Artikelen
22 July, 2010 door Roel van Est in Intramuraal
Het aantal verlieslatende verpleeg- en verzorgingshuizen (VVT-sector) is gehalveerd. Leed in 2008 nog ruim eenderde (27%) van de VVT-instellingen een verlies, in het afgelopen boekjaar is dit afgenomen naar 15 procent van de instellingen. Alhoewel dit een verbetering is, is er absoluut nog geen reden tot gejuich over de financiële situatie. Dat blijkt uit een eerste analyse door PwC van de tot nu toe gedeponeerde jaarrekeningen 2009.
Onder de VVT-sector valt ook de thuiszorg. Vooral instellingen die veel thuiszorg verlenen hebben het financieel nog steeds zwaar. Daar komt bij dat de resultaten in de VVT-sector er rooskleuriger uitzien door kortdurende of eenmalige effecten.
Lichte rendementsverbetering
Het rendement van VVT-instellingen is gemiddeld 1,6 procent van de omzet. Dat is een lichte verbetering ten opzichte van 2008 (0,6%) en een forse verbetering ten opzichte van 2007 (-0,7%). Een groot deel van de rendementsverbetering komt echter voort uit kortdurende of eenmalige effecten. Daarbij gaat het om de tijdelijke additionele vergoedingen verstrekt voor zorginfrastructuur en de eenmalige vergoeding voor organisaties die grootschalige woonvoorzieningen hebben omgezet in kleinschalige woonvoorzieningen. Daarnaast werden de zzp-middelen voor de opbouwers in 2009 reeds volledig ter beschikking gesteld, terwijl de afbouw over 3 jaren is verdeeld. De opbouwers hebben veelal de extra ter beschikking gestelde middelen in 2009 nog niet ingezet, omdat pas laat zekerheid is verkregen over de versnelde opbouw.
WMO-activiteiten en vastgoed
Een belangrijk onderdeel binnen de VVT-sector is het verzorgen van WMO-activiteiten (o.a. thuiszorg). Deze activiteiten zijn voor het grootste deel van de aanbieders nog steeds verlieslatend, maar in mindere mate dan vorig jaar. Een belangrijke rol speelt ook het vastgoeddossier. Ondanks dat in 2009 extra budget ter beschikking is gesteld voor versnelde afschrijvingen (circa 0,6% van de opbrengsten), blijft het vastgoeddossier zeer kritisch. Dat blijkt onder meer uit de enquête boekwaarde waarin inzicht is gegeven in de meerkosten van een kortere levensduur van het vastgoed (40 jaar in plaats van 50 jaar). De kosten hiervan worden voor de sectoren VVT, GGZ en GHZ gezamenlijk op 1,5 miljard euro geschat. Daarnaast bestaat onzekerheid over de toekomstige vergoeding voor vastgoed.
Sterk eigen vermogen nodig
PwC-director Frans Stark geeft dat een sterk eigen vermogen van groot belang voor de sector is. Ondanks de rendementsverbetering groeide het eigen vermogen uitgedrukt als percentage van de totale omzet beperkt van 17 procent naar 18 procent. Dit vermogen is inclusief 2,6 procent boekhoudkundige correctie van vorig jaar voor instandhoudingsinvesteringen. Naar verwachting stijgt het vermogen verder door een positief resultaat over 2010, waarna VVT-instellingen in 2011 met budgetkortingen (zowel in tarief als in volume) te maken krijgen. Gezien de – in grote lijnen – vaste kosten structuur, zullen de kortingen leiden tot flinke ingrepen in de bedrijfsvoering. Dit zal gepaard gaan met forse reorganisatiekosten, zo verwacht PwC.
Volgens Frans Stark is het noodzakelijk dat VVT-instellingen hun kostenstructuur (personeel en vastgoed) flexibiliseren en de personeelsmix met de omzetmix in overeenstemming brengen. “Thuiszorginstellingen hebben reeds noodgedwongen de nodige stappen gezet, maar met name verpleeg- en verzorgingshuizen moeten deze slag nog maken.”
