gekeken naar de inzet van algemene voorzieningen als vrijwilligerswerk, ten slotte naar de inzet van individuele voorzieningen. Maar de vraag is of we iedereen in beeld krijgen. Zijn er misschien mensen die weinig contact hebben, en hoe krijg je hen zover dat ze hulp aanvaarden.’

‘We laten als overheid kansen liggen door gemeenten niet meer te betrekken bij besluitvorming rond de Awbz,’ terwijl zij in de meeste gevallen wel de instantie zijn waar wordt geprobeerd hulp aan te vragen, zegt divisiemanager persoonsgerichte zorg & welzijn Ali Flikkema van de gemeente Groningen. ‘We begrijpen als gemeenten dat de Awbz goedkoper moet, maar we missen het overleg met het Rijk daarover. Het Rijk bezuinigt redelijk eenzijdig, in sommige gevallen komen onderdelen onder de Wmo te vallen. Dat is wel begrijpelijk, maar we hebben als gemeente heel weinig zicht op de effecten van die maatregelen.’

Privacyregels
Door regels omtrent privacy en onvoldoende communicatie tussen Rijk en gemeenten wordt voor gemeenten die nu mogelijk Wmo-gerechtigden uit het oog verloren hebben, moeilijk deze op te sporen, zegt Flikkema. De privacyregels verbieden dat overheidsorganisatie onderling informatie uitwisselen over burgers, en dus ook zorggerechtigden. Flikkema: ‘Omdat we onvoldoende informatie hebben is het voor gemeenten lastig nieuw beleid te formuleren.’

Het ministerie van Volksgezondheid laat weten dat de gemeente zelf actief op zoek moeten gaan naar Wmo-gerechtigden, aldus een woordvoerder. ‘Niemand kent de burger zo goed als de gemeente.’
Het zit Wmo-uitvoerders ook dwars dat de extra taken niet financieel gecompenseerd worden door het Rijk. Er komt wel meer werk bij, maar de financiële bijdrage uit Den Haag verandert nauwelijks. In de evaluatie wordt die klacht kort omschreven: ‘Overheveling uit taken van delen van de Awbz dient ook financieel voor honderd procent plaats te vinden.’ In Houten, zegt Kosterman, hebben de wijzigingen in de Awbz geleid tot een ‘herschikking’ van budgetten.

Vanuit cliëntenorganisaties wordt ook gemopperd op de overheveling van Awbz-onderdelen naar de Wmo. Cor Bras, voorzitter van de regionale cliëntenorganisatie Drenthe, stelt dat cliënten het verschil tussen beide zorgwetten maar moeilijk begrijpen. ‘Mensen die eerst recht hadden op geld van de Awbz werden ineens geconfronteerd met een intakegesprek bij de gemeente. Vooral de informatievoorziening over veranderingen wordt als gebrekkig ervaren door cliënten, zegt Bras.

Overigens is de Awbz niet de enige wet die een goede uitvoering van de Wmo belemmert. Zo zorgen recente bezuinigingen op de zorgverzekeringen voor lacunes, omdat niet alle aanpassingen meer vergoed worden. En ook de scheidslijn tussen Wmo en de Wet op de jeugdzorg is volgens de evaluatie ‘niet altijd even logisch.’ Europese aanbestedingsregels tot slot maken de uitvoering moeilijk, omdat er om de vier jaar opnieuw aanbesteed moet worden. De procedure duurt lang, zegt Flikkema, en de periode die aanbesteed kan worden, te kort. ‘Voordat je een proces van samenwerking hebt geregeld, ben je zo een paar jaar verder.’ Dit voorjaar nam de Tweede Kamer een voorstel van oud-SP-fractievoorzitter Agnes Kant aan waarmee de aanbestedingsregels worden versoepeld, en ook in Brussel wordt over soepelere aanbestedingsregels gediscussieerd.

Een deel van de cliënten bij wie het recht op Awbz is vervallen, kan zich bij gemeenten melden voor hulp via de Wmo, maar lang niet iedereen doet dat.

[Rapport Op weg met de Wmo]

[SConline]

WMO zorgt niet voor betere lokale ondersteuning

Dossier: WMO

Als decentralisatieproject is de WMO geslaagd. Maar drie jaar na de introductie heeft de WMO nog niet geleid tot een ‘daadwerkelijk beter functionerend systeem van ondersteuning op lokaal niveau’. Veel gemeenten zijn vooral een WMO-uitvoeringsloket van het Rijk. Dat blijkt uit onderzoek van het Instituut Beleid en Management Gezondheidszorg van de Erasmus Universiteit Rotterdam.