Ook interessant
20 July, 2010 door Roel van Est in Ziekenhuiszorg
In de Nederlandse ziekenhuizen overlijdt jaarlijks tussen de 1,4 en de 2,7 procent van de patiënten. Dat blijkt uit de ruwe sterftecijfers van 2009 die de NVZ vereniging van ziekenhuizen en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) vandaag naar buiten hebben gebracht.
Gemiddeld overlijdt jaarlijks 2,1 procent van de opgenomen patiënten. De gepubliceerde sterftecijfers zijn niet gecorrigeerd voor bijvoorbeeld leeftijd, geslacht of ernst van de ziekte.
Hoogste sterftecijfers
Ziekenhuizen met de hoogste sterftecijfers zijn: het Franciscus Ziekenhuis in Roosendaal (2,73), het Orbis Medisch Centrum in Sittard-Geleen (2,72), het Atrium Medisch Centrum in Brunssum, Heerlen en Kerkrade (2,72), het Ziekenhuis Gelderse Vallei in Ede en Bennekom (2,7) en het Slingeland Ziekenhuis in Doetinchem (2,59).
Laagste sterftecijfers
De laagste sterftekans hebben patienten in het Amsterdamse Lucas Andreas Ziekenhuis (1,44), het Martini Ziekenhuis Groningen (1,51), de Sionsberg in Dokkum (1,55), Hofpoort Ziekenhuis Woerden (1,63), het UMC St Radboud (1,66) en het Diaconessenhuis Utrecht (1,66).
Tegenzin
NVZ en NFU zeggen in een bijbehorend artikel in Medisch Contact dat zij de ruwe sterftecijfers met tegenzin bekendmaken. Reden om het toch te doen, is ‘toenemende druk van de media, patiëntenverenigingen, de politiek en de Inspectie voor de Gezondheidszorg.’ Volgens de brancheorganisaties betekenen deze cijfers ‘niet veel’. “Het zijn ruwe sterftecijfers, ze zijn ongecorrigeerd en dus niet onderling vergelijkbaar. Dat is ook niet de bedoeling van het openbaar maken van de ziekenhuisdata”, zegt NVZ-bestuurder Wim van Harten, directeur van het Nederlands Kanker Instituut-Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis in Amsterdam. Hij is bestuurlijk verantwoordelijk voor de landelijke expertgroep die zich bezighoudt met het opstellen van kwaliteitsindicatoren in ziekenhuizen.
Ook interessant
19 July, 2010 door Hester Touwen in AWBZ
Toenemend aantal klachten over onterechte betalingen
De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ontvangt in toenemende mate signalen dat AWBZ-instellingen ten onrechte kosten in rekening brengen voor ‘aanvullende diensten’. Een voorbeeld is het in rekening brengen van kosten voor zorg waarvoor de bewoner een medische verklaring heeft, zoals voor de pedicure. De signalen komen zowel van consumentenorganisaties als van individuele bewoners. De NZa wijst de instellingen en Zorgkantoren vandaag per brief op de signalen en overweegt onderzoek in te stellen.
De signalen hebben betrekking op verschillende soorten betalingen. De eerste zijn betalingen voor diensten die tot verzekerde zorg behoren. Dit is niet toegestaan (artikel 35 Wet marktordening gezondheidszorg). De tweede zijn bijbetalingen voor zogeheten ‘aanvullende diensten’. Dit is wel toegestaan, op voorwaarde dat het voor de bewoner duidelijk is dat deze diensten vrijwillig zijn Het gaat dan bijvoorbeeld om het wassen van kleding of het ter beschikking stellen van een radio- en tv-aansluiting op de eigen kamer. Een derde categorie klachten betreft betalingen voor zaken als toiletpapier en een vergoeding voor verhuizing binnen de instelling. Ook dit is niet toegestaan en moet door de instelling zelf worden betaald.