Boekhouders
Van het achterliggende doel van de WMO is nog weinig terecht gekomen, zegt hoogleraar Kim Putters van de Erasmus Universiteit in een toelichting op het binnenkort te verschijnen rapport Governance of local care service. ‘Een grote groep gemeenten hebben de WMO-taken weliswaar overgenomen, maar op een weinig vernieuwende manier. Je ziet het aan wie de aanbestedingen voor de WMO in elkaar zetten. Dat zijn toch weer de boekhouders en juristen, niet de mensen met inhoudelijke kennis.’

Recentralisatie
Volgens Putters, die als Eerste Kamerlid -voor de PvdA- ook de wetgeving van de WMO heeft meegemaakt, gaat die uitvoerdersmentaliteit in tegen de kern van de WMO is dat je als gemeente anders gaat denken. ‘Kijk als gemeente niet simpelweg naar waar de burger recht op heeft, maar kijk of je kunt zorgen dat burgers zelf moeite doen om hun beperkingen te kunnen compenseren, welke hulp ze elders krijgen en welke steun de overheid nog kan geven.’

Afwachtend
Putters en zijn Rotterdamse collega wetenschappers constateren dat van die andere manier van werken en denken, die zij paradigmawisseling noemen, nog weinig terechtkomt. Er zijn enerzijds ‘minder actieve gemeenten’ met een afwachtende houding en een roep om meer eenduidige aansturing door VWS of vanuit de VNG. Wat volgens de onderzoekers leidt tot ‘recentralisatie en uniformiteit in plaats van de beoogde variëteit en maatwerk’.

Vernieuwing loopt spaak
Anderzijds zijn er ook ‘veel’ gemeenten die de nieuwe beleidsvrijheid omarmen en op zoek gaan naar vernieuwing. Maar ook bij die gemeenten loopt de vernieuwing spaak. ‘Er is voldoende lokale creativiteit en organiserend vermogen’, volgens de onderzoekers. Maar het knelpunt ligt bij het structureel inbedden van de geleerde lessen, nadat pilots en experimenten aflopen. ‘Vaak vervalt men dan weer in oude werkwijzen.’

Bevlogen wethouders
Putters ziet wel enkele lokale lichtpuntjes. ‘Als je hele bevlogen wethouders hebt, met visie, dan zorgen zij voor meer ruimte om te experimenteren. En ik denk dat je sterke wethouders nodig hebt om de kokers van ambtelijk apparaat te overbruggen. Maar het kán. Dat zie je bijvoorbeeld in Rotterdam. Daar zorgen “mobiliteitspouls” voor activering van mensen die dat nodig hebben, maar dat werkt ook door in mantelzorg.’

[Binnenlands Bestuur]

Pakket RG03 DBC GGZ voor 2011 niet vastgesteld

Dossier: DBC, GGZ

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft besloten de release RG03 voor de ggz met tarieven voor 2011 niet goed te keuren. Het besluit heeft tot gevolg dat de bestaande DBC-tarieven worden geïndexeerd.

Een zeer beperkt aantal wijzigingen gaat wel mee in het pakket voor 2011. Het gaat hierbij onder andere om de invoering van het prestatievoorschot. De productstructuur blijft ongewijzigd. Op basis van het besluit van de NZa past
DBC-Onderhoud haar pakket nu aan. DBC-Onderhoud levert het aangepaste pakket voor 2011 nu medio oktober uit.

Gebruikersbijeenkomst ggz op 4 oktober uitgesteld
In verband met het besluit van de NZa over de RG03 is DBC-Onderhoud helaas genoodzaakt om de geplande gebruikersbijeenkomst voor de ggz op 4 oktober uit te stellen. Deze vindt nu in januari 2011 plaats. U ontvangt daar te zijner tijd meer informatie over.

[DBCOnderhoud]
[DBCOnderhoud]

CVZ publiceert het tweede correctief onderhoud op de specificaties voor AZR 3.0

Dossier: AWBZ

Een globaal overzicht van het correctief onderhoud is te vinden in het document ‘Overzicht correctief onderhoud AZR 3.0, 31 augustus 2010’. Hierin is de aanleiding van de wijziging en de gekozen oplossing terug te vinden. De projecten AZR 3.0 en declareren AWBZ-zorg hebben onder regie van VWS regelmatig afstemmingsoverleg. Uit deze afstemming zijn geen wijzigingen op de specificaties voor AZR 3.0 gekomen.

Het correctief onderhoud is verwerkt in een nieuwe versie van het BEP-model (versie 1.2). Hiermee hebben ketenpartijen een integraal model met de bijgestelde specificaties van AZR 3.0. De veranderingen in het BEP-model zijn tot op detailniveau in het mutatieoverzicht terug te vinden. De berichtenstandaarden zijn uiterlijk 6 september a.s. te downloaden op de website van Vektis (uitgave 3). Om de wijzigingen ten opzichte van AZR 2.2 in beeld te houden, is ook nieuwe technische Baseline gepubliceerd (AZR 2.2 – AZR 3.0 BEP-model 1.2).

Het volgende correctief onderhoud staat gepland voor 1 oktober 2010.

[Overzicht Correctief Onderhoud AZR 3.0, 31 augustus 2010]
[BEP-model]

[zorgregistratie.nl]

DBC tarieven in de GGZ worden geïndexeerd

Dossier: DBC, GGZ

De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) heeft besloten de nieuwe release met tarieven voor de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) 2011 niet goed te keuren. Reden hiervoor is dat de kwaliteit van de kostprijzen onvoldoende is vastgesteld. Dit betekent dat de bestaande DBC tarieven in de GGZ worden geïndexeerd. Door dit besluit kan onduidelijkheid ontstaan over de toekomstige bekostiging van de GGZ, om die reden komt de NZa op korte termijn met een visie hierop om voor de toekomst duidelijkheid te scheppen.

De nieuwe release met tarieven voor GGZ 2011 bevat teveel onzekerheden, met name ten aanzien van de representativiteit van het kostprijsonderzoek. Dit komt onder meer doordat de groep zorgaanbieders waarvan kostprijsgegevens zijn gebruikt beperkt is. Een aantal sectoren, waaronder de vrijgevestigden, is niet betrokken bij het kostenonderzoek. Door een recente uitspraak van het CBB is juist op dit punt extra de nadruk komen te liggen. Ook ontbreekt informatie over de kostprijzen per kostendrager (aanbieder). Daarnaast kent het gebruikte kostprijsmodel, vooral ten aanzien van verblijf, te veel onzekerheden. Weliswaar heeft DBC Onderhoud naar beste kunnen en de laatste inzichten haar methodes en statistieken toegepast, maar de NZa kan daarmee niet voldoende vaststellen of de kostprijzen juist zijn.

Het besluit heeft tot gevolg dat de bestaande DBC tarieven worden geïndexeerd. Een aantal wijzigingen voor de productstructuur 2011 kan wel worden doorgevoerd. Het gaat hierbij onder andere om de invoering van het prestatievoorschot. Als gevolg van het besluit kan onduidelijkheid ontstaan over de doorontwikkeling van de productstructuur GGZ en het kostprijstraject voor de sector. Het gaat hierbij met name om de vraag in hoeverre het gehanteerde kostprijsmodel geschikt is voor het bepalen van productprijzen in de GGZ. Meer fundamenteel nog is voor de NZa de vraag in hoeverre de DBC systematiek een oplossing biedt voor de bestaande bekostigingsvraagstukken. Daarom komt de NZa op korte termijn met een toekomstvisie om duidelijkheid te geven over deze vragen. De NZa zal de sector daarover in oktober 2010 consulteren.

[NZa]

Doorvragen moeilijkste toezichtstaak commissarissen en toezichthouders

Dossier: Controlling

Commissarissen en toezichthouders ervaren doorvragen bij het bestuur als hun lastigste toezichtstaak. Dat blijkt uit vandaag gepubliceerde resultaten van een onderzoek door de Governance University. Het kennisinstituut vroeg ruim honderd toezichthouders bij kleine en middelgrote bedrijven naar de belangrijkste problemen die ze bij het uitoefenen van hun functie ervaren.

Er is veel verwarring onder commissarissen en toezichthouders over de juiste invulling van hun rol, zo blijkt uit het onderzoek. Commissarissen waren vaak zelf bestuurder of zijn dat nog steeds elders en zijn dus gewend zelf aan het roer te staan. Ook zijn de omgangsregels met het bestuur in de praktijk niet altijd duidelijk. Hierdoor hebben commissarissen in de praktijk moeite met puur toezicht houden.