De NZa verzoekt de zorgkantoren per brief actie te ondernemen. Dit kan door zeker te stellen dat voor aanvullende diensten geen onredelijk hoge bijbetalingen worden gevraagd. Dat betekent dat niet veel meer dan de kostprijs mag worden doorberekend aan de patiënt en dat bij uitbesteding meerdere offertes worden opgevraagd. Het zorgkantoor kan verder eisen dat instellingen transparant zijn over in rekening gebrachte kosten en dat geen kosten worden berekend voor diensten die uit de AWBZ moeten worden bekostigd. Ook kan het zorgkantoren nagaan of het betalingsbeleid in overleg met cliëntenraden tot stand is gekomen. Tot slot verzoekt de NZa de zorgkantoren actie te ondernemen als zij klachten ontvangen van patiënten over betalingen.
Ook de zorginstellingen zijn per brief nogmaals gewezen op de vigerende regels en richtlijnen. De brochure ‘Daar hebt u recht op in een AWBZ-instelling’ van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) biedt een goede basis voor het maken van afspraken tussen zorgkantoren en instellingen en voor de cliëntenraden.
De NZa overweegt een onderzoek in te stellen als de signalen niet afnemen. Wanneer blijkt dat zorginstellingen de regelgeving niet naleven kan de NZa een aanwijzing of een boete opleggen.
Bron: www.nza.nl
Ook interessant
door Roel van Est in Ziekenhuiszorg
Ziekenhuizen aangesloten bij de NVZ vereniging van ziekenhuizen (NVZ) en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU) hebben vandaag hun ruwe ongecorrigeerde sterftecijfers over 2009 openbaar gemaakt. Het gaat om het aantal sterfgevallen ten opzichte van het aantal ziekenhuisopnamen.
Met de openbaarmaking van deze ruwe cijfers willen beide brancheverenigingen tegemoetkomen aan de maatschappelijke en politieke vraag naar gegevens over sterfte in ziekenhuizen. De bekendmaking loopt tevens vooruit op de openbaarmaking van gecorrigeerde sterftecijfers. De ruwe cijfers zijn niet gecorrigeerd voor factoren als leeftijd, de ernst van de aandoening of bijkomende ziektebeelden. Dit soort factoren beïnvloeden het sterfterisico, zeggen NVZ- en NFUbestuurders in een interview dat vandaag verschijnt in Medisch Contact. De ruwe, ongecorrigeerde cijfers zeggen nog niets over eventuele kwaliteitsverschillen tussen ziekenhuizen. Daarom benadrukken de NVZ en de NFU dat de vandaag gepubliceerde cijfers ongeschikt zijn om ziekenhuizen met elkaar te vergelijken of ranglijsten van te maken. De bekendmaking van ruwe cijfers is niettemin een eerste stap op weg naar gecorrigeerde sterftecijfers die wel als kwaliteitsindicator kunnen worden gebruikt, aldus de bestuurders van NVZ en NFU.
Gecorrigeerde sterftecijfers
NVZ en NFU verwachten in 2011 de gecorrigeerde sterftecijfers te kunnen publiceren. Het gaat om de zogeheten Hospital Standardized Mortality Ratio (HSMR).
Het is een uit Engeland afkomstig rekensysteem dat de sterftecijfers corrigeert naar onder meer leeftijd, geslacht, opnamediagnose, ernst van de hoofddiagnose, acute opname, comorbiditeit en andere bijkomende aandoeningen. De HSMR wordt gepresenteerd als getal dat de verhouding tot het gemiddelde van alle ziekenhuizen weergeeft. Op dit moment is de HSMR nog niet geschikt voor gebruik in Nederland.
Een expertgroep werkt aan de verfijning van het rekenmodel voor de Nederlandse situatie. Tegelijkertijd wordt de hand gelegd aan de uniformering van de registratie, zodat alle ziekenhuizen de correctiegegevens op eenduidige wijze vastleggen.