Top-4 problemen toezichthouders
De afgelopen zomer zijn er ruim veertig toezichthouders uit zowel de profit als de non-profit sector geïnterviewd en een tiental zelfevaluatierapporten geanalyseerd om te achterhalen welke problemen bij commissarissen voorkomen. De volgende vier thema’s kwamen als meest problematisch en meest belangrijk naar voren:

1. Doorvragen bij het bestuur
2. Informatievoorziening
3. Samenwerking met het bestuur
4. Rolverwarring

Doorvragen
Doorvragen bij het bestuur blijkt het grootste probleem voor commissarissen. Het betreft meestal het krijgen van onduidelijke antwoorden of het helemaal uitblijven van antwoorden als hierom, vaak herhaaldelijk, wordt gevraagd. De ‘uitdagingen’ die worden ervaren in omgang en samenwerking met het bestuur kunnen slaan op geschillen over remuneratie of een verschillende visie op de strategie. Rolverwarring is in dit onderzoek geïnterpreteerd als onduidelijkheden over de rollen van bestuur en Raad van Commissarissen (RvC). ‘Bijvoorbeeld een commissaris op de bestuurdersstoel, of een bestuurslid dat de rol van de RvC als toezichthouder niet respecteert in de zin van informatieonthouding, of juist vragen om hulp op bestuurlijk gebied,’ aldus Stefan Peij, oprichter van de Governance University en Lector aan de Hogeschool INHolland en verantwoordelijk voor dit onderzoek. ‘De problemen of uitdagingen die de respondenten in hun functie ervaren, houden vrijwel zonder uitzondering verband met de omgang met de Raad van Bestuur (RvB), en heeft dus niet zozeer te maken met de RvC zelf. Daarbij speelt rolverwarring hen parten. De meeste commissarissen hebben moeite met vanaf de zijlijn kritisch doorvragen. Als ze hun informatie niet op tijd of onvolledig krijgen, hebben ze de neiging op de leuning bij de bestuurder te gaan zitten. Het blijkt toch wel heel moeilijk in een beperkte tijdbesteding voldoende afstemming te krijgen met het bestuur.’

Two tier board
Nederland kent de zogenoemde two tier board, waarbij het bestuur en het toezicht gescheiden zijn in aparte organen. Dit model komt slechts in enkele landen ter wereld voor. In de rest van de wereld is de one tier board, het Angelsaksische model, dominant. Daarbij is er één board waarin executive en non-executive leden zitten. Peij: ‘Ons afwijkende model gaat in de praktijk steeds meer lijken op het Angelsaksische en komt daardoor in de toekomst steeds meer onder druk te staan. Deze gedachte wordt ondersteund door de uitkomsten van het onderzoek. Bijvoorbeeld: negen van de tien RvC-vergaderingen vinden in het bijzijn van het bestuur plaats en de voorzitter van de RvC krijgt steeds meer een vooruitgeschoven rol, net als de ‘chairman’ in de Angelsaksische board. Deze ontwikkeling maakt de rol en positie van de commissaris er ook niet duidelijker op.’

Kwaliteiten
De Governance University vroeg de respondenten ook naar de belangrijkste ‘kwaliteiten’ die nodig zijn om goed toezicht te houden. Daarbij is onderscheid gemaakt tussen individuele kwaliteiten van de commissaris en collectieve kwaliteiten van de RvC. Bij de individuele kwaliteiten werd als top-3 respectievelijk onafhankelijkheid, integriteit en kennis en ervaring genoemd. De Raad als geheel werd andere kwaliteiten toegedicht. Deze groepskwaliteiten zijn in volgorde van belang: open en eerlijke sfeer, complementaire samenstelling, goede voorzitter. ‘Zowel individuele als groepskwaliteiten kunnen worden verbeterd of aangeleerd. Wij hebben berekend dat slechts 1 op de 100 toezichthouders een opleiding volgt of ooit heeft gevolgd op het terrein van governance en het commissariaat. Aan de hand van de onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat opleiding nodig is om de vele, en belangrijke problemen aan te pakken en te verhelpen,’ aldus Peij.

[Accountancynieuws]

‘Ziekenhuiszorg kan op termijn miljarden goedkoper’

Dossier: Ziekenhuiszorg

Op de ziekenhuiszorg kan in de komende vijftien jaar 5 tot 7 miljard euro worden bespaard. Ondermeer door medische apparatuur bij huisartsen te plaatsen, valt de kostenstijging in de zorg te temperen, stelt het organisatieadviesbureau Boer & Croon. Dat schrijft de Volkskrant.

Stijging zorgkosten
Een nieuwe manier van werken is de enige manier om te voorkomen dat de kosten in de zorg exploderen, volgens Boer & Croon. Als, zijn de kosten van ziekenhuis en specialist lopen op van nu ruim 18 miljard naar zo’n 30 miljard euro in 2015 wanneer de huidige stijging van 4 procent per jaar aanhoudt. Deze stijging kan tot 25 miljard euro beperkt blijven volgens de onderzoekers. Ziekenhuizen dienen hiertoe ook de complexe zorg in enkele ziekenhuizen te concentreren.

Het rapport is volgens Boer & Croon in De Volkskrant geen blauwdruk, maar bouwt voort op ontwikkelingen die al gaande zijn. Medische apparaten worden steeds goedkoper en gebruiksvriendelijker. Huisartsen en andere eerstelijnshulpverleners kunnen straks deze apparatuur gebruiken. Daardoor is doorverwijzing naar een duur ziekenhuis voor een diagnose straks minder vaak nodig, verwachten de consultants. Een ander voordeel van deze handelswijze is dat patiënten sneller op het juiste adres terechtkomen. Verder kan het aantal spoedafdelingen in ziekenhuizen beter worden geconcentreerd, stellen de consultants. Zij denken aan dertig acute centra en tien traumacentra.

[Skipr]

Inkoopleidraad zorgkantoren ook interessant voor gemeenten

Dossier: WMO

Wmo en AWBZ hebben in de praktijk vaak raakvlakken.
Denk bijvoorbeeld aan de ketenzorg dementie of maatschappelijke opvang. In veel regio’s weten gemeenten en zorgkantoren elkaar dan ook te vinden.

Bij het vaststellen van hun inkoopbeleid besteden Zorgkantoren aandacht aan de samenwerking. Om die reden is de Inkoopleidraad AWBZ van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) ook interessant voor gemeenten.

Gemeenten kunnen de leidraad gebruiken om een visie te ontwikkelen op samenwerking met zorgkantoren. Dat vergemakkelijkt een gesprek met het zorgkantoor.

Onderwerpen
Voor wat betreft de samenwerking met gemeenten besteedt de Inkoopleidraad specifiek aandacht aan:

Maatschappelijke Opvang/Vrouwenopvang
Beleidsregel/Zorginfrastructuur
Overzicht zorgaanbod in de regio
Ketenzorg dementie
Meer informatie
Hieronder vindt u een toelichting van ZN op het belang van de Inkoopleidraad voor gemeenten.

[ZN: Inkoopleidraad AWBZ en gemeenten]
[Inkoopleidraad AWBZ 2011]

[VNG]

Top-10: Ligduur Zaans Medisch Centrum kortst

Dossier: Ziekenhuiszorg

Patiënten hebben het afgelopen jaar gemiddeld 3,3 dagen in het ziekenhuis gelegen, vier procent korter dan in het jaar daarvoor. Dat blijkt uit cijfers van Coppa Consultancy.

In het Zaans Medisch Centrum verblijven patiënten het kortst, gemiddeld kunnen mensen hier na 2,6 dagen weer naar huis. Onder aan de lijst staat UMC Groningen met een gewogen gemiddelde ligduur van 5,8 dagen. Het HagaZiekenhuis in Den Haag boekte de meeste vooruitgang. De ligduur daalde met 15 procent. Verder is te zien dat alle ziekenhuizen in de top-10 een verbetering hebben gerealiseerd van minstens 9,5 procent.

Beste model
De ligduur in ziekenhuizen daalt al jaren, aldus onderzoeker Bas Bouwman. De onderzoeker denkt dat in de toekomst nog een ligduurverkorting van vijftien procent te realiseren valt als alle ziekenhuizen volgens het beste model zouden werken.

Top-10 ligduur (gewogen cijfers)
1. Zaans Medisch Centrum 2,58
2. Waterland Ziekenhuis 2,71
3. Rijnland Ziekenhuis 2,71
4. Diaconessenhuis Leiden 2,77
5. Refaja Ziekenhuis 2,79
6. Maasstad Ziekenhuis 2,79
7. Deventer Ziekenhuis 2,80
8. Ziekenhuis Bethesda 2,80
9. MC Groep 2,87
10. Reinier de Graaf Groep 2,88

Gewogen gemiddelde
“De gemiddelde ligduur is een veel gebruikte parameter”, stelt Bouwman. “Het cijfer kan echter een vertekend beeld geven omdat voor de berekening alleen het aantal verpleegdagen wordt meegenomen; dagbehandelingen blijven buiten beschouwing. In het onderzoek is daarom een gewogen gemiddelde ligduur berekend door een dagbehandeling te tellen als verpleegdag.”