[Ruwe sterftecijfers ziekenhuizen]
[NVZ]
Ook interessant
16 July, 2010 door Roel van Est in GGZ,Intramuraal,Zorgzwaartepakketten
Onlangs is de tussenrapportage van het project Zorgzwaartepakketten in de praktijk verschenen. Dit project is een onderdeel van de monitor AWBZ en wordt uitgevoerd door NPCF, Landelijk Platform GGZ en Platform VG onder respectievelijk verzorgings- en verpleeghuizen, instellingen voor mensen met psychiatrische problemen en instellingen voor mensen met een beperking.
Het doel van het project is om een beeld te krijgen van hoe zorgaanbieders met zorgzwaartebekostiging omgaan en wat de gevolgen daarvan zijn voor cliënten. Per organisatie wordt het verhaal van ongeveer twintig cliënten in kaart gebracht aan de hand van interviews met cliënten, cliëntvertegenwoordigers, begeleiders en managers. Het project is nu halverwege. Er zijn inmiddels bij ruim tien zorgorganisaties interviews gehouden. De tussenrapportage bestrijkt de eerste onderzoeksperiode. Tot eind oktober zullen nog circa tien locaties worden bezocht om data te verzamelen. Naar verwachting zal het eindrapport begin 2011 gereed zijn.
De tussenrapportage bestaat uit een algemeen gedeelte en rapporten per zorgsector. Zie onderstaande rapporten:
[Rapport ZZP’s in de praktijk]
[Rapport ZZP’s in de praktijk: Gehandicaptenzorg (VG)]
[Rapport ZZP’s in de praktijk: Geestelijke Gezondheidszorg (GGz)]
[Rapport ZZP’s in de praktijk: Sector Verpleging & Verzorging (VV)]
Ook interessant
Meest gelezen deze maand
Eerdere Artikelen
PwC: Iets minder zorgelijke toestand financiële situatie verpleeg- en verzorgingshuizen
Grote variatie in sterftecijfers ziekenhuizen
NZa overweegt onderzoek declareergedrag AWBZ-instellingen
Ziekenhuizen publiceren ruwe ongecorrigeerde sterftecijfers
Tussenrapportage project Zorgzwaartepakketten in de praktijk
Samenwerkingsovereenkomst Vitras/CMD en Espria getekend
Roland Berger relativeert marktwerking AWBZ
Pakket ggz naar verwachting in september 2010 uitgeleverd
Functiegerichte omschrijving van uitwendige hulpmiddelen van het spijsverteringsstelsel
De functiegerichte omschrijving voor spraakvervangende hulpmiddelen
Functiegerichte omschrijving hulpmiddelen gerelateerd aan stoornissen in de visuele functie
Voormalig CFO Deloitte Gerrit Littel in RvB Reinier de Graaf Groep
Verslag gebruikersbijeenkomst 1 juli “De DBC-systematiek 2010-2011″
Uitleveringen DBC-systematiek in augustus en oktober 2010
NZa maakt ketenzorg mogelijk voor COPD
Ziekenhuizen boeken voortgang met veiligheidsmanagementsysteem
‘Financiële opleving ggz is tijdelijk’
‘Betere communicatie door de externe accountant’
Zoekmachine Controlling in de Zorg
Doorzoek het Nederlandse internet met nadruk op sites die een relatie hebben met Controlling en Zorg.
Dossiers
Veel bezocht
Controlling in de zorg
Controlling in de Zorg is een weblog waarin relevante informatie op het gebied van controlling in de zorg uit diverse bronnen wordt verzameld.
De site is een startpagina voor bestuurders, controllers, managers en beleidsmedewerkers uit ziekenhuizen, thuiszorg instellingen, verpleeg- en verzorgingshuizen, de GZ, GGZ, GGD en aanverwante branches.
Om op de hoogte te blijven kunt u zich abonneren op nieuwe artikelen via email of RSS.
Relevante Zorg Sites
Op andere websites