[Zorgvisie]

Release RS05 grouper update op 7 september beschikbaar

Dossier: DBC, Ziekenhuiszorg

De uitlevering van de release “RS05 – grouper update” vindt plaats op 7 september. In deze release stelt DBC-Onderhoud de productieomgeving beschikbaar voor zorginstellingen. Hierdoor verandert het dagelijks gebruik van de grouper.
Zorginstellingen dienen vanaf 7 september te proef- en schaduwdraaien in de productieomgeving. De acceptatieomgeving blijft beschikbaar voor het testen van (nieuwe) software. Met het beschikbaar stellen van de productieomgeving naast de acceptatieomgeving zijn er nu twee omgevingen van de grouper. Deze twee omgevingen dienen echter verschillende doelen.

Productieomgeving
Zorginstellingen kunnen gedurende de periode tot de invoering van DOT proef- en/of schaduwdraaien in de productieomgeving. De productieomgeving is toegankelijk voor zorginstellingen waarvan de aanmelding is afgerond per 1 september. Zorginstellingen kunnen berichten naar de productieomgeving sturen via http(s)://productie.dbcgrouper.nl. De grouper is daardoor tijdelijk toegankelijk zonder akkoordverklaring op de gebruikersovereenkomst. Vanaf het (nog nader vast te stellen) moment zal de productieomgeving alleen toegankelijk zijn voor de zorginstellingen waarvan DBC-Onderhoud beschikt over een ondertekende gebruikersovereenkomst.

Acceptatieomgeving
De acceptatieomgeving blijft vanaf 7 september beschikbaar voor testdoeleinden en releases van nieuwe softwareversies op de grouper. Zorginstellingen dienen deze omgeving te gebruiken voor het testen van de integratie tussen nieuwe grouperversie en/of een nieuwe versie van de eigen informatiesystemen, alvorens deze te gebruiken in de productieomgeving. ICT- leveranciers kunnen (nieuwe) software testen in deze omgeving, alvorens deze uit te leveren aan zorginstellingen.

Update acceptatieomgeving
Op maandagnacht van 6 op 7 september vindt een update van de acceptatieomgeving plaats. De acceptatieomgeving van de grouper is daarom vanaf maandagavond 6 september van 22:00 uur tot donderdagochtend 7 september niet beschikbaar. Vanaf 9:00 uur kunt u weer gebruikmaken van de grouper. Indien u in deze periode toch berichten naar de grouper stuurt, ontvangt u mogelijk een melding dat de grouper niet bereikbaar is.

Deze update betreft een technische update en bevat een aantal wijzigingen die van invloed zijn op de structuur van de berichten en de aanroep van de grouper. De versie van de grouper op de acceptatieomgeving wijkt hierdoor wel af van de versie op de productieomgeving. DBC-Onderhoud levert bij de release van 7 september ook de bijbehorende specificaties uit. Om na deze update gebruik te kunnen maken van de acceptatieomgeving is waarschijnlijk een software-update van uw systeem noodzakelijk. Neem hiervoor eventueel contact op met uw ICT-leverancier.

Updates productieomgeving
Voor het gebruik van de productieomgeving is op en na 7 september geen software-update noodzakelijk. De versie van de productieomgeving die nu beschikbaar komt, is vergelijkbaar aan de versie die per 1 juli 2010 op de acceptatieomgeving is geïnstalleerd. Eind 2010 vindt een update plaats waarbij de nieuwe versie van de grouper op de acceptatieomgeving, ook op de productieomgeving wordt geïnstalleerd, zodat de acceptatie- en productieomgeving weer identiek zijn. U ontvangt daar te zijner tijd meer informatie over. Voor alle updates geldt dat ze geen invloed hebben op de productstructuur zoals deze in de RS05 op 1 juli is uitgeleverd. De afleiding van zorgproducten blijft ongewijzigd. U kunt hierover ook contact opnemen met uw ICT-leverancier.

Casussen proefdraaien
In de release “RS05 – grouper update” levert DBC-Onderhoud ook een nieuwe set van de casussen proefdraaien. Deze zijn zowel in de acceptatieomgeving als in de productieomgeving te gebruiken.

[DBCOnderhoud]

Dit is een Wordpress weblog. Het thema is gebaseerd op Magatheme.

Clicky